Tentoonstellingachtig

Anne Decock is een van de kleine pareltjes in het Vlaamse kunstcircuit. Desondanks is ze geen paradepaardje dat als veelgevraagde gaste op biënnales en internationale tentoonstellingen opdraaft. Haar oeuvre ontwikkelt zich gestaag in de marge. Er zijn wellicht tal van verklaringen te vinden waarom Decock op de achtergrond blijft, maar een van de belangrijkste is zeker de aard van haar werk. Decocks artistieke discours is zo omvattend en tegelijk conceptueel dat het zich moeilijk leent tot momentane voorstellingen en tot het fragmentarisch tonen van werk zoals dat dikwijls in groepstentoonstellingen het geval is. Haar werken vragen een delicate totale enscenering, een geheel waarin elk detail kan functioneren in een breder kader, waarin alles verwijst naar alles. De objecten, films, sculpturen, tekeningen of schilderijen die Decock maakt of toont worden ontdaan van hun fysieke kwaliteiten als visuele objecten en krijgen veeleer het karakter van categorieën, van delen binnen een geheel.Toch nam Anne Decock al deel aan groepstentoonstellingen, maar stuk voor stuk waren het projecten die haar toelieten om de omvattendheid van haar oeuvre, haar systematisch denken uit de doeken te doen. Voor de tentoonstelling This is the Show and the Show is Many Things bijvoorbeeld, enkele jaren geleden in het Gentse Museum voor Hedendaagse Kunst, werd de deelnemende kunstenaars gevraagd om een dialoog met elkaar aan te gaan waardoor de tentoonstelling veel meer werd dan de som van de delen. Decock bakende toen nieuwe tentoonstellingsruimtes af, door een asfaltbekleding op een houten drager bijvoorbeeld, of door het neerzetten van een pergola van waaruit de bezoeker de overige kunstwerken in de show kon bekijken. Op die manier maakte Decock de bezoeker er van bewust dat de situatie waarin hij zich bevindt bij uitstek een enscenering is, waarin alles wat je bekijkt en hoe je het bekijkt al van bij het begin bepaald wordt door de denkcategorie kunst. Decock omschrijft haar werk daarom ook niet als kunst maar als kunstachtig en de shows die ze maakt als tentoonstellingachtig. Het achtige moet verwijzen naar een zekere afstand die ze inneemt, waarmee ze tegelijk ook een zekere kritiek op het fenomeen formuleert. Decock wil ons doen inzien hoe bepalend de institutionele context wel is waarin een kunstwerk gemaakt, getoond en bekeken wordt. Een en ander mag dan al zwaar op de hand lijken, Anne Decock brengt haar boodschap meer dan eens met een fijn gevoel voor humor. Dat blijkt ook uit de solopresentatie die ze dezer dagen brengt in de Antichambres van het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten, niet toevallig een van de meest institutionele instellingen in het Belgische kunstrijk. In de Antichambres worden vijf ruimtes in beslag genomen, door het ingrijpen van Decock verschijnen ze als kantoor, opslagruimte voor kunstwerken, tentoonstellingszaal of auditorium, plekken dus die stuk voor stuk naar de sfeer van de kunstproductie verwijzen. Als bezoeker voel je je meteen vreemd in deze ruimtes. Zijn de schilderijen en tekeningen, de sculpturen en installaties die hier getoond worden echt kunst, of is het net de enscenering van het geheel waarin het kunstzinnige ligt vervat? Een pertinente vraag die heel wat zegt over de kunst in het algemeen en over de manier waarop kunstenaars vandaag bijvoorbeeld site specific werk realiseren. Wat maakt het werk van al die in-situkunstenaars tot kunst? Is het de draagkracht van het werk zelf of is het de context waarin de brouwsels worden gebracht die hen tot kunst verheft?Naar aanleiding van het project dat Decock hier realiseert wordt ook een krantje uitgegeven met de titel Amazing Flying Rooms. Van dat krantje werd eerder al een eerste editie uitgegeven, naar aanleiding van Decocks deelname aan de tentoonstelling Beeld in Park in Brussel. Tijdens de loop van de expositie in het PSK zal nog een derde krantje verschijnen. Ook in deze publicatie bevraagt de kunstenares het instituut van de kunst. Zo kan je in het krantje een (bijzonder grappige) discussie lezen tussen twee kunstwerken en een interviewer. Een stuk ernstiger dan weer is de e-mailconversatie tussen Decock en een jonge juriste die zich bezighoudt met het statuut van de kunstenaar in België. Behalve de naam voor de publicatie is Amazing Flying Rooms ook een virtuele tentoonstelling in Zeno X Gallery in Antwerpen, de plek waar Anne Decock vroeger exposeerde. Het gesprek tussen de twee kunstwerken vindt overigens plaats in dezelfde galerie.Anne Decock kondigde enkele jaren geleden haar afscheid aan als beeldende kunstenares en ging daarop audiovisuele kunsten studeren aan het Sint-Lukasinstituut in Brussel. Sindsdien is Anne Decock Anne Decock niet meer en moeten we eigenlijk spreken over de vereniging die ze oprichtte en waarmee ze nu projecten concipieert. Die vereniging kreeg reeds verschillende namen: eerst was er 5th World Brussels, daarna THWB5TH, en nu is er ook het pseudoniem Anne Decock Van Raef. Lig daar als bezoeker maar niet van wakker, het goochelen met namen is net zo goed een spel waarmee de kunstenares nogmaals de op categorieën gerichte kunstwereld een hak probeert te zetten.Els ROELANDTAmazing Flying Roomseen tentoonstelling van Anne Decocktot 4 november in de Antichambresvan het Paleis voor Schone Kunsten,Koningstraat Brussel. Alle dagengeopend van 10 tot 18 uur.Tel. Info: 02/507.84.66.