Advertentie
Advertentie

Verhofstadt kan in Laken Europese geschiedenis schrijven

Er is al heel wat inkt gevloeid over de top van Nice. Terecht, want er werd een debat gevoerd over de toekomst van Europa dat echter door bepaalde persberichten werd teruggebracht tot een verloren duel tussen België en Nederland. Wie zich echter focust op dat debat, begrijpt er niks van, of hij is anti-Europees.Toegegeven, het debat is complex. Maar voor wie even omkijkt, is de filosofie van Europa misschien belangrijker dan één stem meer of minder, op een totaal van 345 stemmen. Nooit meer oorlog was de basis van de integratie van de Europese landen in 1957. Tien jaar later werden alle tarieven tussen de landen afgeschaft en voor ieder product geldt eenzelfde buitentarief. En vanaf 1968 gebruikte ieder land om beurt zijn vetorecht, ingezet door de politiek van de siège vide bedreven door Chiracs illustere voorganger en partijgenoot De Gaulle. Het proces van Europese integratie viel stil.Pas na de gedeeltelijk afschaffing van het vetorecht en de invoering van de gekwalificeerde meerderheid, via de ratificatie van de zogenaamde eenheidsakte in 1987, kwam het proces opnieuw op gang. De interne markt werd zes jaar later een feit, en ook de euro was pas dan mogelijk.Nu staan we voor een nieuwe uitdaging. Naast buitenlandse politiek en veiligheid, is de uitbreiding de voornaamste uitdaging. Centraal- en Oost-Europa werden bevrijd van het juk van het communisme. Applaus alom in de westerse landen. Maar tien jaar na de val van de Berlijnse Muur is het applaus weggeëbd. We willen ze er wel bij, maar zij zijn nog niet klaar, luidt het in het koor. Dissidente stemmen die er op wijzen dat deze landen inderdaad vrij arm zijn en dat we precies daarom ze moeten helpen, worden door de economische theorieën terechtgewezen. En bovendien, luidt het, de democratie is er nog te pril.Nice toont echter aan dat niet zij, maar wij niet klaar zijn. De democratie van de Europese Unie bewijst namelijk nog zeer jong te zijn. Is het basisprincipe van de democratieimmers niet dat de meerderheid beslist, weliswaar met respect voor de minderheden. Of het daarbij om een gekwalificeerde of een gewone meerderheid gaat, is in deze context minder van belang. Maar een veto is, zoals Jean Monnet het uitdrukte, het symbool van het onvermogen om het nationale egoïsme te overstijgen.Het mag niet zijn dat iedereen het recht heeft om een voorstel te blokkeren als het niet naar zijn of haar zin is. Stel je even voor dat in België voor iedere belangrijke beslissing, iedereen het recht heeft om te blokkeren. Zo kan toch geen enkele democratie werken.In die context is het de verdienste van Verhofstadt enkel te hebben gedreigd met het veto. Het Verdrag van Nice is misschien het minst slechte van de alternatieven. En waren er wel alternatieven? Is het Verdrag wel zo negatief?Nice moet worden gezien als een etappe in een lange rit die minstens nog een generatie zal duren, maar in feite nooit helemaal af zal zijn. Belangrijke domeinen zoals belastingen, sociale zekerheid, milieu, asielrecht, sociale cohesie en immigratie blijven (voorlopig) nog onderworpen aan de unanimiteitsregel. Maar vergeten we niet dat na Nice in 30 beslissingdomeinen die voorheen unanimiteit vereisten nu met gekwalificeerde meerderheid kan worden beslist. Het vetorecht wordt dus geleidelijk uitgehold, van de eenheidsakte over Maastricht en Amsterdam tot Nice.Een verklaring in Laken die stelt dat de lidstaten zich verder engageren om het proces van Europese integratie voort te zetten en een intentieverklaring inzake een verdere afbrokkeling van het vetorecht in het volgend verdrag (Verdrag van Brussel rond 2005?) lijkt niet onmogelijk. Maar wat vooral van belang is, is dat de communautaire methode nieuw leven wordt ingeblazen. Zij is namelijk de grote verliezer van de marathonzittingen in Nice. De basis van de Europese integratie is de gemeenschapsgedachte. Beslissingen worden dan ook op basis van gemeenschappelijke instellingen genomen vanuit een constructieve dialectische verhouding die een subtiel evenwicht weerspiegelt tussen politieke verantwoordelijkheid (de Europese Raad), technische en uitvoeringscapaciteit (de Europese Commissie) en democratisch gehalte (het rechtstreeks verkozen Europees Parlement).Het politieke deel van de externe betrekkingen, Veiligheid, Justitie, en Binnenlandse Zaken zijn echter essentiële domeinen die aan dit subtiele spel zijn onttrokken. Ze worden niet gemeenschappelijk geregeld, maar onder staten; anders gezegd intergouvernementeel. De ware uitdaging van Laken is de nodige creativiteit aan de dag leggen om de weg vrij te maken voor een Europa dat verder voortschrijdt volgens de communautaire methode in plaats van een intergouvernementele verwatering van de Europese gedachte tot een overlegplatform voor individuele belangen. De sfeer in Nice heeft aangetoond dat de communautaire gedachte blijkbaar nog niet tot het acquis communautaire behoort en dat dergelijke uitdaging allesbehalve vanzelfsprekend is.Als Verhofstadt, dansend op het slappe koord tussen Leibniz (de minst slechte van de mogelijke oplossingen) en Machiavelli (het doel dat de middelen heiligt), en laverend tussen de diverse individuele nationale belangen en het Europees belang, erin slaagt de communautaire methode nieuw leven in te blazen, staat hij op het punt Europese geschiedenis te schrijven in Laken. Wij kunnen alleen maar hopen dat het post-Nice-tijdperk er één is van een terugkeer naar de communautaire periode en dat Laken de Europese geschiedenis ingaat als de top waar het keerpunt werd genomen. Rudy AERNOUDTDe auteur is bestuurder bij de Europese Commissie en gastprofessor aan de Hogeschool Gent