Advertentie
Advertentie

Van hokjesmentaliteit naar groepsgeest

(tijd) - Op 24 april volgde Tony van Parys Stefaan de Clerck op als minister van Justitie. Die late en onverwachte promotie had veel weg van een vergiftigd geschenk. Na de ontsnapping van Dutroux daverden het gerecht en de politieke wereld weer eens op hun grondvesten. De witte comités trokken opnieuw de straat op. In het parlement eiste de oppositie het aftreden van de regering. Drie maanden later hebben diezelfde regering en oppositie een akkoord gesloten over de meest ingrijpende hervorming van gerecht en politie uit de Belgische geschiedenis. Toch beseft Van Parys dat de slag nog niet gewonnen is. 'Ik hoop dat ik de magistratuur er kan van overtuigen dat deze hervorming ook en vooral voor haar een buitenkans is. De magistratuur heeft geen overlevingskansen in de huidige situatie, ook niet wat haar relatie met de media betreft. Er moet iets fundamenteels gebeuren.'Wittebroodsweken waren de minister niet gegund. Maar dat had niet alleen nadelen. 'Door het feit dat ik midden in een stroomversnelling op deze stoel belandde werd plots heel veel mogelijk. Anders kun je aan het einde van een legislatuur nog maar enkel uitvoeren wat opgeschreven werd in het regeerakkoord of uitgewerkt door je voorganger. Er is natuurlijk heel veel voorbereid, door Stefaan de Clerck zelf en een aantal onderzoekscommissies. Maar in die uitzonderlijke omstandigheden hebben we een aantal dingen kunnen realiseren waar ik persoonlijk heel sterk achter sta, zoals het federaal parket en de herstructurering van het openbaar ministerie. Dat was tijdens een normale legislatuur niet mogelijk geweest. Ik weet waarover ik spreek. Ik heb voor de CVP mee onderhandeld over het hoofdstuk justitie van het regeerakkoord. Ik heb toen terdege ondervonden wat de limieten waren. Die limieten zijn nu heel ver overschreden.'