Advertentie
Advertentie

Veertig jaar Belgische animatiefilm

Veertig jaar geleden bracht de op 1 mei 1928 in Oostende geboren Raoul Servais, de vader van de Belgische animatiefilm, zijn eerste kort tekenfilmprobeersel uit. Havenlichten was meteen goed voor een prijs van de beste animatiefilm op het Nationale Festival van de Belgische Film in Antwerpen. Vandaag is het zeker de moeite waard zijn ganse oeuvre te herontdekken via een knappe overzichtstentoonstelling in Gent. Die biedt werkelijk een schat aan materiaal. Van elk van de twaalf Servais-films zijn immers schetsen, draaiboeken en fotos aanwezig. Ondertussen is het wachten op zijn nieuwste korte tekenfilm Attraksion.Servais omschrijven is geen makkelijke opdracht. Hij noemt zichzelf tekenaar, schilder, cineast en animatiefilmer. Als ik een film maak, ben ik eerst cineast en dan schilder, stelt Servais terwijl hij zichzelf van nature als een dromer en fantast betitelt. Servais heeft zijn hele leven aan de animatie gewijd. Het begon al op zijn vijfde, toen hij de tekenfilm Felix de Kat zag en meteen zelf tekenfilms wilde maken. Vooral de beweging van op elkaar volgende statische tekeningen boeide hem naar eigen zeggen mateloos.Hij besloot eerst te gaan tekenen en schilderen. Hij kreeg een vorming als grafisch tekenaar en werkte nog samen met René Magritte. Van hem en Pierre Vlerick is het monumentale kunstwerk in het Brusselse metrostation Houba-Brugmann. Toch offerde hij zijn veelbelovende carrière als schilder liever op aan zijn oude jongensdroom: animatiefilms maken.De magie van de tekenkunst ontdekte hij op zijn eentje. Enige scholing in de animatie heeft hij nooit gehad. Wel stichtte hij het eerste opleidingscentrum voor de animatiefilm in Europa aan de Gentse Koninklijke Academie. Volgens Servais heeft vooral zijn vader bij hem de belangstelling voor cinema en bewegende beelden doen ontstaan. Die beschikte immers over een hele collectie films en als hij niet naar Felix de Kat mocht kijken, bewonderde hij met evenveel fascinatie de korte films van Charlie Chaplin.Zijn eerste animatiefilm was de inmiddels verdwenen Spokenhistorie, die Servais in 1946 draaide met een uit een sigarenkistje gemaakte, zelf in elkaar geknutselde camera. Die eerste camera heeft een speciale plaats gekregen op de tentoonstelling.Zijn eerste officiële productie was Havenlichten. De prent kwam er zonder enige vorm van subsidie na drie jaar van financiële moeilijkheden. Daarvoor was ook de aankoop van een 16 mm-Bolex-camera noodzakelijk geweest. Daardoor kwam er ten huize Servais maandenlang geen boter op tafel. Havenlichten ging over een straatlantaarn, die eerst afgekeurd wordt maar vervolgens bewijst dat hij toch meer waard is dan zijn collegas-lantaarns.Servais hanteerde zowel naar vorm als naar inhoud een experimentele en eigenzinnige stijl, die hij in de jaren zestig en zeventig verder ontwikkelde in een reeks korte tekenfilms zoals Chromophobia (1966), Sirene (1968), Goldframe (1969), To Speak or Not To Speak (1970), Operation X-70 (1971), Pegasus (1973) en de televisiefilm Het Lied van Halewijn uit 1976. Met die films behaalde hij tientallen internationale onderscheidingen en groeide hij uit tot het boegbeeld van de Belgische animatiefilm. In zijn korte animatieprenten creëerde Servais een fantastische wereld, doordrongen van maatschappijkritiek. Daarnaast besteedde de cineast bijzonder veel aandacht aan de paradox tussen individu en maatschappij, mens en machine, en technologie en religie.Servais bereikte zijn artistiek hoogtepunt in 1979, toen hij met het mythologische Harpya op het Filmfestival van Cannes de Gouden Palm in de wacht sleepte voor Beste Kortfilm. De internationale jury duidde Harpya, waarin Servais de surrealistische wereld van Magritte evoceerde, aan als één van de vijftien beste animatiefilms aller tijden. De Belgische animatiefilm had een internationale uitstraling gekregen. In Harpya introduceerde hij een nieuwe optische techniek, die hij met de steun van Agfa Gevaert ontwikkelde. Hij noemde het de Servaisgrafie en was gebaseerd op de combinatie en versmelting van levende acteurs of gewone filmopnamen (of live action) en gekleurde of getekende decors (of stop motion). Dat procédé werd later bijvoorbeeld ook toegepast in Hollywood-kaskrakers als Who Framed Roger Rabbit ?.Sinds 1975 werkte Servais ondertussen aan zijn droomproject Taxandria, waarin hij de wereld van de speelfilm met die van de animatiefilm verzoende. Het meer dan 300 miljoen frank kostende resultaat werd meteen zijn meest ambitieuze project en ging uiteindelijk in oktober 1994 in wereldpremière op het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent. Voor het picturale aspect van Taxandria liet Servais zich inspireren door de surrealistische wereld van Paul Delvaux. Die liefde voor Delvaux kwam ook tot uiting in Nachtvlinders (1997), een poëtische evocatie van het werk van de beroemde schilder. JTiRaoul Servais, Portret van eenschilder-cineast, nog tot 5 novemberin het Caermersklooster, Vrouwebroersstraat 6 (Patershol)in Gent.