Vlaamse literaire tijdschriften

Over de randenDat yang over de randen van het literaire bedrijf durft kijken is bekend. In het openingsstuk buigt Knack-journalist Filip Rogiers zich over de bruine partij en de Witte Beweging. In een, aldus de redactie, ongetwijfeld ophefmakend essay legt Rogiers een aantal fixaties van de democratische partijen bloot en analyseert hij het verloren potentieel van de Witte Beweging. De conclusies zijn hard maar niet verwonderlijk: de democratische partijen werken extreem rechts in de hand. Het slotstuk van dit nummer, van de hand van de Amerikaanse essayist Eliot Weinberger, heeft het over de Amerikaanse coup détat waarbij stroman Bush in het Witte Huis werd gedropt. Daarnaast literair werk van Erik Bindervoet, Pieter de Buysser, Wim van Boxtel. En literatuurkritiek, waarin alweer aandacht voor maatschappelijke beschouwing: de ogenschijnlijk sociale wending in de nieuwe essays van Patricia De Martelaere. Yang - 37ste jaargang, nr. 2, juli 2001.PoëziefestijnNaar jaarlijkse gewoonte wijdt het eenmanstijdschrift Revolver zijn juninummer aan het internationale poëziefestival Dichters in het Elzenveld. Fijn is dat van de buitenlandse dichters (deze keer de Duitse intellectueel Thomas Kling, de Zuid-Afrikaanse H.J. Pieterse, de Ierse parlandodichter Matthew Sweeney en de Pool Adam Zagajewski) niet enkel de Nederlandse vertalingen maar ook de oorspronkelijke gedichten worden afgedrukt. Als tegengewicht werden Anna Enquist, Dirk van Bastelaere en Eddy van Vliet naar het Duits vertaald. In de aanloop naar het eigenlijke festival traden de genomineerden van de Hugues C. Pernathprijs op. De selectie werd in de media enigszins gecontesteerd, maar dat mocht de pret niet drukken. Zij prijken met één gedicht én een foto in dit nummer. En wie voor wie het spektakel niet gevolgd heeft: Esther Jansma won.Revolver nr. 110 - 28ste jaargang, nr. 1, juni 2001Onverplichte lectuurDeus ex machina werpt zich op de Europese literatuur. Een nummer over de Ierse letteren is aangekondigd maar de maand juni brengt, als vakantiesmaakmaker, onverplichte Poolse lectuur. Onvermijdelijk is dan natuurlijk Nobelprijswinnares Wislawa Szymborska, hier in een vertaling van Jo Govaerts. Vreemd genoeg is zij de enige die wordt ingeleid, voor informatie over de andere auteurs zijn we aangewezen op de personalia achteraan in het tijdschrift én op twee overzichtsteksten. Die behandelen respectievelijk de nieuwe wegen van de Poolse poëzie en de jonge goden en godinnen van het Poolse proza. Voor de geïnteresseerde leek is het hengelen naar houvast tussen de opeenstapeling van exotische namen. Czeslaw Milosz, eveneens Nobelprijswinnaar, fungeert bijvoorbeeld in beide verhalen, een keer voluit en een keer met enkel de familienaam. In de personalia wordt duidelijk dat het om dezelfde persoon gaat. Deus ex Machina - 25ste jaargang, nr. 97, juni 2001EpifanieDietsche Warande & Belfort voegt nog een exemplaartje toe aan de invasie van themanummers. In proza, poëzie en essay buigen de medewerkers zich over de epifanie. Meteen blijkt hoe divers het fenomeen kan worden ingevuld: Paul Claes houdt het bij glimpen, verbonden aan een datum in 2000 met als aandoenlijkste de laatste, het graf van sociolinguïst Kas Deprez. Ook de Drie epifanietjes van Anneke Brassinga houden het bij alledaagse kleinigheden. Een onderbouwde staalkaart van de mogelijke invullingen van het begrip is te vinden in een essay van Elke DHoker. Emerson en niet Joyce was de eerste die het concept annexeerde voor literair gebruik. Geeft de epifanie bij Emerson zicht op een transcendente waarheid, voor Joyce staat het menselijke centraal. Wat alledaags is wordt bijzonder. DHoker gaat op zoek naar mogelijke revelaties aangepast aan de eisen van ons postmoderne tijdperk en vindt die aan de hand van het werk van John Banville. Hij roept de romantische epifanie op maar ondermijnt die via overdrijving; harmonie ontaardt in discrepantie. Zo belandt DHoker bij die andere, moeilijk te vatten categorie: het sublieme. Beeldende kunsten zijn in dit nummer sterk vertegenwoordigd met stillevens van Robert Devriendt, en met twee cross-over projecten: gedichten van Stefan Hertmans bij een klein museum en versregels van Marc Kregting bij Femke Hoyngs fotokunst op vermaakte stand.Dietsche Warande & Belfort - 146ste jaargang, nr. 3, juni 2001HarteloosOns Erfdeel houdt het gewoontegetrouw algemeen cultureel, met een flinke nadruk op teksten rond taal- en cultuurpolitiek. Dirk Geeraerts neemt het Nederlands in Vlaanderen onder de loep en pleit voor meer overheidsinspanningen. Een interessante benadering van de talige Noord-Zuid verschillen is de studie van Steven Hermans. Hij bekeek welke wijzigingen Nederlandse redacteurs aanbrengen in manuscripten van drie Vlaamse auteurs en hoe die daarop reageren. Voorts beslaat dit nummer zowat het hele culturele spectrum: van filmmaker Dominique Deruddere over componist Louis Andriessen tot kunstenares Marie-Jo Lafontaine, Ons Erfdeel vertelt het u allemaal. Op dichterlijk gebied worden, naast de gewoonlijke dosis recensies, twee grote namen opgevoerd, keurig verdeeld over Noord en Zuid: C.O. Jellema en Dirk van Bastelaere. Van die laatste jonge godfather bespreekt Dirk de Geest zijn nieuwe, harteloze bundel Hartswedervaren. Volgens De Geest valt dergelijke poëzie niet te karakteriseren. Het is jammer dat hij het toch probeert.Ons Erfdeel - 44ste jaargang, nr. 3Dietlinde WILLOCKX