Van Praag tot Wladiwostok

Tien jaar na de val van de Muur blijven de landen van Oost-Europa een niet zo alledaagse en tegelijk zeer boeiende bestemming. Dat blijkt onder meer uit de reisgidsen: die van Lonely Planet is al aan zijn vijfde editie toe, Lets Go aan zijn eerste, maar zeker niet zijn laatste. De gelijkenissen tussen beide gidsen zijn groot: ze richten zich tot reizigers die er individueel of met hun gezin op uit trekken en met een beperkt budget willen of moeten rondkomen; de gidsen zijn ongeveer even dik, de prijs is identiek, ze volgen dezelfde alfabetische indeling, ze zijn alle twee voorzien van talrijke overzichtelijke tabellen, plattegrondjes, metroplannen, taalkundige hulp en heel veel praktische informatie.Het historische kader, de geografische, statistische, volkenkundige gegevens zijn beknopt, maar betrouwbaar en up-to-date. Beide roepen hun trouwe lezers/gebruikers op om alle foutjes en wijzigingen meteen door te seinen, om ze in de volgende druk aan te passen. Ook de nadelen zijn vergelijkbaar: Belgische ambassades of ambassades van Oost-Europese landen in Brussel staan er niet in (de Nederlanders hebben bij Lonely Planet meer geluk). En wie van musea, geschiedenis en esthetica houdt, moet elders nog wat bijlezen. De verschillen dan: bij Lonely Planet staan de Baltische landjes en het GOS er niet bij; men beperkt zich tot 12 staten: Albanië, Bosnië, Bulgarije, Hongarije, Kroatië, Macedonië, Polen, Roemenië, Servië, Slowakije, Slovenië, Tsjechië. Lets go komt aan 16 staten: ook Estland, Letland, Litouwen, Moldavië, Oekraïne, Rusland en Wit-Rusland krijgen hun portret; maar hier ontbreken dan weer Albanië, Macedonië en Servië. Albanië is men blijkbaar gewoon vergeten (maar dat zijn ze daar al gewoon: op de conferentie van Moskou in oktober 1944 vergaten Churchill en Stalin dat landje ook op te nemen in hun verdelingsplan.) Macedonië en Servië/Joegoslavië zijn weggelaten omdat men wegens de onveiligheid van het moment geen onderzoekers naar daar durfde zenden.Overigens raden de auteurs ook andere onveilige regios met klem af, maar men benadrukt dat de meeste landen niet onveiliger zijn dan West-Europa. Lets go presenteert ook citytrips naar Berlijn, Helsinki, Wenen, Istanboel, Oelanbator en Beijing.Deze laatste twee lijken wel erg ver gezocht, maar als je toch tijd hebt om met de Trans-Siberische trein te reizen, kun je de Mongoolse en de Chinese hoofdstad er ook wel bij nemen. Lets go brengt ons geografisch dus het verst. Een nadeel van Lets go is dat de gids bijna uitsluitend goedkope overnachtingen opsomt, maar dan overal wel geld spendeert aan nachtclubs, terwijl Lonely ook middenklasse en duurdere hotels presenteert. Voor de prachtige meren van Plitvice (Kroatië) biedt Lets go geen verblijf aan, wantde hotels die erbij liggen, zijn niet zo goedkoop. Toch zie je ook daar veel rugzaktoeristen, die als natuurliefhebber hier meerdere dagen verblijven. Lets go waarschuwt wel om niet af te wijken van de aangeduide routes wegens de Servische landmijnen, die nog altijd niet opgeruimd zijn. Voor de rest gaat Lets go er prat op dat ze wel veel avontuur en niet conventionele plekjes opzoeken, waar de gemiddelde toerist niet komt. Prijzen van hotels en entrees zijn bij Lets in de lokale munt opgegeven, wat telkens wat rekenwerk veroorzaakt. Bij Lonely Planet staan ze consequent in dollar, wat berekeningen en vergelijkingen enorm vergemakkelijkt. Een eindoordeel ligt niet voor de hand: beide bieden heel veel kwaliteit voor een zeer lage prijs. JALonely Planet/Krzysztof Dydynski e.a. - Eastern Europe - 1999, Hawthorn, Lonely Planet (distributie Tielt, Lannoo) 866 blz.,14,99 pond, ISBN 0-86442-611-9 Lets go/Melissa Gibson e.a. - Eastern Europe 2000 - 2000, London, Macmillan, 854 blz.,14,99 pond, ISBN 0-333-77981-9