Tijd, getal, bewustzijn

Tijd, getal, bewustzijn Er bestaan intelligente mensen die de oudste literatuur en de nieuwste wetenschap tot een kosmisch geheel trachten te verbinden. Indien goed gedaan, is dat zeer boeiend. Het hoeft daarom niet eens waar te zijn. De Nederlandse leraar, schrijver en studax Henri Oosthout is uit dat hout gesneden. Hij heeft duidelijk met veel genoegen de door hem verzamelde kennis aan elkaar gehaakt: filosofie, natuurwetenschap, psychologie, literatuur en niet vergeten, wiskunde. Zo ontstond een boek over ruimte en tijd, dat tegelijk een reis door de tijd is, van Achilleus tot de zwarte gaten. Het gaat over denken en zijn, over zijn en worden, de kwantumtheorie en de god Eros. Er zitten veel oude Grieken in dit boek maar toch vooral veel Plato. Oosthout is duidelijk gefascineerd door de demiurg, een door Plato bedachte vakman die het heelal in elkaar zou hebben geknutseld uit ordeloze materie. Versta dus, de 'uitwerker', niet de architect. Maar Plato zegt zelf al dat het een literaire kunstgreep is, zogenaamd van ene Timaios die hij citeert. De demiurg is dus niet letterlijk te nemen, omdat de geschiedenis van het universum geen onderwerp van kennis kan zijn, alleen van geloof. Dat zal onze geleerde tijdgenoot Stephen Hawking ongaarne vernemen. Hij weet namelijk alles, nu ja veel, van de big bang en van de 'big crunch', een finaal moment dat het einde van de kosmos zal betekenen. Is 'geloven' in dit geval het goede woord? En moeten wij er ons feitelijk iets van aantrekken wat over vele miljarden jaren te gebeuren staat? Maar tijd is ruimte en heden is zowel verleden als toekomst. De lezer kan het zelf uitzoeken met dit boek - snel, als hij geschoold is in wetenschappen en wiskunde, een tikje trager als hij meer geporteerd is voor literatuur en filosofie. De stijlwisselingen zijn doelbewust en vormen een spel op zich: van zakelijke tekst over dialogen en mythen tot pure citaten. De schrijver fantaseert ook eigen dialogen tussen Plato, Aristoteles en Kant - die voor hem de drie fundamentele visies vertegenwoordigen op de aard en reikwijdte van de menselijke kennis. Het boek heeft documentaire waarde, vanwege twee registers, voor personen en zaken, plus een Lijst met verklaring van namen en begrippen, plus een uitgebreid literatuuroverzicht. Wetenschappelijke en wiskundige tekeningen ontbreken niet. Evenmin als occasionele, ingehouden humor. Henri Oosthout - Tijd, getal, bewustzijn/ Het spel van eenheid en veelheid van Herakleitos tot Hawking - 2003, Kampen, Klement, 445 blz., 39,95 euro, ISBN 90-77070-31-1. Geen dood en geen vrees Na de Dalai Lama is de Vietnamese Zen-monnik Thich Nhat Hanh ongetwijfeld de bekendste boeddhist ter wereld. Zijn 'Plum Village' in Zuid-Frankrijk en soortgelijke meditatiecentra in de VS hebben in de loop der jaren duizenden (be)zoekers getrokken. De jonge Thich behoorde tot de orde der monniken die in de vroege jaren zestig actie voerden tegen het corrupte Vietnamese regime en zijn Amerikaanse beschermheren. De actie was vredelievend, maar niet zelden spectaculair: monniken staken zichzelf bij wijze van protest in brand. Toen het Vietnamese conflict in volle hevigheid losbarstte, moest Thich het land verlaten. Sedertdien woont en reist hij in het Westen. Hij leidde de Vietnamees-boeddhistische delegatie bij de vredesbesprekingen in Parijs, vroege jaren 70. Door