Van marktrisico naar kredietrisico

Wanneer de economische cyclus wordt doorlopen, manifesteren de risicos waaraan banken zijn blootgesteld zich telkens anders. In het vroegste stadium van een neergaande cyclus ontstaat een marktrisico, dat als eerste de zakenbanken en vermogensbeheerders treft, door een daling van aandelenprijzen en vermindering van lucratieve zakenbanktransacties. De tweede fase wordt gekenmerkt door een verhoogd risico op de uitstaande bedrijfskredieten. De onrust die afgelopen weken ontstond na het faillissement van Swissair was hiervoor een duidelijk teken. Volgens het ratingbureau Standard & Poors is sinds het einde van 1997 het percentage defaults op bedrijfsobligaties gestaag gestegen van 0,5 procent van alle uitstaande bedrijfsobligaties naar 2,3 procent in september van dit jaar. Tijdens de laatste recessie van 1991 raakte 3,96 procent van alle bedrijfsobligaties in default. Wanneer de recessie zich doorzet, worden banken verplicht steeds hogere provisies aan te leggen om mogelijke verliezen op te vangen.Zakenbank Credit Suisse First Boston (CSFB) onderzocht van de grootste Europese zogenaamde wholesalebanken de kwaliteit van hun leningportefeuille. Ook werd gekeken naar de invloed van een hogere provisionering op het nettoresultaat. Er werden zes banken onder de loep genomen: ABN AMRO, Deutsche Bank, UBS Warburg, BNP Paribas, Société Générale en Commerzbank.Van de onderzochte banken is UBS Warburg het minst blootgesteld aan bedrijfskredieten, 52 procent van de leningenportefeuille staat uit bij bedrijven, 38 procent van het totaal is gedekt door Zwitserse hypotheken. De kwaliteit van de leningen kan worden bepaald aan de hand van de kredietrating van de tegenpartij waaraan de leningen zijn verstrekt. Volgens CSFB bezit ABN AMRO de beste leningportefeuille. Eind 2000 was 89 procent van de leningenportefeuille investment-grade (met een rating van triple-B of hoger), maar dat percentage is in de afgelopen maanden gedaald door de verschillende downgradings in de industriële sector. Van UBS Warburgs leningen was 81 procent investment-grade, 70 procent van Deutsche Bank en 60 procent van Commerzbank. Sinds 1988 bedroeg het percentage defaults op investment grade leningen slechts 0,08 procent, tegenover 4,14 procent voor de junkbondcategorie. In het recessiejaar 1991 bedroegen deze percentages respectievelijk 0,12 en 10,87 procent.Door de hogere kwaliteit van de leningen zou ABN AMRO tijdens een recessie het minst van zijn leningen hoeven af te schrijven. Wel waarschuwt CSFB ervoor dat ook de kwaliteit van de leningenportefeuille achteruit gaat, waardoor eind 2002 het percentage investment grade zou dalen naar 82 procent. Hierdoor krijgt ABN te maken met een relatief sterkere stijging van de provisies in 2002.Doordat buitenstaanders maar zeer gedeeltelijk inzicht hebben in de werkelijke samenstelling van de leningenportefeuille van de banken, grijpen analisten het liefst terug naar ratios die de relatieve sterkte van de balans meten. Deze zijn echter wel gebaseerd op historische gegevens. Banken met een sterke balans zijn de Zwitserse banken UBS Warburg en Credit Suisse Group, terwijl Commerzbank, ABN AMRO en de Fransen SG en Credit Lyonnais zwak scoren.Voorlopig zijn pure retailbanken voor beleggers een toevluchtsoord, totdat de cyclus zijn derde fase bereikt: probleemleningen in de particuliere markt. PB