Van monopolie naar regisseur

De arbeidsmarkt is allicht de belangrijkste markt van het sociaal economisch leven. Gezinnen vinden er hun inkomen; bedrijven geschikte werknemers die zorgen voor de creatie van de welvaart van een land.Lange tijd werd aan de VDAB een monopoliepositie toegekend voor het beheren van die arbeidsmarkt. Naast de VDAB zijn nu private arbeidsmarktinstrumenten actief die op een zeer positieve wijze bijdragen tot de organisatie van die markt, de uitzendbedrijven, de wervings- en selectiebedrijven, de outplacementbedrijven. In Vlaanderen alleen werken jaarlijks ongeveer 250.000 uitzendkrachten, uitzendkrachten-studenten inbegrepen. De VDAB heeft nog altijd zijn eigen publiek uitzendbedrijf, TIV (het marktaandeel bedraagt weliswaar nog slechts een kleine 7 procent tegenover 16 procent in 1990, TIV is hiermee het 5de uitzendbedrijf) en een eigen selectiebedrijf VDAB Consult (meritdiensten genoemd).De Vlaamse regering heeft in haar regeringsverklaring duidelijk gesteld dat de rol van de VDAB moet verschuiven van centrale actor naar centrale regisseur, dat de regiefunctie inhoudt dat de VDAB zich meer en meer ontwikkelt als een ondersteuningsorganisatie ten bate van die markt. De VDAB biedt enkel, volgens de regeringsverklaring, een aanbod aan, complementair aan het kwalitatief aanbod van de andere intermediairen. Een arbeidsmarkt met een veelheid van actoren heeft allicht nood aan een regisseur. Deze regisseur moet het vertrouwen kunnen winnen van alle actoren, of hij mislukt in zijn opdracht. Een dirigent kan wellicht een goede eerste viool geweest zijn, maar heeft in een concert een andere taak. De VDAB staat thans voor de uitdaging deze regisseursrol waar te maken en het vertrouwen te winnen van de actoren. Indien dit vertrouwen niet gewonnen wordt, gaat de VDAB aan zijn doelstelling voorbij en zal hij enkel een theoretische regisseur zijn, ingesteld bij wet, maar in de praktijk een steriele regisseur.Welke voorwaarden zijn vereist indien de VDAB deze taak goed wil vervullen?Principieel stelt UPEDI dat best overgegaan wordt tot een privatisering van de meritdiensten. In die constructie krijgt de VDAB de regisseursrol en de private intermediairen zijn de actoren. De VDAB staat in die context in voor algemene en kosteloze dienstverlening inzake arbeidsbemiddeling. Hierbij wordt maximaal gebruik gemaakt van geïnformatiseerde dienstverlening. Anderzijds staat de VDAB in voor de organisatie van de trajectbegeleiding. Minimaal dient ervoor gezorgd dat de meritdiensten van de VDAB overgebracht worden in een gescheiden NV zodat de werkingsvoorwaarden tussen private en publieke bedrijven gelijkaardig worden (problematiek van BTW en vennootschapsbelasting).Alle politieke partijen die wij de laatste maanden ontmoetten, hebben duidelijk gesteld dat de actorrol en de regisseursrol gescheiden moeten worden. De rechter kan niet tegelijkertijd betrokken partij zijn. In de relatie met de regisseur moeten alle actoren op dezelfde wijze behandeld worden.Sociale roepingToch even een woordje over die fameuze sociale roeping TIV, de bestaansredenen van de organisatie. Telkens gesproken wordt over privatiseren of liberaliseren, komt dit verhaaltje aan de oppervlakte. De overheid heeft TIV, een instrument nodig om een sociale rol in te vullen.TIV bestaat bijna twintig jaar. Tot dusver is nog nooit wetenschappelijk aangetoond dat TIV deze rol daadwerkelijk heeft ingevuld. Ik herinner me niet dat TIV tijdens de economische crisis van 1992-1993 een speciale opdracht heeft gekregen of spontaan uitgevoerd heeft met betrekking tot de integratie van risicogroepen teneinde de werking van de markt te corrigeren. Het project Instant A (overigens een goed project) is geen initiatief van TIV, maar van de stad Antwerpen (in samenwerking met een ander uitzendbedrijf). Toen de uitzendsector enkele jaren opstartte met een (inmiddels) succesvol project (Vlaamse Interim Brug-project) van samenwerking tussen sociale spelers en de uitzendbedrijven, verbood de VDAB TIV aan het project mee te werken. De sociale resultaten van de private sector zijn te vergelijken met deze van TIV. 6 procent allochtonen, 23 procent van de uitzendkrachten heeft enkel lager middelbaar of lager onderwijs als studieniveau, 75 procent maximaal een hoger middelbaar diploma, 7 procent is ouder dan 44 jaar. De verhouding arbeiders-bedienden van de private sector met betrekking tot het Vlaamse Gewest is gelijk aan die van TIV. Wij kennen private bedrijven die voor 90 procent werken met arbeiders; zijn dit automatisch uitzendbedrijven met een sociale roeping?In het kader van werking voor risicogroepen, kan inspiratie gezocht worden bij de ideeën die de federale ministers Vande Lanotte en Onkelinx lanceerden rond integratie van OCMW-cliënten langs de uitzendbedrijven. Zij subsidiëren de resultaten, niet de structureren om de structuur. Dit nijgt zeer sterk naar het systeem van tendering dat reeds in Nederland en Australië werd toegepast.In een voor hem delicaat politiek dossier, als socialistisch minister, stelt minister Landuyt een aantal interessante mogelijkheden voor. Hij maakt een onderscheid tussen regie, actor en commerciële functies. De regisseur is terug te vinden in de Vlaamse Werkholding. Een publieke dochter NV groepeert de commerciële diensten. Of deze formule houdbaar is, zal moeten blijken. Indien de regisseur zijn dochter bevoordeelt tegenover de andere spelers, zou dit wel eens het einde van de regisseur en van het toneelstuk kunnen betekenen. Upedi is bereid, in de geest van het samenwerkingsakkoord dat verleden jaar afgesloten werd met de VDAB, deze constructie een eerlijke kans te geven.Minister Landuyt bewijst met zijn beleid een minister te zijn van de volledige arbeidsmarkt; alle arbeidsmarkten en alle arbeidsmarktinstrumenten. Ook in andere dossiers, zoals de creatie van een overlegplatform van alle intermediairen, het uitvoeringsbesluit betreffende het decreet inzake arbeidsbemiddelingsbureaus, het dossier buurtdiensten, de opening van uitzendarbeid van individuele beroepsopleidingen, toont hij aan de uitzendsector op een gepaste wijze te willen inschakelen in een arbeidsmarktbeleid, en dit in het belang van de arbeidsmarkt.GrofEr wordt pas echt met modder gesmeten, als de VDAB beweert dat TIV de sociale wetgeving beter toepast dan de privé-sector (Tijd, 23 maart). Als patronaal woordvoerder in Paritair Comité en Commissie Goede Diensten, valt het me telkens weer op dat TIV hier integendeel onder het gemiddelde scoort.De reactie van de vakorganisaties in dit dossier gaf blijk van een behoorlijke dosis conservatisme. Wij pleiten voor een status quo.Upedi nodigt de vakbonden uit tot een volwassen gesprek te komen met alle arbeidsmarktintermediairen over de toekomst van arbeidsmarkt, ook met de private intermediairen (die zij weliswaar niet mee beheren). Herwig MUYLDERMANSDe auteur is directeur van Upedi, de federatie van de uitzendbureaus