Vlaamse sociale partners bepleiten opwaardering alternerend leren

(tijd) - Alternerend leren, de combinatie van deeltijds leren en deeltijds werken, wordt stiefmoederlijk behandeld en daar moet dringend verandering in komen. Dat stelt de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV).De sociale partners zullen de bedrijven stimuleren om voldoende werkplekopleidingen voor deeltijds leerplichtigen aan te bieden. Van de overheid verwacht de SERV een vereenvoudiging en versoepeling van de regelgeving en een voldoende en overzichtelijk aanbod van opleidingen.In Vlaanderen kunnen leerlingen vanaf 16 jaar voor een alternerende opleiding terecht in de Centra voor Deeltijds Onderwijs en de Syntracentra (de voormalige Centra voor Middenstandsopleiding). Alhoewel de jongste jaren het aantal werkervaringsplaatsen voor leerplichtigen toenam, vinden nog niet alle leerlingen een opleidingsplaats. Het systeem kampt bovendien met een negatief imago: vooral jongeren die niet aarden in het voltijdse onderwijs, zouden erin belanden. Volwaardig diplomaOm het alternerend leren op te waarderen, moet er een kwaliteitszorgsysteem op poten worden gezet, meent de SERV. De praktijkleerkrachten verdienen meer waardering en de overheid moet voldoende middelen aan de centra geven. De werkervaring moet eveneens aan minimale kwaliteitsgaranties voldoen en de jongere moet goed worden begeleid. Dit alles moet resulteren in de aflevering van een volwaardig diploma. De leerlingen moeten een getuigschrift verwerven dat gelijkwaardig is aan dat van het voltijdse technisch en beroepsonderwijs. Om te vermijden dat jongeren de school met lege handen verlaten, moeten er modules en deelcertificaten worden geïntroduceerd. IdV