Advertentie
Advertentie

Textielsector sterker dan ooit

Het lijkt een titel die tegengesteld is aan de berichtgeving van de jongste dagen over de sluitingen van de grote textielondernemingen. Van de insiders die de sector kennen, was het faillissement van de betrokken bedrijven niet echt een verrassing. Voor Louis de Poortere was het eerder het einde van een kroniek van een aangekondigde dood. Niettegenstaande deze zwarte schaduw, doet de Vlaamse textielsector het zeer goed. In 1999 lag het productieniveau van de Vlaamse textielsector 11 procent hoger dan in 1995. Dit jaar lijkt België op weg om het leiderschap in de Europese textielsector over te nemen. Tijdens het eerste trimester van 2000 steeg de Belgische textielproductie met niet minder dan 7.3 procent en de omzet zelfs met 10.1 procent. Uit de synthetische conjunctuurcurve van de Nationale Bank over de Belgische textielactiviteit blijkt dat de conjunctuurtop zelfs nog niet is bereikt.Ondanks deze goede cijfers is het uiteraard spijtig dat meer dan duizend werknemers hun job verliezen. Ik ben er echter van overtuigd, indien op korte termijn geen overnemers zouden worden gevonden worden, dat deze werknemers in de regio een gelijkaardige job zullen vinden bij een werkgever-bedrijfsleider, die zijn zaak beter zou runnen dan de bedrijven die het faillissement hebben verkregen. Al een aantal jaar staan er bij textielbedrijven 1.000 vacatures open. ImagoDoor de gebeurtenissen van de voorbije dagen is het imago van de getroffen sector opnieuw geschonden en dit bij het begin van een nieuw schooljaar. De sector leverde de voorbije periode enorme inspanningen. Naar aanleiding van bedrijfsbezoeken, heb ik vastgesteld dat de textielsector een moderne kapitaalsintensieve sector is. De textielsector investeert voortdurend in nieuwe machines, productieprocessen en productie. De nieuwste technologieën worden toegepast met begrip voor de informatie- en communicatietechnologieën (ICT) waarmee de nieuwe economie draait. Daarnaast beschikt de sector over goed opgeleide en gemotiveerde werknemers met zin voor creativiteit, die een van de grote troeven voor de toekomst blijft.De vorige Vlaamse regering besliste om geen sectoraal ondersteuningsbeleid te voeren, wat op zich niet zo slecht bleek aangezien de ingezette beweging om een aantal kleinere textielbedrijven ook te betrekken bij wetenschappelijk onderzoek verder staat dan ooit. De textielsector staat echter voor een aantal grote uitdagingen, die om ondersteuning vragen van de Vlaamse regering en waar momenteel elke aanzet ontbreekt. De opgebouwde concurrentiële voorsprong kan enkel worden aangehouden indien er dringend werk wordt gemaakt van een bijsturing van een aantal omgevingsfactoren zoals milieu, ruimtelijke ordening en onderwijs.Het waterbeheer, zowel de bevoorrading sokkelwater als de lozing van afvalwater, stelt de textielsector voor problemen. Door de uitputting van de grond- en oppervlaktewater dreigt een vermindering van vergunde debieten, een aanpassing van de heffing op het grondwater en de zoektocht naar alternatieve waterbronnen. De verstrenging van de criteria voor verwerking van bedrijfsafvalwater in de rioolwaterzuiveringsinstallaties en de aanpassing van de sectorale lozingsnormen uit Vlarem vragen bijkomende investeringen van die bedrijven.Voor de ruimtelijke ordening blijft de problematiek van zonevreemde bedrijven prioritair. Zonevreemde textielbedrijven kunnen een oplossing nastreven door het opstarten van de procedure van het planologische attest bij de gemeente, om uiteindelijk opgenomen te worden in een sectoraal BPA.Het voeren van een duurzame energiebeleid volgens de verplichtingen van het Kyoto-protocol is een volgende uitdaging. Voor de bedrijven zal het terugdringen van de Co2-uitstoot wellicht gepaard gaan met een verhoging van de energiefactuur.De Vlaamse overheid dient begeleidende maatregelen uit te vaardigen om die overgang haalbaar te houden.De overheid moet ook meer investeren in opleiding. De textielsector heeft reeds ruime tijd een tekort aan personeel en in het bijzonder aan gekwalificeerde arbeidskrachten. Goed uitgebouwde textielopleidingen moeten meer mensen voorbereiden voor een job in de sector. Bijzondere aandacht moet hierbij uitgaan naar het opzetten van clusters tussen onderwijs, bedrijfswereld en wetenschappelijke instellingen om toekomstige textielwerknemers zo vroeg mogelijk in contact te brengen de sector en met de meest geavanceerde technologie. Ook hier kan de regering via convenanten een duwtje in de rug geven. En tenslotte, zou de media er goed aan doen om naast het slechte nieuws ook eens het positieve nieuws over de textielsector te coveren. Dit zou zeer zeker het imago ten goede komen, want de sector heeft nog een schitterende toekomst. Carl DECALUWEDe auteur is Vlaams volksvertegenwoordiger (CVP)