Van kleine jongens, de dingen die voorbijgaan

Wie in Brussel uit zijn ogen kijkt, heeft hem beslist al op reuze-affiches gezien: Titeuf - een stripjongetje met een kuif als een vuurpijl en een mond die breedsmoelkikkers jaloers zou maken. De affiches maken deel uit van de monstercampagne waarmee uitgeverij Glénat het figuurtje nóg populairder wil maken. In zijn thuisland Zwitserland was hij al zeer geliefd, daarna veroverde hij stormenderhand Frankrijk. En nu wil Glénat met een nieuw Nederlandstalig album, De wet van de speelplaats - meteen een vertaling van het negende en laatste album uit het Frans - ook Vlaanderen en Nederland inpalmen.Het is niet de eerste keer dat Glénat Titeuf aan het Nederlandstalig leespubliek probeert te slijten. Eerder kwamen twee andere albums uit, zonder dat er ook maar iemand om maalde. Ze worden nu opnieuw aangekondigd op de achterflap van De wet van de speelplaats. Of het nu plots wel zal aanslaan? Bij Glénat hopen ze op het ondersteunende effect van de Titeuf-tekenfilmpjes, die nu al draaien op Franstalige zenders als RTBf en FR3 en binnenkort ook op de VRT te zien zullen zijn. Heeft hij soms de magische succesformule gevonden, vroegen we aan Zep, de 34-jarige Zwitser Philippe Chappuis: Er bestaat geen magische formule. Ik herbeleef gewoon mijn jeugd via Titeuf. Het verschil met andere kindergagseries is dat mijn Titeuf in alles een klein kwajongetje blijft. Veel andere, gelijkaardige series hebben daarentegen een kind in de hoofdrol met het intellect van een volwassene. De dingen die Titeuf uithaalt, had ik ook willen doen. Maar ik was te braaf toen ik klein was. Het is dus een zeer persoonlijke strip met een exuberant ventje als hoofdpersonage. Qua sfeer kan je de strip vergelijken met Le Petit Nicolas van Sempé.Zep begon zijn stripcarrière met dertien ongelukken. Alle eigen projecten die hij aan verscheidene uitgevers voorlegde, werden afgewezen. Het was allemaal te geëngageerd: werkloosheid, pollutie. Dat hoorde niet echt in een strip, vonden ze. Men was toen wanhopig op zoek naar het succesrecept voor een strip. Hij kreeg zelfs het voorstel om de stokoude piratenstrip Roodbaard over te nemen. Toen hij het hele gedoe op een bepaald moment hartsgrondig beu was, begon hij ergens in 1992 een figuurtje op papier te kribbelen. In nauwelijks vijf seconden stond het er en de naam was al even vlug gevonden: Titeuf, afkorting van ptit oeuf, als je dat wil, naar het eierkopje van het mannetje. Omdat de gags die hij met het figuurtje ontwikkelde, veel weg hadden van een vorm van regressie, durfde hij ze eerst aan niemand laten zien.Geleidelijk groeide het zelfvertrouwen: de eerste oplages van Titeufs strapatsen waren beperkt, maar gestaag groeide het succes. Van het laatste Franstalige album werden er maar eventjes 1.400.000 gedrukt, waarmee Titeuf nu een monstersuccesserie als Asterix naar de kroon steekt. Inmiddels wordt het stripventje in zowat alle Europese talen verdeeld, in Duitsland al op 30.000 exemplaren, in het Nederlands voorlopig op 25.000, waarmee men toch ook al op een breder publiek mikt. Er zijn zelfs versies in het Koreaans, het Turks en binnenkort in het Chinees. Voor de zeven minuten durende tekenfilmpjes superviseert Zep alleen maar de hele zaak. Elk filmpje is geconcentreerd rond een thema, waarvan de gags gedeeltelijk op de albums zijn gebaseerd. Aanvankelijk deden de makers nogal moeilijk over de seksthemas, die ook in de albums aan bod komen, maar Zep dreef zijn mening door: ze waren één met de serie en moesten erin blijven. Nu zijn Titeuf een leidende figuur is geworden in de stripwereld, kan