Strictly Jazz

Stem en tegenstemSaxofonist Ellery Eskelin verschijnt in verschillende gedaantes op twee nieuwe cds, zijn eigen Vanishing Point en Liberté Surveillé van de Frans-Zwitserse drummer Daniel Humair. Eskelin is de belangrijkste solist op Vanishing Point en het album schuift hem ook sterk naar voren als componist, zij het op onorthodoxe wijze. In acht suite-achtige stukken van zijn hand omringt Eskelin zich met een kamermuziekachtig ensemble: altviolist Mat Maneri, cellist Erik Friedlander, bassist Mark Dresser en vibrafonist Matt Moran.Over die combinatie merkt Eskelin zelf op: jazz draait meestal rond blazers met begeleiding van drums en bas. Het eventuele gebruik van strijkers is vaak een bijkomstigheid en heeft de bedoeling om het kleurenpalet te verrijken. Strijkers worden bijna nooit gebruikt in interactie. Eskelin is juist wel op zoek naar dat samenspel en betrekt het ensemble voortdurend in een spel van vraag en antwoord, stem en tegenstem, actie en reactie. De muziek is volledig geïmproviseerd: Wij maakten de opnames in een sessie van zes uur. Geen repetitie. Er waren weinig of geen voorafgaande aanwijzingen behalve show up and play. Natuurlijk heb ik al eens met al deze muzikanten samen gespeeld, maar nog nooit met allemaal op hetzelfde moment en dezelfde plek. In die context wordt het begrip componist herleid tot zijn legale betekenis: het wijst diegene aan die het auteursrecht mag claimen. Zijn belangrijkste compositorische daad is de keuze van de medespelers, en in de hiërarchie van de muzikale actie is deze componist zonder partituur deelnemer tussen de deelnemers. Soms nog vergelijkbaar met de regisseur van een film zonder draaiboek, meestal niet meer dan de aanstichter van een avontuur dat hij zelf niet kan overzien. Niet voor niets heet een van de stukken op Vanishing Point Etrange familiarité, een verwijzing naar de Freudiaanse Unheimlichkeit. Geslaagde improvisaties veroorzaken vaak dat effect: het vertrouwde klinkt opnieuw een beetje vreemd, het nooit eerder gehoorde klinkt plotseling alsof het zo en niet anders hoort.Liberté surveilléIn zijn lucide aantekeningen bij Vanishing Point legt Eskelin ook nog een onverwacht verband tussen de strijkers en zijn opvatting van de tenorsax: Ik heb op mijn eigen manier geprobeerd mijn frasering te modelleren op het moderne klassieke strijkkwartet, in een poging de indruk van beweging en polyfonie weer te geven die ontstaat wanneer meer dan een instrument tegelijk speelt. De saxofoon als orkest een uitnodiging om Eskelins oude soloplaat op zijn eigen labeltje opnieuw en in een ander licht te beluisteren. De strijkkwartettheorie vormt overigens een even mooie als onwaarschijnlijke combinatie met Eskelins andere grote inspiratie: rauwe Hammond-orgelcombos (Eskelins moeder was een professional in het genre), en Gene Ammons en andere Chicagotenors. Zij waren al onderwerp van Eskelins Ammons-hommage The day the sun died (Black Saint, 1996). Of toch niet zo onwaarschijnlijk? Beide leiden tot een verdieping en verrijking van zijn geluid door het gebruik van perfect beheerste technieken om op de saxofoon meer dan een noot tegelijk te spelen.Het glorieuze geluid van Eskelin treffen we opnieuw aan op Liberté Surveillé, een album dat ons terugvoert naar de vertrouwde wereld van horn based jazz using drums and bass as accompaniment. De bassist is Bruno Chevillon, de drummer en leider is Daniel Humair. Gitarist Marc Ducret en Eskelin maakten het gelegenheidskwartet vol voor de opname van drie concerten in het Centre Culturel Suisse in Parijs. Een selectie verscheen op een dubbelalbum bij het Franse label Sketch: acht lange stukken, meestal volgens het gebruikelijke schema thema-solos-thema, typisch live (inclusief de schoonheidsfoutjes), maar strak genoeg om de aandacht vast te houden. De combinatie van Eskelin en stoorzender Ducret zorgt voor extra spanning. Beiden proberen voortdurend aan de bewaking te ontsnappen en slepen Chevillon en Humair mee op hun tocht. Door Eskelins en Ducrets gezonde afkeer van mooidoenerij klinken ook de bassist en drummer meteen een stuk pittiger dan we van de Franse school gewend zijn. Op Liberté surveillé komt Eskelin te voorschijn als een van de grote jazzsaxofonisten van het moment: een soort Archie Shepp, maar dan mét embouchure en superieur IQ.Rob LEURENTOP