Van bakeliet tot composiet

Composietmaterialen zijn materialen die met vezels versterkt zijn. Dankzij de uitvinding van diverse composietmaterialen was het mogelijk de vormgeving van veel gebruiksvoorwerpen, toestellen en machines grondig te veranderen. Het Design museum in Gent houdt er onder de titel Van bakeliet tot composiet een tentoonstelling over. Sinds de uitvinding van het bakeliet, in het begin van de vorige eeuw, nam de ontwikkeling van composietmaterialen een hoge vlucht. Vooral in de jaren vijftig werden polyesters en epoxyharsen, harsen en lijmen ontwikkeld als ideale bindmiddelen voor vezels en weefsels. Die composietmaterialen werden al snel geliefd bij ingenieurs, ontwerpers en designers. Niet alleen hun sterkte, lichtheid en grote mogelijkheden in vormvariatie waren troeven, ook hun energiezuinige en milieuvriendelijke kwaliteiten droegen bij tot hun gebruik in nieuwe producten. De tentoonstelling in Gent besteedt vooral aandacht aan het gebruik van composieten bij meubels, verlichting, bouw, huishoudartikelen, fietsen, autos, sportartikelen, gezondheid en veiligheid. Royale sofas uit de jaren zestig, sportartikelen uit de jaren zeventig, technische ontwikkelingen uit de jaren tachtig en innovaties van de laatste decennia zijn in de expositie opgenomen, naast een zweefvliegtuig, een Ferrari, golfplaten, kogelvrije vesten, rugzakken en meubelen. Samen zon 300 objecten.Design museum Gent, Jan Breydelstraat 5, 9000 Gent. Tel.: 09/267.99.99. Van 9 november 2002 tot 23 februari 2003. Dagelijks open van 10 tot 18 uur, behalve op maandag. Catalogus beschikbaar. WeerwerkIn Antwerpen is Roger Vandaele al sinds 1974 actief als zeefdrukker. In zijn huis aan de Antwerpse Waalse Kaai opende hij in 1991 een galerie gespecialiseerd in kunstdrukken. Sinds 1994 is hij ook uitgever. In zijn fonds zitten onder meer zeefdrukken van Luc Tuymans, Henk Visch, Guillaume Bijl, Ulrich Meister en Ricardo Brey. Nu is bij hem een portfolio verschenen onder de titel Weerwerk, met vijf nieuwe gedichten van Lucienne Stassaert (1936) en vijf prenten van Tania Rens (1965). Hoewel in veelkleurendruk gerealiseerd, passen de prenten in wat de Grijze Antwerpse School genoemd wordt. Ze zijn taupekleurig, met een extra vleugje paars en bruin. Twee van de prenten zijn portretten, een zelfportret van Rens en een portret van Stassaert. De drie andere prenten zijn voorstellingen die verwijzen naar het kunstenaarsleven, het voortdurend op jacht zijn naar nieuwe beelden, het luchtige gebabbel tijdens vernissages, en het naakt achterblijven. De zes bladen worden nu als een kleine expositie in de galerie van Roger Vandaele getoond. Roger Vandaele Editie, Waalse Kaai 31, 2000 Antwerpen. Tel.: 03/237.20.19. Gsm: 0485/52.75.29. Tot 30 november. Open op vrijdag en zaterdag van 14 tot 18 uur. Ambtenaren en kunstenaarsIn de gebouwen van Selor in Brussel worden werken getoond van studenten van de kunstacademies van Brussel, Antwerpen en Namen. Selor is het selectiebureau van de federale overheid. De dienst staat in voor de rekrutering en selectie van het personeel van de federale overheid, maar ook van de gemeenschappen en gewesten. Het bureau is sinds 2000 de opvolger van het vroegere Vast Wervingssecretariaat. De naamsverandering moet symbool staan voor een nieuwe aanpak, waarbij men veel gerichter werkt. Selor zoekt specifieke profielen voor specifieke functies. Ellenlange examenreeksen voor een onduidelijke baan behoren tot