Strictly JazzWordt jazz cultuur?

In het hoofd zindert het geluid nog na. Kris Defoort, Mark Turner, Nic Thys en Jim Black, twee dagen in studio Odeon in Brussel. Muziek op de rand van de overgevoeligheid, vaak ook tegen het brutale aan. Composities worden ontwricht, improvisaties klinken alsof ze strak staan uitgeschreven. Paradoxen. Straks wordt die opname het sluitstuk van de tiendelige cd-reeks The finest in Belgian Jazz, de bijdrage van kunstencentrum De Werf aan Brugge 2002. In november komen alle tien de cds samen met een boek in een monumentale doos terecht. Oplage: 1.000 exemplaren. Intussen hebben de losse uitgaven - BJO, Greetings from Mercury, Aka Moon, Nathalie Loriers, Octurn, Ben Sluijs. Volgen nog: Philip Catherine, Bert Joris, Erik Vermeulen en zoals gezegd Defoort-Turner-Thys-Black - ook al wat losgemaakt. Het cumulatieve effect van jarenlang plannetjes maken, rumoer, fluistercampagnes, mond-aan-mondreclame, gemorrel aan de deur. Wie had vier, vijf jaar geleden durven denken dat het Brussels Jazz Orchestra deSingel vooraf zou uitverkopen? Toch gebeurde dat vorige week toen ze er de beroemde Sketches of Spain brachten. De klassieker van Miles Davis en Gil Evans werd er gespeeld onder leiding van Evans voormalige rechterhand Maria Schneider. Trompettist Wallace Roney speelde met ongekende virtuositeit de rol waartoe hij zich zelf blijkbaar heeft veroordeeld, die van Miles. Over zin en onzin van zon remake kan worden gepraat. Maar wel staat vast dat het BJO en het imago van de jazz in België een lange weg hebben afgelegd sinds die eenzame eerste nachten in de Sounds en andere clubs. Straks wordt jazz nog cultuur.Jazz LabIn vorige afleveringen werd al bericht over het komende concertseizoen en het relatief bloeiende jazzleven op de grote podia, zeker vergeleken bij het lamme festivalgebeuren hier te lande. Men verhoede dat u verblind door die goed geadverteerde weelde de clubs zou vergeten, of de kleinere zalen die zich sinds kort ook in de strijd werpen. Vaak vinden zij aansluiting bij de Jazz Lab Series, het circuit dat ook al groeide uit de inzet van De Werf voor talent van hier. Jazz Lab geeft jonge Belgische muzikanten een kans om een beetje fatsoenlijk voor de dag te komen met een reeks concerten in betere omstandigheden dan in het gemiddelde buurtcafé. Eerst gebeurde dat bescheiden op drie, vier plekken. Vandaag doet Jazz Lab niet zelden tien à vijftien podia aan. Daarbij wordt het doel wel eens voorbij geschoten. Vraag is of Bert Joris die aan de vooravond van het verschijnen van zijn Finest...-cd deze week aan zijn ronde begint, intussen niet aan het grotere werk toe is? Jong en minder bekend is de voortreffelijke trompettist immers al lang niet meer, zeker niet sinds hij bij het kwartet van Philip Catherine op het Dreyfus-label internationale ophef maakte.Terzijde: de tweede cd van dit kwartet is overigens pas uit. Bij een eerste beluistering maakte Summer Night een wat mindere indruk dan Blue Prince, misschien wel Catherines beste plaat ooit. U hoort er straks meer over wanneer de gitarist in het PSK zijn zestigste verjaardag viert, omringd door gasten van overal ter wereld, van Toots Thielemans tot Charlie Mariano.Naast Jazz Lab kunt u het leven in de clubs - Hopper in Antwerpen, Sounds, Athanor, Music Village in Brussel, Damberd in Gent e.a. - het best volgen in de agenda van Tijd Cultuur of via de goed gedocumenteerde website van RTBF Jazz.Blue NoteHet, zoals u onderhand wel weet, legendarische New Yorkse label Blue Note brengt een welgekomen aanvulling in de reeks The Rudy van Gelder Edition, heruitgaves verzorgd en geactualiseerd door de even befaamde als beruchte klankingenieur van de oorspronkelijke opnames. Hustlin (1964) van saxofonist Stanley Turrentine en Green Street (1961) van gitarist Grant Green zijn prettige voetnoten in de catalogus, opnames die de funky richting illustreren waarmee het label destijds op een zekere populariteit mikte. Capuchin Swing uit 1960 is aardig maar behoort niet tot het allerbeste van saxofonist Jackie McLean, destijds een van de huisartiesten van producers Alfred Lion en Francis Wolff. Trompettist Lee Morgan, ster van Art Blakey en zijn Jazz Messengers, zag in de jaren zestig zijn vroege werk overschaduwd door zijn grote, van vroege grooves doortimmerde successen. Zo kreeg Leeway nooit de erkenning die het verdiende. Morgan-kenners stippen het album uit 1960 (met McLean, pianist Bobby Timmons, bassist Paul Chambers en Art Blakey) echter aan als een van zijn allerbeste. Sterk zijn The stylings of Silver waarmee pianist Horace Silver in 1957 een meesterlijke opvolger creëerde voor het mindere maar ook nu nog zeer populaire Six pieces of Silver, het album dat hem met het aanstekelijke Senor blues voorgoed op de kaart zette. En vooral Roll call van Hank Mobley, de saxofonist die vaak aan de zijde van Silver en Blakey te horen was en met zijn gesofistikeerde grootstedelijke maar toch van de blues doordrongen stijl de Blue Note-sound verpersoonlijkte. Voor dit meesterwerkje uit 1960 deed Mobley een beroep op zijn oude baas Blakey, trompettist Freddie Hubbard, pianist Wynton Kelly en weer Paul Chambers. Luister naar het titelstuk, naar My groove your move of The breakdown. Een raadsel waarom Mobley, luxe sideman en auteur van een fors dozijn Blue Note-platen, in 1986 in Philadelphia moest overlijden, vergeten door de jazzwereld en, zoals dat heet, van God verlaten.Rob LEURENTOPBlue Note wordt verdeeld door EMIInfo over Jazz Lab Series op www.jazzlabseries.beClubleven: www.rtbf.be/jazz