Zep zich heel wat meer permitteren en daar geniet hij van: gedaan met leuren met zijn werk. Zijn wil is min of meer wet geworden. Of hij bang is dat de inspiratie ooit opdroogt? Voorlopig niet. Voor zijn laatste album tekende hij 115 paginas, waarvan hij er uiteindelijk maar 46 gebruikte. Hij is dus zeker niet zuinig met zijn werk. Maar misschien moet hij nog minder zuinig zijn want De wet van de speelplaats is niet echt wat je een voltreffer noemt. Het lijkt wel of de gags soms moeilijk tot stand komen. Het Amerikaanse Casper & Hobbes van Waterson is nooit veraf als voorbeeld. We weten niet of het aan ons ligt, maar de sexmopjes rond kapotjes of afgetrokken zwembroekjes zijn het meest geslaagd. En als Zep boodschapperig wordt, zoals bij het kleine meisje met leukemie, is dat best sympathiek, maar het valt wel uit de toon. Het wordt allicht nog even wachten op ook Nederlandstalig succes. Zep. Titeuf. De wet van de speelplaats, uitg. Glénat BeneluxCowboy- en supersterke jongetjesOm een niet direct verklaarbare reden hebben wij altijd van Chick Bill gehouden, zelfs in zijn meest slappe momenten. Ooit begonnen als een dierenstrip rond een ondernemende cowboyjongen en zijn Indiaanse vriendje, Kleine Poedel, ontwikkelde de strip zich tot een mix van gag- en avontuurstrip rond de figuren van de opvliegende sheriff Dog Bull en zijn oerdomme adjunct Kid Ordinn. In het 65ste album zijn de sheriff en zijn adjunct stapelverliefd op hun nieuw aangeworven, bloedmooie medewerkster Roxane. Maar de titel van het album, De dochter van de maniak verraadt het al: zij voert iets in haar schild. De fraaie verleidster lokt alle hoofdfiguren in de val: er staan hun allerlei vreemde en soms belachelijke martelingen te wachten, die je niet had verwacht in wat hoofdzakelijk een grappig album zou moeten zijn. Ook op andere vlakken spoort dit album van de rails: er wordt bijvoorbeeld een halfnaakte vrouw gegeseld met een broeksriem. En de plot maakt de gekste bokkensprongen. Te rangschikken onder de B van bizarre albums.Helemaal bergaf gaat het met Steven Sterk. Deze serie over een supersterk volksjongetje dat zijn kracht verliest bij een verkoudheid, de doordeweekse versie van een superheld, werd indertijd opgezet door de al een tijdje overleden Peyo, de vader van de Smurfen. Enkele jaren geleden raapte Thierry Culliford, zoon van Peyo, de strip weer op met enkele medewerkers. Het scenario van het twaalfde album, Chocolade en bittere strijd, is totaal ongeïnspireerd. Een man ontdekt drugsmokkel in een chocoladefabriek en samen met Steven maakt hij de smokkelbende onschadelijk. Het album opent met een bijna 30 paginalange achtervolging van een ballon, waarvan je een grijze baard krijgt van hier tot in Genoelselderen. De rest vergeten we maar.Tibet. De avonturen van Chick Bill 65. De dochter van de maniak, uitg. Le LombardPeyo. Steven Sterk 12. Chocolade en bittere strijd, uitg. Le LombardAgenda- Nog tot 29 september nog kan je in het Belgisch Centrum van het Beeldverhaal (BCB) de tentoonstelling Stripverhalen en de geschiedenis van Vlaanderen bekijken, gestart naar aanleiding van de 700ste verjaardag van de Guldensporenslag: 150 originele striptekeningen, die hoogtepunten uit de Vlaamse geschiedenis weergeven. Van Bob de Moor tot Hec Leemans.- Tot 26 januari 2003 loopt daar de pas opgestarte expositie Timoer, 500.000 jaar histories!, die eveneens historische beelden brengt van een ver en meer nabij verleden uit de stripreeks Timoer van de overleden Belg Sirius, alias Max Mayeu. Allebei in het BCB, Zandstraat 20, 1000 Brussel (maandag gesloten)Samenstelling: Rik PAREIT