Tokyo: op en neer

Het zag er allemaal mooi uit voor de Japanse beurs in het begin van de week. De yen leek voor het eerst in maanden fundamenteel te verzwakken tegenover de dollar en de macro-economische cijfers vanuit de zo belangrijke Amerikaanse exportmarkt waren bemoedigend. Vooral dit laatste keerde echter in de tweede helft van de week en zorgde voor flinke correcties. Uiteindelijk sloot de Nikkei-225 index de week nog 2 procent hoger af; de bredere indices hielden het bij stijgingen tussen 1 en 1,5 procent.Een vrij volatiele week dus en dat hebben vooral de exporteurs geweten. Naast de zwakkere yen ondersteunde ook een aantal goede bedrijfsresultaten de rally in het begin van de week. Zo kwam Honda met recordwinstcijfers voor het eerste kwartaal en kon ook Matsushita Electric, hoofdzakelijk ten gevolge van kostenbesparingen, opnieuw uitpakken met positieve cijfers. Nissan liep in de kijker door de voorstelling van het nieuwe Z-sportmodel en was één van de sterkste stijgers. De herziening van de Amerikaanse BBP-cijfers en de zwakkere sentimentsindicatoren maakten echter vanaf donderdag een einde aan de pret. Eenzelfde beeld voor de technologiesector waar vooral de pc- en halfgeleiderwaarden stevig onder druk kwam na negatieve signalen van de Amerikaanse producenten Nvidia en National Semiconductor. De grootste slachtoffers waren NEC en Fujitsu. Opvallend waren ook de sterke verliezen bij de meer binnenlands gerichte cyclische sectoren zoals staal en non-ferro.Weinig positieve uitschieters deze week. De witte raven waren te vinden in de telecomsector, waar NTT DoCoMo zich kon optrekken aan een stevig inkoopprogramma van eigen aandelen, en in de kleinhandel waar vooral nachtwinkel Seven-Eleven het erg goed deed.