Advertentie
Advertentie

Verkeerde statuutkeuze vroegtijdig detecteren

Ook de overheid heeft aandacht voor de problematiek van schijnzelfstandigen en de rechtsonzekerheid die ermee gepaard gaat. Een interkabinettenwerkgroep formuleerde vorig jaar enkele krachtlijnen om een en ander aan te pakken. Uitgangspunt is dat werkgever en medewerker de vrijheid moeten bewaren om de aard van hun samenwerking zélf te bepalen. De keuze voor een zelfstandige samenwerking moet uiteraard wel in overeenstemming zijn met de realiteit. Derhalve primeert de reële arbeidsverhouding. Het basiscriterium is en blijft hierbij het ondergeschikt verband. Belangrijker is dat het kabinet van de minister van Tewerkstelling Renaat Landuyt van oordeel is dat een verkeerde statuutkeuze vroegtijdig moet gedetecteerd worden. Dit moet gebeuren aan de hand van een eenvoudige en informatieve vragenlijst, opgesteld op basis van de rechtspraak. Het is vervolgens de rijksdienst die signaleert of er sprake is van schijnzelfstandigheid.Ook het algemeen beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen bracht een advies uit. Het uitgangspunt was hier een maximale preventie tegen een verkeerde statuutkeuze. Het beheerscomité kwam tot dezelfde conclusie als de interkabinettenwerkgroep. De vragenlijsten opgesteld door het kabinet en het beheerscomité en ook die van Unizo komen neer op hetzelfde. Door het stellen van vragen wordt nagegaan in welke mate een medewerker financieel en economisch afhankelijk is van een opdrachtgever en in welke mate hij over de mogelijkheid beschikt om de hem opgedragen activiteit op een door hem gekozen wijze te organiseren.