Advertentie
Advertentie

Tijd om de laatste achterdocht op te ruimen?

Burgemeester Barbé van Terneuzen is een fervent pleitbezorger voor nauwere samenwerking met Gent en Oost-Vlaanderen. Hij zag graag de achterdocht uit de relatie verdwijnen, maar begrijpt ook enige Gentse terughoudendheid. De tijd lijkt hem rijp om te denken in termen van één groot havengebied, één arbeidsmarkt, één spoornet enzoverder.IN NEDERLAND zijn de burgervaders door Den Haag benoemde ambtenaren, maar in Terneuzen zetelt een Zeeuws-Vlaming, meer bepaald 'een jongen uit Phillipine'. Hij herinnert zich de leegloop van Zeeuws-Vlaanderen en de uitstoot van arbeidskrachten uit de landbouw, net als in heel Vlaanderen. De Nederlandse regering begon in de periode '55-'60 daaraan te verhelpen, want de regio had door zijn ligging aan Schelde en kanaal flink wat potentieel. Een aantal basisindustrieën zocht vestigingsplaatsen aan diep vaarwater. De investeringsbeslissingen van toen bleken bijzonder vruchtbaar te zijn en waren mede geïnspireerd door de vraag uit Gent om zeesluis en kanaal te optimaliseren voor modernere scheepstypes. Dat leidde tot nieuwe industriële impulsen, zowel langs het Nederlandse als langs het Belgische eind van het kanaal, waar Volvo en Sidmar zich nestelden.