Advertentie
Advertentie

Vastgoedbarometer DTZ staat op vertrouwen

Omdat alle conjunctuurindicatoren op groen staan, duidt de vastgoedbarometer van DTZ op een groeiversnelling in de professionele vastgoedsector. Dit betekent dat een uitbreiding van de gebruikte kantooroppervlakte te verwachten valt, ook van bedrijven die niet verhuizen. Bij die stijgende vraag mag dan ook worden verwacht dat de huur- en aankoopprijzen stijgen.Het onderzoeksteam van Survey & Action onderzoekt bij het opstellen van de vastgoedbarometer in eerste instantie de verwachtingen van de vastgoedverantwoordelijken over de Belgische en Europese conjunctuur. Daarbij blijkt dat sinds anderhalf jaar dat vertrouwen duidelijk toeneemt. Van de ondervraagden rekent 62 procent op een verbetering van de conjunctuur, tegen 57 procent in november 99 en 36 procent in april 99. Het pessimisme is met 2 procent een marginaal verschijnsel geworden.Survey & Action gaat te raden bij 397 verantwoordelijken die beslissingen inzake vastgoed treffen, van wie 75 procent uit het Brusselse en 25 procent uit het Antwerpse. Deze personen vormen een representatieve steekproef van bedrijven en openbare besturen naar sector en grootte, gemeten in aantal werknemers. De interviews liepen van 20 april tot 3 mei 2000. De vastgoedbarometer wordt halfjaarlijks opgesteld en is aan zijn vierde editie toe.Het vertrouwen van de vastgoedverantwoordelijken in de eigen bedrijfsresultaten is nagenoeg verdubbeld in vergelijking met vorig jaar. Het aantal besluitvormers dat betere resultaten voorspelt, steeg van 36 procent in april 99 tot 40 procent in november 99 en staat nu op 60 procent. De pessimisten halen een marginale 5 procent. Er zijn ook steeds meer besluitvormers (44 procent) die denken dat de evolutie van hun bedrijf een impact zal hebben op de bezette kantooroppervlakte. In november was slechts 25 procent die mening toegedaan. Een en ander mag erop wijzen dat het tijdstip is aangebroken om nieuwe ontwikkelingen op gang te trekken. Zoals in november vorig jaar verwacht het merendeel van de ondervraagden (65 procent) een stijging van de intresttarieven.In die economische context verwachten steeds meer verantwoordelijken een verhoging van de koop- en huurprijzen. Zowat 29 procent van de ondervraagden verwacht hogere prijzen in het winkel- en industrieel segment van de vastgoedmarkt. Voor de kantorenmarkt rekent 38 procent op een verhoging. Toch is er nog altijd een meerderheid die stabiliteit verwacht. Dat geldt voor 43 procent van de ondervraagden wat de kantoren betreft, 59 procent voor winkels en 53 procent voor industriële panden.In een volgend stadium wordt een analyse van de verschillende kantoorwijken in Brussel en Antwerpen gemaakt. In Brussel evolueren de prijzen naargelang de betrokken wijk verschillend. In de Leopoldwijk, de periferie en de gedecentraliseerde wijken wordt een prijsverhoging verwacht. Vooral de periferie springt in het oog. Daarvoor verwachtte in november 99 35 procent van de ondervraagden een stijging, terwijl dat intussen 51 procent is. Voor het centrum en de Louizawijk rekent nog 30 procent op een verhoging, terwijl dat bij een vorige telling nog ongeveer 35 procent was. Twee tot drie personen op tien durven zich niet over een prijsevolutie uit te spreken. Dat wijst volgens DTZ dat ondanks alles onzekerheid de markt kenmerkt.In Antwerpen verwacht 51 procent, tegen 54 procent in november 99, een prijsverhoging in het centrum. Daartegenover staat dat 36 procent, tegen 33 procent in november 99, een klim buiten de stad Antwerpen verwacht.Wat de technische en esthetische kwaliteit van het aanbod betreft, wordt vooral in Brussel een verbetering gemeld. In het Brusselse noteerde 73 procent van de ondervraagden een verbetering van de kwaliteit van de panden, tegen 54 procent in het Antwerpse.Uit de studie blijkt voorts dat één bedrijf op vijf binnen de twaalf maanden wil verhuizen. Op anderhalf jaar is dit aandeel bijna verdubbeld, namelijk van 10 tot 18 procent. Van de 82 procent die niet wil verhuizen, overweegt 30 procent zijn ruimte uit te breiden. Een half jaar geleden was dat amper 20 procent. DTZ besluit dat 52 procent van de bedrijven denkt dat er binnen het jaar een verandering in hun vastgoedsituatie komt. Het kan daarbij gaan om een verhuizing (18 procent), een uitbreiding (30 procent) of een inkrimping (4 procent).Uit de studie blijkt nog dat de besluitvormers bij de keuze van hun inplanting steeds meer rekening houden met de fiscale druk. Hun aantal stijgt van 17 procent in april 99 over 22 procent (november 99) tot 26 procent (april 2000). De verhoogde belangstelling voor het fiscale aspect van een vestigingsplaats speelt in de kaart van de periferie. Maar er is meer aan de hand. In anderhalf jaar is de vraag naar vestigingen buiten de centra gestegen van 79 over 86 tot 89 procent. Dat voor de periferie wordt gekozen, heeft in 68 procent van de gevallen te maken met de betere bereikbaarheid. Bijkomende criteria zijn de grotere keuze van de gebouwen en de hogere kwaliteit.Amper 11 procent opteert voor een vestiging in het centrum. 8 procent haalt de nabijheid van klanten als reden aan, 2 procent het gemak van openbaar vervoer en nog 2 procent heeft andere redenen. Volgens voorzitter Philippe Winssinger zullen de politici zeer inventief moeten zijn, willen ze het gebruik van het openbaar vervoer stimuleren. Hij stelt dat er geen twijfel over bestaat dat de nabijheid bij huis steeds belangrijker wordt, terwijl de aanwezigheid in Brussel aan belang verliest. Waar vroeger moeizaam de stap buiten de 19 gemeenten in de periferie werd gezet, is het nu uitkijken naar de volgende stap, wanneer de 02-telefoonzone wordt verlaten. WB