Advertentie
Advertentie

Strictly JazzDe spookstadvan de jazz

Met de biografie van Chet Baker nog in het achterhoofd noteer ik vanuit de onvermijdelijke auto de voorbijglijdende plekken die het leven van Baker en de West Coast Jazz markeerden. Wilshire, South Kenmore Avenue: locatie van de onooglijke, in een verbouwde bungalow gevestigde club The Haig. Vijftig jaar geleden kwamen filmsterren er loungen. Buiten stonden honderden fans in de rij voor het kwartet dat de naam van baritonsaxofonist Gerry Mulligan droeg, maar van Baker een ster maakte. Vandaag is er van de Haig geen spoor meer, autos zoeven er in anonieme driedubbele rijen voorbij op weg naar de volgende highway. Richting Hollywood Hills misschien, waar geluidsman Phil Turetsky op 9 juni 1952 in zijn huiskamer het eerste plaatje opnam voor het Pacific Jazz-label van Richard Bock: Mulligan, Baker, bassist Joe Mondragon en pianist Jimmy Rowles. De piano zou al snel verdwijnen. Met drummer Chico Hamilton erbij en de kleurrijke Bob Whitlock in plaats van Mondragon was het beruchte, zogenaamd pianoloze kwartet geboren. Voor de geschiedenis: Mulligan had in New York al met de toen ongehoorde formule geëxperimenteerd, met de vergeten cool-pionier Tony Fruscella in de trompetrol.Volgende bestemming: The Lighthouse, een banaal gebouwtje in Hermosa Beach, geen vuurtoren in zicht. In de jaren vijftig de jazzclub bij uitstek in LA. Hier fotografeerde William Claxton de Lighthouse All Stars van bassist Howard Rumsey - wegens zijn plompe stijl ook wel bekend als Howard Clumsy - met hun instrumenten op het strand. Op de ingekleurde hoesfotos van een pas veel later uitgegeven plaat - Live At The Lighthouse - herkent men de jonge Max Roach en Chet Baker schijnbaar broederlijk naast Miles Davis. Façade: Baker zou zich zijn leven lang door Miles geïntimideerd voelen en Miles liet geen kans onbenut om zijn blanke imitator met een goedgekozen belediging publiekelijk af te maken. The Lighthouse staat er nog. Vandaag biedt het onderdak aan een middelmatig restaurant dat op weekends jazzy brunches organiseert met naamloos plaatselijk talent.MytheDe magie van de West Coast-jazz leeft vandaag vooral nog in de herinnering. Ver weg klinkt een vederlicht, melancholisch geluid. Het waait ons tegemoet uit kleine clubs, verborgen in de heuvels van Hollywood of tussen de palmbomen van knusse villawijken, op de achtergrond het geluid van de branding, de ondergaande zon, uitgestrekte luchten. Die mythe wordt gevoed door de heruitgaves van oude opnames van Baker en andere helden van dat vervlogen tijdperk en door de fotos van William Claxton. Zij tonen jazzmannen als filmsterren, dromerige jongens in hagelwitte t-shirts. Sindsdien is de jazz in LA gestold in de tijd. Sinds de na-oorlogse gloriedagen van Central Avenue, vandaag een door onkruid en graffiti overdekt onderdeel van het te mijden South Central-getto, lag de jazz er, in tegenstelling tot New York, nooit meer op loopafstand. Ook vandaag huizen kleine clubs er in lounges en restaurants die ver verspreid liggen tussen het labyrint van de snelwegen. Dezelfde namen van lang geleden duiken er nog altijd op, maar hebben veel van hun glans verloren: de all stars van saxofonist Dave Pell, saxofonist Herb Geller, het kwartet van trompettist Jack Sheldon. Zijn dit wel dezelfde mannen die we kennen van die gekoesterde oude platen? Of zijn het gepensioneerde dubbelgangers die, na een carrière in de filmstudios, nog gezellig wat bijschnabbelen en de jazzdagen van weleer nog eens dunnetjes overdoen? De mythe van Los Angeles is sterker dan de muzikanten. Vernieuwing en verjonging maken in de spookstad van de jazz geen kans. In Hollywood, in de schaduw van bioscopen en de obligate shopping malls, wankelt de westkustversie van de in New York ooit zo toonaanevende Knitting Factory op de rand van het bankroet.Nog even terug naar die Baker-biografie, Deep In A Dream van James Gavin. Vorige week signaleerde ik al de onzekerheid van de auteur zodra details van de jazzgeschiedenis een plaats in het levensverhaal van Baker moeten krijgen. Bij herlezing vielen nog behoorlijk wat fouten op. Een paar voorbeelden. Zo laat Gavin pianist Don Friedman samenspelen met de trompettisten Clark Terry en Ornette Coleman (!). Het Franse maandblad Jazz Magazine noemt hij systematisch Jazz. En hij mist vaak globaal overzicht en chronologische accuratesse. Hij vergelijkt met name Bakers positie in de jazzwereld in 1956 met die van Miles Davis en betrekt de platen Miles Ahead en Sketches of Spain in die vergelijking. Die meesterwerken van Davis zouden echter pas veel later verschijnen. Het is waar, Deep In A Dream getuigt van indrukwekkende biografische research en grote literaire kwaliteiten. Maar de auteur lijkt soms de artistieke context van het onderwerp te verwaarlozen.Speculatie?Een andere soort biografie schreef Marcus M. Cornelius over Warne Marsh. Het boek voert ons alweer terug naar Los Angeles en Hollywood. Marsh groeide er op in filmland en stierf er in de club Dontes midden in een solo op Out Of Nowhere. Vandaar de titel.Out Of Nowhere - the Musical Life of Warne Marsh is géén biografie. Cornelius gaf zijn boek de ondertitel A novel mee en situeert het verhaal volledig in het hoofd van de in 1987 overleden saxofonist. Dat levert bij momenten sublieme poëtische passages op die zich laten lezen als literaire parallellen van Marshs geniale improvisaties. Het ik-procédé werd al eerder toegepast door de Belgische schrijver Jean-Pol Schroeder, die zich in de biografie van een andere saxofonist, Bobby Jaspar, op het pathologische af vereenzelvigde zijn onderwerp.Cornelius houdt gelukkig meer afstand. Dat hij onderstreept dat het wel degelijk om fictie gaat, verhindert echter niet dat het boek dubbelzinnig blijft. Marsh en alle andere personages uit zijn roman hebben nu eenmaal echt bestaan. Sommigen ervan - saxofonist Lee Konitz is het beste voorbeeld - zijn zelfs nog in leven. En de gebeurtenissen die Cornelius beschrijft, spelen zich af in een zeer nabij verleden. Zo nabij dat het in feite niet helemaal voorbij en afgesloten is. Cornelius begeeft zich daarmee op riskant terrein: waar houdt de fictie op en begint de speculatie? Out Of Nowhere is een interessant boek waar een gênante hoeveelheid ruis op zit. De schrijver had dat probleem gemakkelijk kunnen vermijden door van zijn roman een sleutelroman en gelijk een sterker boek te maken. Had Warne Marsh zelf tijdens zijn leven geen opnamen gemaakt onder de schuilmaan Rawan Shram?Rob LEURENTOPOut of nowhere - the musical life of Warne Marsh, a novel bij Marcus M. Cornelius (Aurora Nova Publishing, PO Box 437, Mawson, ACT 2607, Australia)