Martin Luther King werd hij voorgedragen als kandidaat-Nobelprijs voor de Vrede. Hij schreef intussen meer dan honderd boeken. Zijn jongste gaat expliciet over de dood en de menselijke angst ervoor. Het is ongetwijfeld geinspireerd op het eeuwenoude 'Tibetaanse dodenboek', maar een stuk minder ambitieus. Thich Nhat Hanh heeft een heel eigen, simplistische stijl ontwikkeld die met opzet belerend en toegankelijk is. Hij respecteert wel de boeddhistische traditie van verwijzing naar alledaagse of persoonlijke dingen. Geboorte en dood zijn deuren met toegang tot het leven. Ook als we zogenaamd dood zijn, leven we verder in onze kinderen en in iedereen die we gekend hebben. En dan geeft hij zichzelf als voorbeeld: 'Ook al mogen mijn boeken en voordrachten in Vietnam niet worden uitgegeven, ik ben daar toch aanwezig. Mijn leer circuleert wijd en zijd, ook al is ze officieel niet toegestaan. De veiligheidspolitie confisqueert mijn boeken en leest ze stiekem. Ze worden door anderen ondergronds gedrukt en gepubliceerd. Ik zet me dus voort in Vietnam. (...) Als je met dharma-ogen kijkt, zie je dat ik in vele vormen herboren ben.' En nog niet eens gestorven. Gebrek aan valse bescheidenheid is een fundamenteel boeddhistisch principe. Thich Nhat Hanh - Geen dood en geen vrees/ Bemoediging en wijsheid voor de levenden - 2003, Utrecht/Antwerpen, Servire, 192 blz., 19,99 euro, ISBN 90-215-3559-9. Neen, ik ben niet lui Sedert de outing van de gewezen radiomaker Luk Saffloer ('Te moe om te sterven') hebben de meeste mensen weleens gehoord van het Chronische Vermoeidheidssyndroom (CVS), ook wel myalgische encephalomyelitis (ME) genoemd. Het is een merkwaardige ziekte, waar nog lang niet het volle licht over geschenen heeft. De kwaal tast nu ook al jongeren aan, met name pubers en adolescenten. De symptomen zijn veelvuldig en wisselend. Volwassenen rapporteren vooral concentratieproblemen, vermoeidheid en een gebrek aan energie. Kinderen klagen meer over hardnekkige hoofdpijn, buikpijn, verlies van eetlust en misselijkheid. Jongens ervaren veelal leerproblemen, meisjes hebben meer last van gezwollen klieren. Vaak herinneren de symptomen aan een begin van griep. CVS gaat niet zelden gepaard met anorexia, fobieen, depressie. Leraars, ouders en artsen stellen geregeld foute diagnoses. In het boek zijn heel wat (anonieme) getuigenissen van jongeren en ouders opgenomen. Er mag uit blijken dat de ziekte dikwijls verward wordt met luiheid, plantrekkerij en schoolmoeheid. Terloops wordt eraan herinnerd dat ook bij deze aandoening het Munchhausen-syndroom bestaat. Het houdt in dat een persoon zichzelf opzettelijk ziek maakt, om een medische behandeling, een opname of zelfs een operatie te kunnen krijgen. Het is een uiting van de zogenaamde schreeuw om aandacht. Nog vreemder is het dat er gevallen zijn gesignaleerd van ouders die hun kind opzettelijk ziek maakten, om het te kunnen laten behandelen. Dat is het zogenaamde 'Munchhausen-syndroom met volmacht'. Het doet niets af aan de reeel bestaande kwaal. Het boekje besluit met aanbevelingen en een lijst van contactadressen voor hulpzoekenden in Belgie. De auteurs zijn beiden klinisch psycholoog aan de Vrije Universiteit Brussel. Elke van Hoof & Mieke Maertens - Neen, ik ben niet lui/ Een gids voor jongeren met CVS/ME en hun opvoeders - 2003, Brussel, VUBPress, 111 blz., 14,95 euro, ISBN 90-5487-334-5.