het verleden. Efficiëntie, creativiteit en een aangenaam contact met de burger zijn de nieuwe sleutelwoorden. Sinds februari 2002 heeft Selor een nieuwe afgevaardigd bestuurder, Marc van Hemelrijck, die Selor in het kader van de Copernicusplan grondig aan het hervormen is. Daarin past een kunsttentoonstelling van jonge artiesten. De expositie brengt hoofdzakelijk grafisch werk en tapijtontwerpen. Selor wil jonge mensen stimuleren om in zichzelf te geloven. De overheid zoekt jonge geesten met initiatief en met lef om te veranderen. Dwarsliggers houden de sporen recht, heet het. Men kan van minder verbaasd zijn. Selor, Oratoriënberg 20, 1000 Brussel. Tel.: 02/214.45.26. Tot 7 januari 2003. Open tijdens de werkdagen van 10 tot 13 uur, en van 14 tot 16 uur. Marthe Donas bij Felix de BoeckDe kunstenares Marthe Donas (Antwerpen 1885 - Audregnies 1967) is bijna vergeten. Nochtans behoorde zij tot de avant-garde van de Belgische kunst in de jaren twintig. Nu worden van haar een veertigtal werken getoond in het Museum Felix de Boeck in Drogenbos, bij Brussel. Donas belandde al vrij vroeg in Parijs, waar zij in het atelier van André Lhote het kubisme leerde kennen. Gedurende een periode vertoefde ze ook in het atelier van de bekende beeldhouwer Archipenko. Donas werd in Parijs lid van de groep Section dOr, waartoe ook Léger, Braque, Gleizes, Duchamp, Brancusi, Kupka en Archipenko behoorden. Haar gestileerd abstracte figuren en andere zuiver abstracte composities zouden al snel gewaardeerd worden. In het tijdschrift De Stijl van Theo van Doesburg verschenen diverse artikels over haar werk. In 1921 exposeerde Donas in de galerij Der Sturm in Berlijn. Ook in ons land nam Donas destijds een belangrijke plaats in. Michel Seuphor noemde haar werk quasi abstract kubisme en rekende haar samen met Felix de Boeck en nog anderen bij de pioniers van de abstracte kunst. Marthe Donas was de eerste vrouwelijke vertegenwoordigster van de abstracte schilderkunst in België. Men kan ook werk van haar zien in het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Felix De Boeckmuseum, Kuikenstraat 6, 1620 Drogenbos. Tel.: 02/377.57.22. Tot 17 december. Open op donderdag, vrijdag zaterdag en zondag van 14 tot 17 uur. Toegang: 3,75 euro. Tapas uit de Stille ZuidzeeGalerie Maori in Gistel toont een collectie tapas uit Oceanië, in de jaren dertig ter plaatse verzameld door de Brugse rechter Paul Cruyl. Een tapa kan men omschrijven als etnische grafiek waarvan de drager een doek is, gemaakt van de binnenste laag van boomschors. Daarop is een geometrische tekening aangebracht, meestal via inbranden of met behulp van sjablonen. Tapas komen zowel voor in Midden-Afrika als in Oceanië. Op de eilanden van de Stille Zuidzee wordt voor fijne tapas de binnenste schors van de moerbeiboom gebruikt. De doeken worden er soms beschilderd, of op een primitieve wijze bedrukt met natuurlijke pigmenten. Heel kostbare tapas worden volgens zeer strikte procedures gemaakt, zij zijn bestemd om gedragen te worden tijdens ceremonieën. Een voorbeeld daarvan zijn de Baining-maskers, gemaakt van boomschorsdoek en een lichte draagstructuur. In galerie Moari worden tapas getoond van diverse eilanden, zoals de Tonga, Samoa en Nieuw-Guinea. Sommige zijn vier meter lang.Galerij Maori, Nieuwpoortsesteenweg 19, 8470 Gistel. Tel.: 059/27.66.56. Tot 15 januari 2003. Alleen open op zaterdag en zondag van 14 tot 18 uur, of op afspraak.Samenstelling: Bert POPELIER