Tokio: gas terug

Na enkele mooie maanden kwam er deze week een einde aan het herstel van de Japanse beurs. De G7-top gaf de yen vleugels, maar dit had een duidelijk negatieve impact op de aandelenmarkt. Zoals in Europa en de Verenigde Staten gingen de cyclische sectoren onderuit maar vooral de duurzame consumptiegoederen betaalden het gelag. Hier zitten de grote dollarverdieners zoals de autobouwers Toyota en Nissan en de makers van consumentenelektronica zoals Matsushita en Sony. Vooral bedrijven met weinig productiefaciliteiten in het buitenland werden sterk getroffen. Honda kon dus nog relatief goed standhouden. De duurdere olie was voor de autobouwers wel een bijkomend negatief punt. De Organisatie van Olie-Exporterende Landen, OPEC,besliste deze week onverwacht haar productieplafond te verlagen met 900.000 vaten (wat neerkomt op een aanbodbeperking van 3,5 procent), met ingang van 1 december. De hogere olieprijs maakte van de oliesector de winnaar van de week. In Japan is dit nochtans geen evidentie omdat de sector hier hoofdzakelijk 'downstream' georienteerd is en minder betrokken is bij exploratie- en productieactiviteiten. Andere cyclische namen kwamen uit met winstwaarschuwingen. Zowel non-ferroproducent Mitsubishi Materials als bandenproducent Bridgestone mocht de winstvooruitzichten neerwaarts herzien. Bij de kapitaalgoederen merkten we deze week wel enkele positieve winstherzieningen. De binnenlandse sectoren voeding en distributie deden het goed. In augustus waren de kleinhandelsverkopen 2,8 procent hoger dan in juli met hogere bestedingen voor voeding en drank. Steeds meer economen stellen de groeivooruitzichten opwaarts bij. Het Tankan-rapport van volgende week zal een goede indicatie leveren of dit toegenomen optimisme gerechtvaardigd is.