Uitbreiding rechtsbijstandsverzekering is een slecht gebouwd luchtkasteel

De regering kondigde aan een wetsontwerp in te dienen om de toegang tot het gerecht te verbeteren. Minister van Gelijke Kansen, Laurette Onkelinx, stelde dat het plan bedoeld is voor 75 procent van de bevolking, die aldus gratis zouden kunnen procederen (bij bijvoorbeeld echtscheidingen, verkeersongevallen, burenruzies, enz.). Het regeringsontwerp richt zich niet tot de 15 procent armen die een beroep kunnen doen op de door de overheid gefinancierde juridische bijstand (vroeger pro deo-advocatuur) en evenmin tot de 10 procent rijken (die over voldoende middelen beschikken om zelf de proceskosten te betalen). In een pennentrek wil de regering een oplossing bieden voor een jarenlang onoplosbaar gewaand probleem. De vraag is echter of het voorstel meer is dan een slordig gebouwd luchtkasteel.Het vertrekpunt lijkt eenvoudig. In België heeft bijna iedereen een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid (de zogenaamde familiale verzekeringspolis), die de aansprakelijkheid verzekert voor schade aan derden. Door de grote spreiding van het risico is de premie bijzonder laag, zodat het een goedkope verzekering is die grote waarborgen verstrekt. Dit bracht Minister Onkelinx op het idee om bij wet te verplichten dat de familiale polis verplicht ook dekking moet bieden voor gerechts- en advocatenkosten. Wie dus verzekerd is voor schade die hij aan derden veroorzaakt, zou dus ook met deze polis de tussenkomst van de verzekeringsmaatschappij kunnen vragen bij het instellen van allerhande procedures (ook indien deze niets te maken hebben met schade aan derden). Op die wijze ontstaat er dus een koppeling tussen twee risicos die volstrekt niets met elkaar gemeen hebben. Indien de verzekeraars dit zelf zouden voorstellen, zouden ze bestraft worden wegens onrechtmatige koppelverkoop. De koppeling lijkt overigens ook enkel geïnspireerd door de vaststelling dat vele Belgen een familiale polis hebben, zodat de rechtsbijstandverzekering net zo goed had kunnen gekoppeld worden aan andere sterk verspreide verzekeringen zoals de autoverzekering of het lidmaatschap bij een ziekenfonds. Het toont aan dat de voorgestelde constructie weinig doordacht is.Het was blijkbaar ook de bedoeling van Minister Onkelinx, hierin gevolgd door de regering, om de kosten niet ten laste te leggen van de rijksbegroting en de financiering ervan door te sluizen naar de rijke verzekeringsmaatschappijen. Blijkbaar is de minister hierbij wel vergeten dat verzekeringsmaatschappijen commerciële ondernemingen zijn, die hun premies berekenen in functie van het door hen gewaarborgde risico. De exponentiële verhoging van het risico zal uiteraard leiden tot een sterke stijging van de verzekeringspremie. De regering heeft deze logische kostenverhoging niet eens op ernstige wijze becijferd of laten onderzoeken, doch uit de eerste reacties van de verzekeraars blijkt dat forse premiestijgingen te verwachten zijn bij de invoering van de regeling. Hiermee bereikt de regering het perverse effect dat minder mensen een familiale polis zullen onderschrijven, terwijl iedereen het er toch over eens is dat dergelijke verzekering best de ruimst mogelijke verspreiding kent. Meer oorzakenEr wordt bovendien zonder meer van uitgegaan dat de toegang tot het gerecht louter bemoeilijkt wordt door financiële drempels. Er zijn echter meerdere oorzaken, zoals slordige en onduidelijke wetgeving die tot grote rechtsonzekerheid leidt en mensen doet twijfelen aan het nut van een procedure. Ook de trage afhandeling van zaken doet mensen vaak beslissen om maar niet naar de rechtbank te gaan. Overigens is het beginpunt van een goede rechtshulp de preventieve voorlichting en informatie, teneinde conflicten waar het nog kan te vermijden. Het doel van de regering moet zijn te komen tot een betere rechtsbedeling, wat niet hetzelfde is als iedereen aan te moedigen om procedures te voeren. De praktijk toont aan dat in België zeker niet minder procedures gevoerd worden dan in de ons omringende landen, zodat de vraag aan de orde is of de overheid er goed aan doet de verdere consumptie van procedures te stimuleren zeker nu ook deze regering er nog niet in geslaagd is om de schrijnende gerechtelijke achterstand (in het bijzonder bij de hoven van beroep) aan te pakken. Lagere drempels zullen leiden tot nog grotere files.In een democratische rechtstaat is het de taak van de overheid om het democratische recht op juridische bijstand te garanderen. Het ontwerp van de regering schuift deze verantwoordelijkheid al te gemakkelijk door naar de verzekeringssector, die de kostprijs ervan zal doorrekenen aan de verzekerden. Uiteindelijk zal de door de regering vooropgestelde doelgroep (75 procent van de bevolking) instaan voor de financiering van een luchtkasteel. Het is zeer de vraag of dit zal leiden tot een betere rechtsbedeling. Hugo LAMONDe auteur is advocaat