Sterke verschillen zeggen niet alles over fiscale druk

(tijd) - De tarieven van de vennootschapsbelasting in de OESO-landen zijn in de tweede helft van 1995 vrijwel allemaal stabiel gebleven. Uit een vergelijking sinds 1992 blijkt echter dat verschillende landen die aanvankelijk nog tariefverlagingen doorvoerden, sinds 1994 weer in een opwaartse trend zitten. De hoop op een tariefharmonisatie in de OESO of de Europese Unie blijft een verre droom nu het verschil tussen hoogste en laagste tarief nog steeds meer dan 30 procent beloopt.Dit blijkt uit het jongste halfjaarlijks overzicht van 'KPMG Belastingadviseurs' over de tarieven van de vennootschapsbelasting in de OESO. Enkel Finland, dat zijn tarief met 3 procentpunten verhoogde tot 28 procent, en het gloednieuwe OESO-lid Tsjechië, dat zijn tarief met 2 procentpunt liet zakken tot 39 procent, voerden een wijziging door. Ook het Belgisch tarief bleef gelijk. De enige verhoging tijdens de jongste jaren was de aanvullende crisisbijdrage van 3 opcentiemen waardoor het tarief steeg van 39 naar 40,17 procent. 'Met betrekking tot België is er toch positief nieuws', zegt Johan van den Driessche, vennoot van KPMG Peat Marwick in Brussel. 'Door een betere regeling voor de overdracht van verliezen en voor waardeverminderingen wegens dubieuze debiteuren is de grondslag waarop de belasting wordt berekend wat verkleind in België. De fiscale winst sluit nauwer aan bij de boekhoudkundige winst.'