Tokyo: banken

De hele wereld, en ook Japan, keek toe op de acties van de VS in Afghanistan. Meer nog dan naar de militaire acties werd uitgekeken naar de Amerikaanse beurs. Dat enkele Amerikaanse bedrijven tegen het einde van de week lieten weten hun winstverwachtingen te handhaven, verblijdde veel beleggers en was de aanleiding voor fikse aankopen in exportwaarden. Binnenlands bleef het echter kommer en kwel met vooral de banken opnieuw in de hoek waar de klappen vallen. Uiteindelijk sloot de Nikkei-225 de week 4,2 procent hoger af; de bredere indices Topix en Nikkei-300 hielden het op een stijging van 1,5 procent.De exportwaarden deden het dus naar het einde van de week toe bijzonder goed. Vooral de automobielsector maakte een mooie remonte. De absolute uitschieter was bandenproducent Bridgestone, die sterk kon profiteren van de aankondiging dat het bedrijf in de VS uiteindelijk minder dan 400.000 Firestone-banden moet vervangen waardoor de kostprijs van deze operatie aanzienlijk lager zal uitvallen dan oorspronkelijk gevreesd. Toyota, aan de andere kant, bleef de voorbije week een beetje achter nadat het had laten weten de productie in Thailand volgend jaar wellicht wat moet worden teruggeschroefd. Ook de consumentenelektronica deed het vrij goed. Uitschieter was Sony door het succes van de Playstation-spelconsole.Tot de verliezers behoorden banken. Oorzaak was, naast een winstwaarschuwing van Chuo Mitsui Trust & Banking, de aanslepende onzekerheid over de maatregelen die de overheid zal nemen. De Japanse minister van Financiële Diensten, Yanagisawa, liet deze week weten dat de overheid haar stemrechten op de uitstaande preferente bankaandelen zal gebruiken als de banken geen dividend uitbetalen. Gevreesd wordt dat enkele banken in moeilijkheden komen als ze toch trachten die dividenden te betalen.