Technisch beeld van lange-termijnrente blijft voorlopig gunstig

(tijd) - De Belgische lange-termijnrente daalde deze week vlot beneden 7 procent. In de Verenigde Staten viel de rente op 30 jaar onder 6,5 procent en ging de rente op 10 jaar naar 6,10 procent. In Duitsland schommelt de lange-termijnrente rond 6,5 procent en in Japan is het begrip rentevergoeding voor spaargeld op korte termijn nagenoeg verdwenen. De reden? De signalen van een hernemende inflatie zijn overal gering en de conjunctuur in de drie grote economische zones is nogal wankel. Het feest op de obligatiemarkten heeft dus een fundamentele bodem. Waarom dan de pret bederven met het vermanende vingertje dat dergelijke situaties in de regel vluchtig en tijdelijk zijn? Een voor de hand liggende reden is zowel het recente als niet zo recente verleden. Recent zou 1994 nog voldoende vers in het geheugen moeten liggen; en over een wat langere termijn hebben we het niet vaak gezien dat rente, inflatie en conjunctuur een redelijk stabiel verloop laten zien binnen de looptijd van een doorsnee obligatie.Als investeerder in obligaties of als vermogensbeheerder brengt de vreugde bij een gunstige trend op de obligatiemarkten meteen ook een probleem mee. Hoe lang zal het feest duren? Niemand is er bij ons weten ooit in geslaagd daar een sluitend antwoord op te formuleren. Het volstaat zelfs niet om correcte inflatievoorspellingen te maken (als dat al mogelijk zou zijn op wat langere termijn). De handboekjes mogen dan al zeggen dat de lange-termijnrente vooral de weergave is van de toekomstige inflatieverwachtingen; in de praktijk klopt die vuistregel ongeveer even vaak als hij niet klopt.