Advertentie
Advertentie

Tot stof en as

WETENSCHAP Rigor Mortis Mary Roach2003, Ambo, Amsterdam, 269 blz., 24,9 euro, ISBN 90-263-1791-3. 'We zijn bovenal biologische wezens. We worden hieraan herinnerd bij de geboorte en de dood, en daartussen doen we wat we kunnen om het te vergeten', stelt Mary Roach in 'Rigor Mortis - over de lotgevallen van de doden'. Ze behandelt wat er precies met het menselijke lichaam gebeurt na het overlijden. Roach beperkt zich hoofdzakelijk tot de wetenschappelijk waarneembare feiten en behoedt zich voor metafysische of spirituele speculaties. Haar verhaal begint in een medisch centrum waar toekomstige plastische chirurgen hun vak leren door de hoofden van overledenen te bewerken. Net als de lijkschouwers, begrafenisondernemers en wetenschappelijke onderzoekers die in dit boek het woord krijgen, slagen ze erin de dode materie te objectiveren. Toch hebben hedendaagse wetenschappers wel degelijk respect voor de doden. Vroeger was dat niet altijd het geval. In 300 voor Christus deed Herophilus al vivisecties van lijken. Volgens de legende zou hij zelfs levende criminelen hebben opengesneden om de menselijke anatomie in kaart te brengen. De oude Grieken en Romeinen deden verder nochtans niet aan vivisectie, waardoor heel wat misvattingen ontstonden over de werkingen van ons lichaam. Toen in de late renaissance steeds meer medische scholen werden geopend, kwam er een schrijnend tekort aan lijken. In het negentiende-eeuwse Londen was de vraag naar lichamen zo groot dat er tien voltijdse lijkenrovers aangesteld werden - alleen tijdens de zomermaanden waren er geen lessen omwille van de stank van de doden. Tegenwoordig werken anatomiestudenten vaak met modellen of doen ze aan digitale vivisectie. Ontbinding Toch worden lijken nog voor andere doeleinden gebruikt, het ene al meer ethisch verantwoord dan het andere. Aan de universiteit van Tennessee bevindt zich het enige instituut dat het verval van het dode lichaam bestudeert. De onderzoeksresultaten dienen om het werk van politierechercheurs te vergemakkelijken. Op een heuvel nabij het instituut liggen lijken in diverse staten van ontbinding. Sommige lichamen worden begraven in beton, of men propt ze in plastic zakken en nauwe kofferruimtes om na te gaan wat er tijdens het rottingsproces gebeurt. Een fraai zicht is het niet. Bacterien voeden zich met onze stoffelijke resten en produceren daarbij een gas dat de buik opblaast. Na een week neemt de zwelling af en voltrekt zich de laatste fase van rotting en ontbinding. Door het toedoen van bacterien wordt ons lichaam vloeibaar. De longen dienen er het eerst aan te geloven, gevolgd door de hersenen. Het balsemen van het lijk kan dit proces wel vertragen tot aan de begrafenisdienst, maar daarna treedt de rotting onherroepelijk in. De jongste zestig jaar werden lijken ook ingezet bij tests met crashende auto's. Door de letsels te bestuderen kon men geleidelijk aan veiligere wagens ontwikkelen. Men plaatst de lichamen niet echt in een auto maar men laat ze vallen of ze worden geplet. Ook dieren werden gebruikt bij deze tests. Bavianen zijn vaak blootgesteld aan heftige zijwaartse hoofdrotaties om te bestuderen waarom passagiers door zijwaartse botsingen vaak in coma geraken. Nu gebruikt men dieren enkel nog om de impact van botsingen op kinderen te bestuderen, omdat men nauwelijks of geen kinderlijken te beschikking heeft. Dat doden ook gebruikt worden om het effect van wapens op het lichaam te bestuderen, ligt nog een stuk delicater. In 1893 al deed Louis La Garde van het Amerikaanse leger experimenten met lijken in de hoop 'een meer humanitaire vorm van oorlogsvoering' te ontwikkelen. Mary Roach stelt de vraag of mensen hun lichaam nog altijd zouden afstaan aan de wetenschap als ze beseften dat het misschien wel gebruikt zou worden om de impact van bommen of landmijnen te onderzoeken. In het slothoofdstuk van dit onderhoudende en af en toe met galgenhumor doorspekte boek, belicht Roach een paar alternatieve manieren om dode lichamen te verwerken. Zo ontwikkelde de Zweedse Susanne Wiigh-Masak een methode om het lichaam onder vriestemperatuur in kleine stukjes af te breken. Die worden dan gevriesdroogd en als compost gebruikt voor een herdenkingsboom ter ere van de overledene. Geen obscuur project van een excentrieke milieuactiviste, aldus Roach. Zelfs de Zweedse koning en Kerk hebben belangstelling voor het idee. Kathy MATHYS