TOKIO

Het is april 1989 en in Tokio bloeit rozig de kerselaar, kwetsbaar als een baby. De Japanners kultiveren graag fragiele dingen. Als je dat kan, kan je alles aan. Zeker de robuuste dingen, die zelfs pakweg Amerikanen voortbrengen. Dat intens gevoel voor dreiging en vergankelijkheid, dat epidermaal instinkt van zelfbehoud bezitten natuurlijk alleen bewoners van stukken aarde die voortdurend beven. Voorts valt er over de Japanners niet veel te vertellen. Want kijk, ze doen alleen wat ons ook altijd geleerd werd. Mijn vader zei het al: hard werken, jongen, en sparen. Misschien moeten wat meer Westeuropeanen naar Japan om daar te zien dat hun vader gelijk had. Want het is misschien allemaal heel eenvoudig. Vergelijk de Japanners met onze betere broodjesbakkers. Zondagochtend vormen zich voor hun winkels Oosteuropese rijen, hoewel het wemelt van bakkers in de buurt. 'Het zijn doodwroeters', wordt van hen gezegd en 'Ze hebben geen leven'. Broodnijd zou je't kunnen noemen. Maar dat onze betere broodjesbakker zijn rijkdom niet gestolen heeft, daarover is iedereen het eens. Het is onze bakker allemaal niet in de schoot geworpen. Zijn zondagen beginnen om middernacht en nog vijf andere dagen van de week eveneens... Ook de Japanners hebben niets voor niets gekregen. Als ze vandaag de rijkste natie ter wereld zijn en dat de komende jaren nog meer zullen worden, dan is het omdat ze... betere broodjes bakken en er zelf nauwelijks van opeten. 'Vergeet Zen, de maatschappelijke harmonie, het just-in-time stockbeheer, kaizen (voortdurende verbetering), quality control en veel ander alaam dat door allerlei managementsgoeroe's tot de essentie van Japans Wirtschafswunder is uitgeroepen,' zei ons een Brits bankier die nu en dan met vitriool over Japan schrijft. 'De kerngedachte van Japan Inc. is dat ekonomie dient om macht op te bouwen, niet om de bevolking welvaart te bezorgen.' In dat schema past dan dat de spaarkwote in Japan al een eeuwigheid 'artificieel hoog' wordt gehouden. En dat sparen wordt dan goedkoop doorgespeeld aan de Japanse industrie. 'Die spaarzin heeft te maken met het feit dat de Japanners geen tijd krijgen om gulzig te konsumeren, terwijl een stukje eigen vastgoed in de meeste steden voor de middenklasse onbetaalbaar is,' aldus onze Britse bankier. 'Japan fokte gewoon zijn exportindustrie op, middels een zichzelf nu voortplantend beleid van overvloedig en goedkoop kapitaal. De beurskoersen zijn zo hoog, omdat er enorm gespaard en ook in aandelen belegd wordt, wat meteen de kapitaalkost voor de bedrijven drukt. Nergens in de wereld kan de nijverheid tegen zo'n voorwaarden kapitaal aantrekken. En in de mate dat nu op grote schaal via aandelengerelateerde emissies in vreemde munten ook nog op de toekomstige koersstijgingen en wisselkoerswinsten wordt geanticipeerd, wordt Japan helemaal een uitzonderlijk krachtige money-machine...' Dat kan als diatribe tegen Japan tellen. Hoewel onze vergelijking met de bakker overeind blijft. Mag oordeelkundig zwoegen dan niet ? En waarom zou een bakker zijn eigen verse broodjes moeten opeten en waarom zou hij niet spaarzaam, misschien zelf gierig mogen zijn ? 'Kunnen wij het helpen dat de Amerikanen zo weinig sparen en van de weeromstuit, meer in- dan uitvoeren ?,' zeggen de Japanners als de vermoorde onschuld. Want het hangt natuurlijk samen. Waar weinig gespaard wordt, is weinig geld beschikbaar voor de versterking van de eigen industrie. Nationale produkten worden in die landen verdrongen door produkten uit landen die de lange termijn niet opofferen en wel intensief investeren. Tussen het sparende land en het verbruikende land onstaat een handelskloof die des te moeilijker te dichten valt, omdat de produkten die in