Advertentie
Advertentie

Uittocht uit Europa

Op 18 juli 1947 voer het schip de President Warfield, dat was omgedoopt tot Exodus, de haven van Haifa in Palestina binnen. In de laadruimte van het afgedankte schip zaten 4.515 overlevenden van de holocaust die twee jaar na de oorlog tot elke prijs Palestina wilden bereiken. Maar de Britten, die het land bezetten, waren fel tegen de immigratie gekant en verhinderden de joodse immigrantenschepen op de Palestijnse kust te ontschepen. Op volle zee werd de Exodus geramd door moderne Britse oorlogsschepen. De Britten gooiden traangasgranaten naar de opvarenden, die geen soldaten waren, maar uitgeputte joodse vrouwen, kinderen en bejaarden die twee jaar te voet door Europa hadden gezworven. In zijn boek Exodus heeft Yoram Kaniuk het relaas van die uittocht uit Europa neergepend aan de hand van het levensverhaal van de kapitein van het schip, de 27-jarige Jossi Harel. De schrijver heeft lang met de voormalige kapitein gepraat. Gevoelens, beelden, hij vertrouwde ze mij toe met het verzoek er fictie van te maken, want hij wilde niet dat het zijn stem was die vertelde, licht Kaniuk het genre toe dat hij in zijn boek bedrijft. De schrijver werd naar eigen zeggen nog het meest geïnspireerd door het medeleven van de voormalige kapitein voor de overlevenden, wat op dat moment bepaald niet vanzelfsprekend was voor iemand die in Jeruzalem was opgegroeid. Meteen na de oorlog was de empathie van de in Palestina geboren joden met de Europese overlevenden van de holocaust immers ver te zoeken. Sommigen vroegen zich luidop af waarom de joden niet hadden teruggevochten. Anderen waren overtuigd dat de overlevenden het overleefd hadden omdat het egoïsten waren, die zich klaarblijkelijk enkel om zichzelf hadden bekommerd, kortom: mensen met wie je geen medelijden hoeft te hebben.In Exodus gaat Kaniuk uitgebreid in op de problemen van een overtocht op zee met een gammel schip dat afgeladen vol mensen zit. Harel berekende op voorhand het krappe aantal centimeter dat elke opvarende toegewezen kreeg. Hij legde vast op welke manier zoveel mensen zich naar het dek zouden moeten begeven om geen algehele chaos te doen ontstaan. Tijdens de reis zelf kwamen nog veel meer moeilijkheden voor: het schip belandde in meerdere zware stormen, er vonden bevallingen plaats en er dreigde voortdurend voedsel- en drinkwatertekort. De vindingrijkheid van Harel om chaos en ongenoegen onder de immigranten te vermijden was groot: aan boord werd een krant in verschillende talen gedrukt, er waren concerten en tekenclubs.Exodus zoomt in op het cynisme van de geschiedenis. Zo werden de vluchtelingen doorheen Europa naar de schepen vervoerd in open goederenwagons, waarin ze opeengeperst rechtop stonden. En nadat de Britten het schip hadden veroverd in Haifa, werden de joodse opvarenden overgebracht naar weer een ander schip, dat hen cynisch genoeg opnieuw naar Duitsland bracht, waar ze terechtkwamen op een plek die nog als joods concentratiekamp had gediend. Schrijnend is dat de joodse vluchtelingen die wegwilden uit Europa eigenlijk nergens terecht konden. Niet alleen hadden vele westerse landen na de oorlog het aantal joodse immigranten sterk beperkt, ook in Palestina waren de overlevenden niet welkom. Dat blijkt wanneer de Exodus de kust bereikt, waar het joodse leger schittert door afwezigheid, terwijl de vluchtelingen op het schip eigenhandig tegen de Britten vechten met alle wapens die ze binnen handbereik hebben, tot conservenblikjes toe. Kaniuk laat zijn boek beginnen bij jeugdjaren van Jossi Harel. Zijn moeder was zenuwziek, zodat Harel al op jonge leeftijd besloot de pijnlijke relatie met haar voorgoed te verbreken. Dit gegeven wordt het hele boek door ingeroepen als een verklaring voor Harels vermogen tot inleving in het leed van anderen. Harel kwam op prille leeftijd in het leger terecht, waar hij net als veel generatiegenoten de smaak van heldenmoed en opoffering voor het toekomstige vaderland te pakken kreeg. In Exodus passeren de talloze geestelijke en militaire vaders van Harel de revue. Kaniuk beschrijft ze zonder de minste kritische noot, een vooringenomenheid die storend gaat werken. Wanneer de schrijver vertelt dat officier Wingate van het joodse leger meer dan eens in koelen bloede schoot op de (Arabische, nvdr) rebellen nadat hij ze in een rij had gezet, krijgt dat even verder de volgende eenvoudige verklaring: wapens en oorlog kunnen niet zuiver zijn. Kaniuk heeft veel aandacht voor de leden van de Mossad, de geheime organisatie die tijdens en na de oorlog instond voor de illegale immigratie. Sjaike Dan omschrijft hij zo: een man die in het verborgene werkte, een van de legendarische figuren van de immigratie naar Erets Jisraël, iemand die zoveel meemaakte dat woorden tekort zouden schieten om zijn daden te beschrijven. Dat iemand die in de verborgenheid van een oorlog ook nog eens zo onschuldig was als een pasgeboren baby, zoals Kaniuk ons een paar regels verder meedeelt, is een contradictie die de geloofwaardigheid bepaald niet ten goede komt. Exodus gaat over een pijnlijke episode uit de joodse geschiedenis. Daarin ligt het belang van dit boek. Want je moet als lezer abstractie weten te maken van het vooringenomen standpunt van de auteur, dat de balans van de biografie dreigt te doen omslaan in een hagiografie. SMeYoram Kaniuk - Exodus - (uit het Hebreeuws vertaald door Hilde Pach en Corrie Zeidler), 2000, Amsterdam, Meulenhoff,254 blz., ISBN 90-290-6644X.