Advertentie
Advertentie

Studie: de schone schijn van de Europese kunstmarkt

Dit weekend zijn het de laatste dagen van The European Fine Art Fair Maastricht, de grootste kunst- en antiekbeurs in Europa. Volgende vrijdag begint Art Brussels, de 18de uitgave op de Brusselse Heizel van de Belgische beurs voor hedendaagse kunst. De organisatoren van Tefaf tonen zich uiterst tevreden over hun lopende beurs, Art Brussels koestert eveneens hooggespannen verwachtingen. Tefaf meldt dat tijdens vorig weekend 15 procent méér bezoekers werden geteld dan in 1999, dat al een topjaar was. Bovendien wordt er flink gekocht.Het lijkt dus goed te gaan met de kunstmarkt, maar toch is niet alles koek en ei. Tefaf werd deze week opgeschrikt door het zoveelste geval van grijze zone in de kunsthandel, met een bewarend beslag door Nigeria op een aantal terracottabeeldjes die door een Brusselse antiekhandelaar op de beurs werden aangeboden. Nigeria beweert dat de 2000 jaar oude Nok-beelden, afkomstig uit graven uit het stroomgebied van de Niger, tot het culturele erfgoed van het land behoren en krachtens de Unesco-verdragen van 70 en 95 niet mogen worden verkocht. De betrokken antiekhandelaar, die ook als keurexpert optreedt op Tefaf, zegt dat hij de beelden bij een respectabele tussenhandelaar in België heeft gekocht.Maar fundamenteler is de kwetsbare positie waarin de hele Europese kunstmarkt zich blijkt te bevinden. Op vraag van Tefaf heeft het Britse bureau MTI Consultants een uitgebreid onderzoek verricht naar de toestand van de kunst- en antiekmarkt in Europa, waarbij 2.800 antiquairs en handelaars bevraagd werden. Uit een en ander blijkt dat de betrokken markt in 1998 goed was voor een totale omzet van 6,9 miljard euro, business to business-handel niet meegerekend. 52 procent van die handel speelt zich af in Groot-Brittannië, 31 procent in Frankrijk; Duitsland en Zwitserland volgen op ruime afstand, met resp. 5 en 3 procent. De hele sector stelt 74.000 mensen te werk. De studie stelt echter vast dat de groei van de Europese kunstmarkt ver achterblijft bij die in de Verenigde Staten: in de VS werd in 1998 slechts een omzet van 5,5 miljard euro gehaald, een vijfde minder dan Europa. Maar de Amerikaanse markt groeide tussen 94 en 98 wel met 81 procent, de Europese met 26 procent. Het rapport voorspelt dat de Amerikaanse markt in 2001 de Europese voorbijstreeft. Grote boosdoener daarbij is de Europese wetgeving, met haar dure en versnipperde BTW- en volgrechtwetgeving. Zelfs in het beste geval (met name Groot-Brittannië, dat van uitzonderingsmaatregelen in de EU blijft genieten) werken deze fiscale maatregelen, die de VS niet kennen, belemmerend voor de Europese markt. Het BTW-probleem is ook voor de Belgische kunstmarkt een oud zeer, want zelfs tegenover de Europese partners wordt ons land benadeeld door een hoge taks (21 procent) en de onmogelijkheid om de BTW bij aankoop bij de kunstenaar te recupereren. Deze week nog ging de Vlaamse delegatie van de BUP (beroepsorganisatie van de Belgische galeriehouders) bij monde van voorzitster Lieve Hermant haar nood klagen bij het Vlaamse ministerie van Cultuur. De delegatie wees er op dat in de 78 paginas tellende Cultuurnota van minister Anciaux het woord kunstgalerie slechts één keer voorkomt en dat de galeries die jonge, hedendaagse kunst promoten door het overheidsbeleid aan hun lot worden overgelaten. Toch is de sociale rol die zon galerie in het stadsweefsel kan spelen niet gering, aldus Hermant, daarmee zinspelend op Anciaux grote belangstelling voor stadscultuur. Het kabinet heeft beloofd een nota te zullen opstellen waar deze problemen aangekaart worden. MR