Advertentie
Advertentie

Vlaamse archeologie hervormd

De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Paul van Grembergen, kondigde deze week aan dat het Vlaamse Instituut voor het Archeologisch Patrimonium, het IAP, nog dit jaar hervormd wordt en BRON gaat heten. Een pas uitgegeven boek werpt een licht op de stand van het archeologisch onderzoek in Vlaanderen.Het IAP wordt eigenlijk opgeheven. In het vroegere concept was het instituut verantwoordelijk zowel voor het onderzoek als voor het beheer van het archeologisch patrimonium in Vlaanderen. In het nieuwe concept worden beide activiteiten gescheiden. Een wetenschappelijk instituut, dat de naam BRON kreeg, komt in de plaats van het IAP, en heeft naast een wetenschappelijke een informatieve opdracht. De praktijk heeft aangetoond dat onderzoek en beheer moeilijk te combineren zijn in een enkele instelling. Het beheer van het archeologisch erfgoed wordt overgedragen aan de administratie Monumenten en Landschappen, waar een cel Archeologische Monumentenzorg aan toegevoegd wordt.Deze drastische hervorming moet leiden tot een efficiënter beheer. De genoemde administratie heeft een rijke ervaring in het beschermen en beheren van monumenten en landschappen, een expertise die ook bruikbaar is bij archeologie. De hervorming past in een nieuwe visie waarin archeologie, monumenten en landschappen als een geïntegreerd geheel gezien worden. De maatregel moet tegelijk de start betekenen van het beschermen van archeologisch waardevolle sites, iets wat vandaag vrij onzeker is.GoudschatVoortaan zal de informatie over het archeologische erfgoed in heel Vlaanderen bij het wetenschappelijk onderzoekscentrum BRON gecentraliseerd worden. In dat centrum wordt een documentatie- en communicatiecentrum uitgebouwd, onder meer van de referentiecollecties, het archief en de bibliotheek. Naast wetenschapslui zal ook het publiek gebruik kunnen maken van een interactieve databank en van gespecialiseerde internetsites.Het IAP heeft een boek laten verschijnen waarin de stand van het archeologisch onderzoek in Vlaanderen wordt voorgesteld. Het boek beslaat de periode 1997-1998. In Limburg werd toen een Keltische bodemvondst onderzocht. In oktober 1995 vonden jonge mensen in Beringen een verzameling gouden voorwerpen bij het uitgraven van de funderingen van hun huis. Het ging om 25 munten, een stuk van een getorseerde armband, en fragmenten van holle buisjes met knoppen en sluithaakjes. De provincie Limburg kocht met de steun van de Vlaamse Gemeenschap de vondst aan. De gouden holle buisjes, daterend uit de eerste eeuw voor Christus, blijken torques te zijn , halsbanden gedragen door Keltische krijgers. De magische kracht van de halsbanden maakte de krijgers onoverwinnelijk.Behalve de schat uit het Limburgse Beringen beschrijft het boek het belangrijkste archeologisch werk in de andere Vlaamse provincies. Oost- en West-Vlaanderen hebben naast Romeinse ook belangrijke middeleeuwse sites. In Zeebrugge werden opgravingen gedaan van een laatmiddeleeuwse baksteenindustrie. In Brugge werden de plantaardige en dierlijke resten uit een Romeinse waterput onderzocht, waardoor men zich een beter idee kan vormen van de voedselgewoonten in die tijd. Dankzij een oudheidkundig bodemonderzoek in Tienen weet men iets af van de lokale manier van wonen tijdens de Romeinse periode. Het boek toont aan hoe minutieus de Vlaamse archeologie te werk gaat. Archeologie is een wetenschappelijke onderneming geworden die, in tegenstelling met vroeger, interdisciplinair werkt. Dat illustreert het boek mooi met een bijdrage over de wijze waarop bodemvondsten gedateerd kunnen worden. Door de toepassing van de C14-dateringsmethode heeft men bijvoorbeeld de chronologie en de bouw van het castrum in Ename, een van de indrukwekkendste vroegmiddeleeuwse versterkingen in Vlaanderen, kunnen reconstrueren. BPArcheologie in Vlaanderen, 1997-1998 - 40 euro, kan besteld worden bij het IAP, tel.: 02/481.80.30.