Advertentie
Advertentie

Stilte na de rentestorm

Een week nadat zowel de Federal Reserve als de ECB hun officiële rentetarief hebben verhoogd, vielen de valutahandelaars tijdens de voorbije dagen enigszins in een leeg gat. Moet er nu al opnieuw gehoopt worden op verder monetair vuurwerk in de komende maanden, of niet? De Bank of England hield het onderwerp warm, en verhoogde de basisrente tot 6 procent. Het pond plukte eens te meer de vruchten en apprecieerde van 0,6275 tot nagenoeg 0,61 per euro. De dollar had het tot donderdag moeilijk, en gleed tijdelijk af tot 0,9970 tegenover de eenheidsmunt.De richting was afgelopen week zowat zoek op de wisselmarkten. Tot begin deze maand werd er nog druk geanticipeerd op een renteverstrakking door zowel de Federal Reserve als de Europese Centrale Bank (ECB), maar nu beide centrale banken hebben toegeslagen, vraagt menig investeerder zich af of er snel op meer moet gehoopt worden. Wat euroland betreft, verklappen de futureskoersen weliswaar anticipatie op nog hogere rentetarieven doorheen 2000, maar steeds meer groeit de overtuiging dat de ECB wel eens voor geruime tijd langs de zijlijn zou kunnen staan. Alles hangt af van de ontwikkeling van de inflatie in euroland tijdens de komende maanden. Wordt het door voorzitter Wim Duisenberg geschetste pad gevolgd, namelijk een verder oplopende prijsdruk in de nabije toekomst, gevolgd door een stabilisatie rond het beoogde plafond van 2 procent naderhand, dan kan de ECB inderdaad geruime tijd op non-actief worden gezet. Intussen mag de conjunctuur verder aantrekken. In december steeg de Duitse industriële productie met 2,8 procent jaar-op-jaar, en afgelopen maand slonk het leger werklozen bij onze oosterburen verder tot 10,1 procent van de beroepsbevolking. Volgende week zal de IFO-bedrijfsklimaatindicator van januari het mooie rijtje wellicht aanvullen, en mogelijk zelfs de magische kaap van 100 punten bedreigen.Dankzij de steeds sterker wordende economische context op het Europese vasteland, lijkt de neerwaartse druk op de euro stilaan het ergste te hebben gezien. Tijdens de voorbije dagen steeg de EMU-munt zelfs tijdelijk tot in de buurt van de veelbesproken dollarpariteit (top op 0,9970), maar donderdag kwam de man met de hamer alweer voorbij en duwde de verhouding euro/dollar terug onder 0,98. De kortstondige inzinking van de greenback was grotendeels te wijten aan de belangrijke winstnemingen op Wall Street.De VS-munt kan echter nog altijd bogen op een conjunctuur waar Europa voorlopig maar kan van dromen. Het goldilocks-sprookje werd tijdens de voorbije dagen nogmaals kracht bijgezet door een paar puike cijfers. In het vierde kwartaal van 99 nam de productiviteit van de Amerikaanse economie toe met een erg robuuste geannualiseerde 5 procent, hetzelfde cijfer als in de voorgaande driemaandsperiode. Hierdoor kalfden de arbeidskosten per eenheid product tijdens de laatste drie maanden af met 1 procent, dit ondanks de steeds krapper wordende arbeidsmarkt in de VS. De droom van de new economy kent dus zijn zoveelste hoofdstuk. In de komende week zal dit wellicht resulteren in eerder matige inflatiecijfers voor de maand januari.Het weinige vuurwerp op de geldmarkt kwam deze week uit het VK, waar de Bank of England vastberaden doorging met de trend van renteverstrakkingen. Gouverneur Eddie George en zijn companen beslisten de basisrente opnieuw met een kwartprocent te verhogen tot 6 procent. De credibiliteit van het monetair beleid wint hierdoor verder aan kracht, want de hogere rente en het dure pond maken het steeds minder waarschijnlijk dat de onderliggende inflatie (2,2 procent in december) zich in de loop van 2000 op duurzame wijze boven het beoogde maximumpeil van 2 procent zal nestelen. Sterling wist de initiële appelflauwte tot 1,5820 dollar en 0,6275 per euro dan ook snel ongedaan te maken, en apprecieerde uiteindelijk tot respectievelijk 1,6180 en 0,6115. De Britse munt krijgt de wind nu al geruime tijd volop in de zeilen. Niet enkel de krachtige conjunctuur in het VK en de steeds toenemende rentesteun voeden de populariteit van sterling, maar tevens het feit dat de munt losstaat van de politieke problemen in de EMU. Het recente verzet van ECB-voorzitter Duisenberg tegen een snelle toetreding van het VK tot de muntunie, en tegen een goedkoop pond erin, werkt de hausse van de munt alleen maar in de hand. De Japanse yen gleed tijdens de voorbije week verder weg tegenover de voornaamste wereldmunten. Tegenover het groene biljet werd even de barrière van 110 yen benaderd. Het wordt almaar duidelijker dat het land van de rijzende zon de economische malaise van de jaren 90 nog lang niet definitief achter zich heeft gelaten. Zelfs de OESO toonde zich deze week somber over Japan, en betwijfelt of de in november vooropgestelde BBP-groei van 1,5 procent voor 2000 wel haalbaar zal zijn. Volgens het Japans Economisch Planningsbureau (EPA) is de economie in de laatste driemaandsperiode van '99 opnieuw gekrompen, volgend op een eveneens rood cijfer in de periode juli-september, dus technisch gesproken een recessie. Intussen kauwt het Japanse parlement op het zoveelste stimuleringspakket, wat het begrotingstekort verder boven de grens van 10 procent van het BBP dreigt te jagen. In deze context is en blijft een goedkopere yen de enige uitweg om de economie via de export wat zuurstof te bezorgen.De Griekse drachme dreef afgelopen week wat verder af tot 334,50 per euro, reeds in de buurt van de nieuwe EMSII-pariteit. Volgens de regering strandde het begrotingsdeficit in 99 op amper 1,4 procent van het BBP, en voor dit jaar wordt zelfs op 1,2 procent gemikt. Verder nadert de inflatie met 2,4 procent in februari (volgens EU-definitie) het Europees gemiddelde, zodat de deur naar de EMU steeds meer openschuift. Het verschil tussen de Griekse en Duitse rente op 10 jaar daalde onlangs onder de kaap van 100 basispunten. Het convergentieproces is in de voltooiingsfase beland.De Scandinavische munten gooiden deze week alweer hoge ogen. De cross-rate euro/Zweedse kroon bereikte met 8,4295 een nieuw dieptepunt, terwijl de Noorse kroon stabiliseerde tussen 8,05 en 8,10 per euro, op een boogscheut van de recente toppen. Een dure olieprijs en een sterke achterliggende economie blijven de succesformules voor beide munten. CF