Van 'Jopie' tot 'El Salvador': J.C. Superstar

Een beeld van Johan Cruijff dat mij onmiddellijk te binnen schiet. Ajax speelt in de Meer thuis tegen ADO Den Haag. Hij staat ongeveer op de middenlijn met de rug naar het vijandelijke doel. Een verre pas belandt in de voeten van de meester met het nummer veertien. Hij speelt de bal met rechts achter z'n steunbeen door, draait zich vliegensvlug weg van z'n tegenstrever, kijkt even op en zwiept dan een sierlijke boogbal over de verbouwereerde Haagse doelman Ton Thie onder de lat. Cruijff was magie op een voetbalveld. In de jaren 80 werd hij ook een magiër náást het veld. Raymond Goethals een tovenaar? Vergeet het! Vergeleken met Cruijff stelt 'onze' Raimundo niks voor. Als speler behoorde hij tot de absolute wereldtop, waar lieden als Di Stefano, Pele en Maradona zich ophielden. Als trainer vindt hij z'n gelijke misschien alleen in de betreurde Ernst Happel.