Advertentie
Advertentie

Tabaksrichtlijn: knaagt Europese Unie weer aan bevoegdheden van lidstaten?

De Belgische regering maakt zich nu al op voor het voorzitterschap van de Europese Unie in de tweede helft van volgend jaar. Dat België zal pleiten voor inspraak van de kleinere lidstaten en voor het respect van de rol van het Europees Parlement in de besluitvorming, is een goede zaak voor de democratie. Daarom moet de Belgische regering nu al volop toezien op de naleving van deze principes in alle dossiers - ook dát van de nieuwe, voorgestelde richtlijn tot harmonisering van de productie van tabaksproducenten. België dient daarom de motie van het Juridisch Comité van het Europees Parlement over de wettelijke basis voor de voorgestelde richtlijn zeker mee in rekening te nemen. In die motie van 28 november stelde dit Comité dat er geen wettelijke basis bestaat voor de voorgestelde tabaksrichtlijn.Roken houdt ernstige risicos in voor de gezondheid. Het is dus logisch dat de overheden hiervoor zinvolle regulering wensen uit te bouwen. Dit controversiële onderwerp mag de deur echter niet openzetten voor machiavelisme waarbij het doel de middelen heiligt - zelfs al zou de Europese Unie de bevoegdheid hebben om die middelen te ontwikkelen.De Belgische regering laat zich niet onbetuigd als het gaat om het reduceren van de impact van roken op de volksgezondheid. Dat is een terechte beleidslijn, die inderdaad tot de bevoegdheid van de lidstaten behoort - en dus ook van België. Precies daarom moet België erop toezien dat zijn bevoegdheden worden gevrijwaard - ook door de Europese instellingen.Ook België heeft als kleine lidstaat een mandaat gegeven aan de Europese Commissie om in haar naam te onderhandelen met de Wereldgezondheidsorganisatie over een wereldomvattende Framework Convention for Tabacco Control. Hiermee geeft ze de toelating aan een supranationale instantie om niet enkel gezondheidsprincipes te verdedigen, maar om ook maatregelen met betrekking tot accijnzen en fiscaliteit te ontwikkelen. Al kan het einddoel best gerechtvaardigd zijn, toch blijft het de vraag of België hiermee niet een belangrijk deel van zijn eigen beslissingsbevoegdheid uit handen geeft aan een instelling die niet altijd even doorzichtig en democratisch werkt.Hetzelfde geldt voor het voorstel van een nieuwe Europese richtlijn voor het reguleren van tabaksproducten en -productie. Opnieuw is de onderliggende doelstelling van deze richtlijn terecht en op sommige vlakken zelfs lovenswaardig. Maar ook hier geldt dat lidstaten, zoals België, die een democratische besluitvorming nastreven, zich niet mogen laten vangen door de verlokking om buiten de grondwettelijke bevoegdheden te treden. Het is nu eenmaal een feit dat de Europese Unie doelbewust van haar leden niet op alle terreinen een vrijgeleide heeft gekregen voor om het even welke besluitvorming. Dit verdient zeker aandacht wanneer het gaat om de tabaksdossiers.Midden dit jaar vernietigde het Europees Hof van Justitie al de Europese richtlijn die tabaksreclame verbiedt, omdat de richtlijn verder zou gaan dan wat de wettelijke basis, die voor deze richtlijn werd gehanteerd, toeliet. Het Europese Hof van Justitie oordeelde dat een zo hoog mogelijke beschermingsgraad van de volksgezondheid wél als richtsnoer kon worden gebruikt bij de harmonisering van reguleringen, op voorwaarde dat de nieuwe maatregelen het vrije verkeer van goederen binnen de eengemaakte markt niet bemoeilijken. Dat was volgens het Europees Hof van Justitie wél het geval. Vandaar de annulering.Deze uitspraak was ook een vingerwijzing voor het nieuw voorstel van richtlijn tot harmonisering van productgebonden tabaksreguleringen. Op 28 november bevestigde het Juridisch Comité van het Europees Parlement dat er problemen waren. Wij kunnen het volgende stellen.1. De nieuwe richtlijn beoogt de instelling van een maximum gehalte aan koolstofmonoxide per sigaret, terwijl er daartoe in geen enkele nationale wetgeving al regelgeving bestaat. Sommigen vrezen daarom dat de invoering van dit nieuwe maximum gehalte niet kan gezien worden als het harmoniseren van bestaande reguleringen.2. De nieuwe richtlijn wil de verscherpte maximum gehalten aan teer, nicotine en dus ook koolstofmonoxide, niet enkel opleggen voor sigaretten die in de eengemaakte markt op de markt worden gebracht, maar ook voor alle sigaretten die in de Europese Unie geproduceerd worden - en bijvoorbeeld bestemd zijn voor uitvoer naar landen buiten de Europese Unie. Ook hier rijst de vraag of dit feitelijk exportverbod wel binnen de bevoegdheden valt van de Europese Unie.Het zou raadzaam zijn dat deze juridische bedenkingen ernstig in rekening worden genomen bij de verdere besprekingen van de nieuwe richtlijn. De vraag rijst zelfs of dergelijk voorstel van richtlijn wel ter stemming moet worden voorgelegd aan het Europees Parlement tijdens zijn plenaire zitting van 11 en 12 december. De reputatie van de Europese instellingen zou er immers niet mee gebaat zijn wanneer het Europees Hof van Justitie nogmaals een richtlijn moet vernietigen op strikt juridische gronden. Naast de europarlementsleden moeten ook de vertegenwoordigers van de nationale regeringen hiermee rekening houden.Dit geldt in het bijzonder voor de Belgische vertegenwoordigers. Veronderstel even dat het voorstel toch wordt goedgekeurd, maar dat ook deze keer een lidstaat een klacht indient bij het Europees Hof van Justitie, en dat de uitspraak op het einde van het Belgische voorzitterschap bekendgemaakt wordt. Dat zou een luid klinkende dissonant kunnen betekenen in het Belgische libretto dat pleit voor een strikte naleving van de wetgevende bevoegdheden van de Europese instellingen ten opzichte van nationale initiatieven. Maar het gaat hier om tabak, zal dan een niet terzake doende reactie zijn. Waar het immers écht over gaat, zijn de bevoegdheden die de lidstaten aan de Europese Unie hebben overgedragen, en over de manier waarop die daarmee omspringt.Didier PutzeysDe auteur is advocaat in Brussel van de tabaksindustrie.