Tokio: techno

Dankzij een sterke prestatie van de Amerikaanse technologiemarkt Nasdaq en, voor het eerst sinds lang, een lichte daling van de koers van de yen, kon de Japanse markt in de voorbije week opnieuw een flinke stijging neerzetten. De Nikkei225-index sloot de week 2,9 procent hoger af, de bredere Topix hield het op een stijging van 1,4 procent. Vooral het halfgeleidersegment van de technologiesector deed het goed. Met name de signalen van een cyclisch herstel van de technologiemarkt, die deze week vanuit de VS kwamen overwaaien, ondersteunden deze waarden. Uitschieters waren Advantest en Nikon. Ook Fujitsu deed het goed nadat het op vrijdag de winstverwachtingen voor het lopende boekjaar opwaarts had bijgesteld omdat het een meerwaarde boekte op de verkoop van aandelen in de roboticaproducent Fanuc. Of het nu een gevolg is van de aanhoudende interventies van de Bank of Japan, die volgens een rapport al de hele maand aan de gang zijn, zal wel nooit duidelijk zijn, maar naar het einde van de week toe kon de koers van de yen eindelijk opnieuw wat dalen. Dat was goed nieuws voor de autoproducenten en voor de consumentenelektronica. Er was ook nieuws van de banken, die deze week met de jaarcijfers naar buiten kwamen. Dat de zeven grootste banken een gezamenlijk verlies van 4.600 miljard yen leden was niet echt een verrassing. Opvallend was wel het optimisme dat UFJ en Mizuho tentoonspreidden door te stellen dat ze over het lopende jaar opnieuw een dividend uitbetalen; UFJ kondigde zelfs een inkoopprogramma van eigen aandelen aan. Het optimisme dat hierdoor in de aandelenmarkt ontstond, werd snel de kop ingedrukt door de minister van Financiele Diensten, Takenaka, die stelde dat het ergste voor banksector nog niet achter de rug is en dat nog heel wat slechte leningen van de balansen moeten worden afgeboekt.