het eigen land worden verdrongen, natuurlijk ook niet in aanmerking komen voor export naar het land met sterke produkten. Met devaluaties en protektionisme kan je 't tij proberen keren, maar zoals de Amerikaans-Japanse ervaring leert, is prijsbeïnvloeding geen wondermiddel. De rijen voor de betere broodjeswinkel blijven, zelfs wanneer de broodjes wat duurder worden. Uiteindelijk raken de handelsstromen maar weer in evenwicht, wanneer het overschotland gaat investeren in het deficitland en vanuit dat deficitland gaat exporteren naar het overschotland. Dat gebeurde de jongste jaren tussen Japan en Amerika en dat kan nu gebeuren tussen Japan en Europa. Samenhorigheid De Japanse zelfstandige bakkersmentaliteit is diep geworteld. Het land werd nooit gekolonizeerd, maar kolonizeerde zelf. En hoewel het Japanse militarisme na de oorlog door de Amerikaanse bezetter met wortel en al werd uitgeroeid, ligt hun na-oorlogs ekonomisch en financieel sukses toch in het verlengde van de vroegere Japanse, imperiale ambities. 'Vergeet niet, zegt Sony-topman Akio Morita in zijn boek 'Made in Japan', dat Japan in het begin van de 20ste eeuw na amper 40 jaar industrializering en met slechts 30 miljoen inwoners, al in staat was om China (1894-1895) en tsaristisch Rusland (1905) te verslaan. Japan was bij het begin van de eerste wereldoorlog al een dominante industriële en militaire macht in de regio.' Na de tweede wereldoorlog zette Japan een verschrikkelijke militaire nederlaag in 40 jaar om in een eclatante, financiële en ekonomische overwinning. Met in het achterhoofd de legende van feodale heer Mohri Motonari. Deze vroeg op zijn doodsbed zijn drie zoons elk met de handen een bundel pijlen te breken, zo leert het verhaal. Het lukte geen van hen. Toen vroeg Motonari dat ze't samen zouden proberen. Het lukte. L'union fait la force, waar hebben we dat nog gehoord. In Japan draait deze samenhorigheid rond het begrip Wa, de harmonie in een dorp dat de rijstoogst heeft binnengehaald. Voor dat werk is iedereen even verantwoordelijk, zonder gradatie. De Japanners zijn biezonder gesteld op hiërarchie en status, maar in de bedrijven leidt dit niet tot strak-funktionele jobdefinities. 'Iedereen is verantwoordelijk voor alles en moet zelf uitmaken waar zijn job eventueel eindigt,' zegt Susumu Takiguchi, een in Londen gestationeerd socioloog van Nomura. Een onderneming wordt dan een familie waarvan je als man een heel leven lang deel uitmaakt. Op flexibiliteit en mobiliteit tussen ondernemingen, twee belangrijke instrumenten van het atlantische management, hebben de Japanners het helemaal niet begrepen. Flexibiliteit en mobiliteit worden in de schoot van de grote ondernemingen zelf georganizeerd. Aan dat geheel is het Japanse individu ondergeschikt. Zegt politoloog Takiguchi : 'Japanners worden bewust of onbewust voortdurend en soms met zachte dwang, tot onderlinge overeenstemming uitgenodigd.' Japan verwestert Is Japan daarmee een mieremaatschappij met aan het hoofd het mytische MITI, het Plan, en daaronder een bijna militair raderwerk? Dat valt wel mee. Japanners zijn gewoon harde werkers, allicht iets beter geschoold dan de Amerikanen en verder betalen ze tegen heug en meug belastingen. Ze behangen nu zoals wij toen we't nog konden betalen, hun muren met Bernard Buffet, Van Gogh en Marc Chagall, en je zal ze nooit voor enige godsdienst zien militeren. Tijdens het leven belijden ze wat 'shinto', terwijl ze 't voor de reïnkarnatie en uiteindelijke hemelvaart bij Boeddha of ook Kristus houden. Nog iets, niet eens terloops : Japanners lopen heel zelden naar advokaten en rechtbanken. De States tellen 500.000 advokaten en er komen er elk jaar 39.000 bij; Japan met de helft van de inwoners telt 