Terug van weggeweest

In de jaren 80 baarde het werk van de Canadese choreograaf Edouard Lock en zijn gezelschap Lalala Human Steps heel wat opzien. Een voorstelling als bijvoorbeeld New Demons steunde dan wel sterk op de verworvenheden van modern-klassieke meesters als Balanchine of Cunningham, de manier waarop Lock met die erfenis omging was ongezien. De opwinding en energie die het stuk uitlokte, was meer verwant met die van een rockoptreden dan van een balletvoorstelling. Die impact was in grote mate te danken aan Louise Lecavalier, de sterdanseres van Lock. Met haar ambigue uitstraling, een engelachtig gelaat op een afgetraind lichaam, en haar halsbrekende sprongen, hield zij het publiek in de ban. Maar Locks werk is ook in andere opzichten verwant aan rockoptredens. Met voor die tijd behoorlijk gesofistikeerde middelen maakte hij van zijn voorstellingen shows die alleen al omwille van de filmbeelden en de lichteffecten de moeite waard waren. Dat was ook de achilleshiel van zijn werk: na alle visuele en akoestische geweld vroeg je je vaak af waar het hem nu allemaal om begonnen was. Dat bleek vaak onmogelijk te achterhalen, en Lock zelf was niet bijzonder behulpzaam om tekst en uitleg bij zijn overrompelende beelden te leveren. In de jaren 90 ging zijn ster dan ook steeds meer tanen.Vrij onverwacht nodigt de Singel hem nu echter, na een jarenlange afwezigheid in België, weer uit voor een voorstelling, die het kunstencentrum meteen ook mee produceert. De beknopte aankondiging van Amelia doet vermoeden dat Locks idioom niet wezenlijk veranderd is. Samen met zijn gezelschap poëtiseert hij het risico en het extreme, om een extatisch gevoel op te wekken, zowel bij de vertolkers als bij het publiek. En verder luidt het: Hij nodigt ons, door het partieel isoleren van bewegingen, uit tot een gefragmenteerde visuele perceptie van het lichaam, niet anders dan onze manier van waarnemen in het dagelijks leven. Alleen is Louise Lecavalier nu niet meer van de partij. Ook opmerkelijk is dat de negen dansers in deze voorstelling op spitsen dansen. Dat belooft ballet op speed.Amelia van Lalala Human Steps staat van donderdag 21 tot en met zaterdag 23 november in de Rode Zaal van De Singel, telkens om 20u. Inlichtingen en reserveringen: www.desingel.be of 03/248.28.28.Verdwijnend lichaamDe Zweed Rasmus Ölme werkte verschillende jaren in België met onder anderen Wim Vandekeybus (Ultima Vez) en Sam Louwyck (Les Ballets C. de la B.). Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan, en Ölme ging zelf choreograferen. Zijn eerste eigen voorstelling heet This is not a test. Het is een werk voor twee dansers en een live muzikant/componist. Het stuk ging in Stockholm in première op 6 december 2001 en luidde meteen de geboorte in van Ölmes Refug-collectief. De voorstelling kreeg van de Zweedse pers lovende kritieken als its pushing and cool, its wild and pounding. De voorstelling was al eenmalig in april te zien in Brussel en staat nu opnieuw in de KVS/De Bottelarij in het kader van The Nordic Scene. In This is not a test onderzoekt Ölme de tegenstelling tussen de begrippen speed en velocity. Hij vertrekt van de vaststelling dat we ons vaak verplaatsen zonder te bewegen, dat we hoge snelheden bereiken zonder iets te doen. Ons lichaam verliest zo de ervaring van snel en gezwind te bewegen op eigen kracht. Een wagen kan dan al hard rijden, gezwind bewegen kan hij niet. De voorstelling vertrekt vanuit de pijnlijke ervaring van onze verdwijnende lichamelijkheid.This is not a test van Rasmus Ölme staat op 26 en 27 november om 20u in De Bottelarij, Delaunoystraat 58, 1080 Brussel. Reservering : 02/412.70.40.Blauwdruk van een voorstellingDavid Hernandez studeerde muziek, jazz, opera en dans in de VS. In 1993 kwam hij in het kielzog van Meg Stuart naar België. Vier en een half jaar werkte hij met Meg Stuart & Damaged Goods. Ondertussen choreografeerde en danste hij eigen werk: de solos Edward (1996) en Fernando (1997) en de groepschoreografie The essence of its going (1998). Hij geeft les aan P.A.R.T.S. en bij verschillende dansgezelschappen. Tijdens de voorbije jaren kwam David Hernandez voorliefde voor (gestructureerde) improvisatie steeds meer op het voorplan. Samen met Meg Stuart en Christine de Smedt ontwikkelde hij in 1996 het improvisatieproject Crash Landing. Recente voorstellingen als Love Letters (1999), Quartet (2000), maar ook The Mapping of Canada, gemaakt met Alexander Baervoets, noemt hij elastische choreografieën, waarin het choreografisch kader de danser steeds ruimte laat voor improvisatie.Hernandez laatste creatie heet Blueprint. Het is een groepswerk dat hij omschrijft als een blauwdruk van een happening. In de studio brengen de dansers stukjes materiaal lichaamsposes, videobeelden, teksten, woorden samen in een geraamtestructuur, waarbinnen de details steeds opnieuw anders ingevuld zullen worden. Het gebruik van de camera en de zelf-montage als choreografisch onderzoek staan in dit project centraal. De voorstelling is dus geen afgelijnde choreografie maar een happening in real time, te vergelijken met een beeldhouwwerk in wording, en waarin improvisatie een duchtig woordje meespreekt. Voor deze voorstelling werkt Hernandez samen met muzikant David Shea. Blueprint staat op 20 november om 20u30 in de Velinx in Tongeren (012/39.38.00 of www.develinx.be) en op 21 november om 20u15 in CC Maasmechelen (089/76.97.97 of www.ccmaasmechelen.be ).Meer dans in LimburgOok in Limburg deze week : Bobo in paradise van Hush Hush Hush, het dansensemble van Abdelaziz Sarrokh. Sarrokh is een van de weinigen die in België op een succesvolle manier de brug heeft kunnen slaan tussen de wereld van de hiphopdans en de officiële podia. Zijn voorstellingen leunen sterk op de straatcultuur van de hiphop, maar leggen ook steeds verbanden naar andere culturele en maatschappelijke gebieden. Dat levert voorstellingen op van een wisselvallige maar intrinsiek wel boeiende kwaliteit. Bobo in Paradise vertrekt van de kritische observaties die auteur David Brooks in zijn gelijknamige boek maakt over de betekenis van het begrip paradijs. Heeft ze te maken met eeuwige rust of staat de houding van religieuze en andere fanatici garant voor het bereiken van de paradijselijke staat? De dansers van Hush Hush Hush zoeken in deze voorstelling de stafkaart die de weg naar het paradijs aanwijst. Ze doen dat in een decor van Niek Kortekaas: een gesloten doos met mobiele wanden die tegelijk projectieschermen zijn. Zo kan de ruimte naar believen van karakter veranderen. Net zoals de sfeer waarin de dansers vertoeven: nu eens zoeken ze het in de waanzin, dan in de erotiek, dan weer in de esthetiek. Bo Spaen levert de muziek die in dit verhaal de beweging aanzwengelt. Bobo in Paradise staat op donderdag 21 november om 20.15u.in CC Genk Auditorium Limburghal en op vrijdag 7 februari 2003 om 20.15u in Muze Heusden-Zolder. Inlichtingen en reserveringen : www.dansinlimburg.be .Samenstelling: Pieter TJONCK