Stoplap

De boodschap van de vier topindustriëlen over de industrie die langzaam zou wegkwijnen onder een amalgaam aan belastingen en een negatief imago is nog geen week oud of het VEV en de kamers van koophandel hangen alweer aan de alarmbel. Deze keer zijn de verhoging van de onroerende voorheffing, de belasting op drijfkracht en allerlei andere gemeentelijke taksen en heffingen de werkgeversorganisaties een doorn in het oog. De opcentiemen die gemeenten heffen op de onroerende voorheffing zouden tegenover 2000 zijn gestegen met 7,9 procent. Lang heeft men volgehouden dat het hier gaat om een rondje pesten vanwege lokale CD&V-gemeentebesturen die de burger en het bedrijfsleven eens goed willen laten voelen hoezeer de uitgaven voor de paars-groene politiehervorming worden afgewenteld op de gemeenten. Ook de terugval in de inkomsten uit dividenden van de energie-intercommunales door de liberalisering van de energiemarkt worden als redenen aangehaald.Het VEV en de kamers van koophandel wijzen terecht op het ondernemersonvriendelijke karakter van deze maatregelen. De gemeenteraadsverkiezingen zijn nog wel enkele jaren weg, maar toch is het mooi meegenomen hier al rekening mee te houden. En dan weet iedereen dat je tekorten op de gemeentekas het makkelijkst kunt halen bij bedrijven. Die zullen in het voorjaar van 2006 geen weerwerk kunnen bieden in het stemhokje. De weg van de minste weerstand dus. Het ergste is niet dat de belastingen voor de bedrijven hier en daar wat verhoogd worden. Het is vooral de weinig doordachte willekeur waarmee dat gebeurt die ondernemers tegen de borst stuit. Komen we wat te kort aan onze uitgavenzijde? Hop, dan we verhogen we toch gewoon de inkomsten via extra belastingen, het liefst bij de bedrijven die wel wat blaffen maar niet kunnen bijten. Die vanzelfsprekendheid is bijna pijnlijk voor bedrijven die dagelijks worstelen met de wetten van de huishoudkunde om het hoofd boven water te houden. Wanneer de extra lasten die voortkomen uit zon simpele stoplapredenering ook nog eens afgewenteld worden op de bedrijven, is dat dubbel pijnlijk. Logisch dat bedrijven het onaanvaardbaar vinden dat gemeenten de oplossing van hun budgettaire problemen vrijwel steeds zoeken in de sanering aan de uitgavenzijde in plaats van in het verhogen van belastingen. Vandaar dat het wel hout snijdt dat ondernemers-politici zoals Roland Duchâtelet, los van hun andere politieke ideeën, vinden dat de overheid misschien toch iets meer gerund moet worden met de economische zorgzaamheid van een bedrijf. Het gaat dan vooral over de instrumenten en methoden die het bedrijfsleven de voorbije decennia tot een hoge graad van efficiëntie hebben gebracht. In plaats van extra belastingen zou het dus wel eens boeiend kunnen zijn voor de lokale overheden om medewerkers te detacheren naar het bedrijfsleven. Ze kunnen er nog wat opsteken. Tom Michielsen