17.000 advokaten en er komen er jaarlijks 300 bij. Japan telt wel twee keer meer ingenieurs.... Die 'vertrouwdheid' van Europa en Amerika met de Japanner kan de komende jaren nog groter worden, naarmate de buitenwereld zich intensiever aan Japan opdringt. Er bestaat alleszins een grote ontvankelijkheid, getuigen sociologen, want de Japanners zijn ontevreden. Daarom beet de openbare opinie zich de jongste maanden zo vast in de korruptie rond Recruit Cosmos, die zopas leidde tot een resem ontslagen en een ware politieke destabilizatie van het land. De middenklasse in Japan krijgt het gevoel dat de enorme welvaart wat aan haar voorbijgaat. 'Je kan alleen nog rijk worden door te erven, niet meer door hard te werken en te sparen' hoor je weleens van mensen die niet profiteerden van de beurshausse en van de stijging van de vastgoedprijzen. Vroeger kon je zeggen dat 'wat goed is voor de Japanse business, goed is voor de Japanners', maar die consensus loopt op zijn laatste benen, meent Kagami, een fondsenbeheerder bij Nomura. De konsumptiemaatschappij brengt in Japan een echte omwenteling mee, omdat de Japanners nu voor het eerst echt kunnen 'kiezen'. Dat is helemaal nieuw. Je kan een Japanner geen moeilijker vraag stellen dan 'Wil je whisky of gin-tonic', zegt socioloog Takiguchi. Het stamelende antwoord zal meestal 'Yes' zijn, omdat een Japanner niet tot kiezen in staat is. Maar als hij in zijn vrije tijd moet beslissen of hij de 'golden week' in New York dan wel in Parijs gaat doorbrengen, dan kan hij straks ook kiezen tussen verschillende politieke filozofieën, tussen vakbonden, enz. Japan wordt met andere woorden onvermijdelijk pluralistisch. Ook Nomura Research Institute voorspelt 'drastische veranderingen' in de levensstijl van de Japanners. De Japanners gaan voortaan minder de nadruk leggen op meer inkomen, en meer op meer vrije tijd en ademruimte. In plaats van 440.000 yen nu, zal in 1995 630.000 yen per gezin opgaan aan rekreatie. Het aantal reizigers overzee zal verdubbelen naar 20 miljoen in 1995, overigens nog altijd maar 17 % van de bevolking. Tegelijk verschuift de tewerkstelling verder uit de industrie (nog slechts 24,3 %) naar de dienstensektor. Ook omwille van de krapte op de arbeidsmarkt (2 tot 2,5 % werkloosheid) zullen meer vrouwen uit gaan werken. Dat laatste is in Japan niet evident, want met de landing van Boeddha en Kristus in Japan werden de vrouwen naar de haard verbannen. Het resultaat van deze verschuiving zal de Japanse welvaartsindex tegen 1995 van 42 naar 58 doen stijgen, wat nog altijd een eind beneden het peil van de VS en West-Duitsland nu blijft (zie Tijd, 13 mei). Al deze veranderingen hebben de Japanners weer zelfverzekerd in hun toekomstplannen ingekalkuleerd. 'Als je toch een probleem zoekt, kijk dan naar de veroudering van onze bevolking, zei ons financier. In het jaar 2010 zijn we gemiddeld ouder dan de Zweden.' Maar ook daar wordt dus vandaag al voor gespaard. Soms wordt het zelfvertrouwen van de Japanners bepaald arrogant. Volgens sommige diepere gravers is hun branie de overkompensatie van een intens gevoel van kersebloesemachtige kwestbaarheid. Torenhoog sukses is hachelijk in een land dat altijd beeft (op de schaal van Richter). Daarenboven moesten de Japanners de jongste maanden ondervinden dat beheersen, vooruitzien en plannen extra moeilijk wordt, als je er een uitgebalanceerde demokratie op wil nahouden. Wie had ook kunnen voorspellen dat de Japanse openbare mening plotseling zo zwaar zou gaan tillen aan de slippertjes van zijn mannelijke politici? Niemand in april tijdens de kersebloesem. Geen spoor van te vinden in de ingebunkerde computers van Nomura Research Institute. Geruststellend is dat. Paul HUYBRECHTS >