Advertentie
Advertentie

Vlaamse socialisten scoorden, PS koos voor de verdediging

Johan vande Lanotte, de sterkhouder Met Begroting kreeg de sp.a-vice-premier, Johan vande Lanotte, niet meteen een sexy departement in handen. Maar met vondsten als het Zilverfonds kon hij het onderste uit de kan halen. Vande Lanotte kan zich ook de verdienste toemeten dat hij, ondanks de tegenvallende conjunctuur en de belastingverlaging, de begroting uit de rode cijfers hield. Mee door de zwakte van veel liberale en groene ministers kon hij ook sterk op het algemene beleid wegen. Soms leek het erop dat premier Verhofstadt meer op de drie rode V's (Vande Lanotte, Vandenbroucke en Van den Bossche) steunde dan op zijn partijgenoten. Om zijn 'harde' imago te milderen, had Vande Lanotte zich ook tot minister van Sociale Integratie en Sociale Economie laten benoemen. Maar dat viel wat tegen. Als verantwoordelijke voor de opvang van asielzoekers moest hij de gevolgen opvangen van het zwakke asielbeleid van zijn collega Duquesne. Zijn zoektocht naar opvangplaatsen voor asielzoekers leverde hem menig juridisch gevecht op met gemeentebesturen die last hadden van het nimby-syndroom. Vande Lanotte maakte er ook een erezaak van zoveel mogelijk uitkeringstrekkers aan werk te helpen. Dat lukte, mee door de verzwakkende economie, maar gedeeltelijk. Vanuit groene hoek werd hij onder vuur genomen omdat hij de minimumuitkeringen niet snel genoeg zou laten stijgen. In zijn partij heeft Vande Lanotte Steve Stevaert moeten laten voorgaan als absolute nummer een. Maar zijn tweede plaats is voorlopig onbedreigd. Tenzij het op 18 mei voor het kartel sp.a-spirit helemaal verkeerd afloopt, is hij een zekerheid voor de periode erna. Laurette Onkelinx, de verdedigster Als PS-vice-premier en minister van Arbeid werd Laurette Onkelinx door haar partijvoorzitter Elio di Rupo een vooral verdedigende rol toebedeeld. Ze moest er vooral over waken dat de liberale plannen voor een belastingverlaging niet ten koste gingen van de sociale zekerheid en dat er niet te veel geknabbeld werd aan de machtsposities van de Franstalige socialisten in het staatsapparaat. Onkelinx speelde die rol met grote overtuiging. Maar door haar defensieve opstelling kon ze moeilijk als een stuwende kracht achter paars-groen beschouwd worden. Voor haar eigen beleid kreeg ze geregeld de kritiek te slikken dat dit bijna exclusief op Wallonie gericht was. Maar haar omstreden Rosetta-plan blijkt uiteindelijk heel wat meer Vlaamse dan Waalse of Brusselse jongeren aan een baan geholpen te hebben. Al haar banenplannen konden echter niet verhinderen dat de werkloosheid al enkele jaren onverbiddelijk stijgt. Halverwege de regeerperiode verhuisde Onkelinx van Luik naar Brussel. Haar eerste opgave daar is het terugwinnen van de tienduizenden stemmen die de PS in 1999 aan Ecolo verloor. Frank Vandenbroucke, de bolleboos Je moet niet per se twee keer per dag in een praatshow verschijnen om populair te worden. De wat cerebrale sp.a-minister van Sociale Zaken is het levende bewijs van die stelling. Vandenbroucke stond ooit bekend om zijn allergie van alles wat blauw is. Maar als uitvinder van het concept van de 'actieve welvaarstaat' ontpopte hij zich tot een van de bouwheren van paars-groen. Met Sociale Zaken kreeg hij een cruciaal maar ook lastig departement in handen. Net als zoveel van zijn voorgangers ondervond hij hoe moeilijk het is om greep te krijgen op de uitgavenstromen in de ziekteverzekering. Vandenbroucke hield echter stug vol. De invoering van de maximumfactuur is waarschijnlijk zijn grootste wapenfeit. In de artsengroep probeerde hij vooral de huisartsen te vriend te houden. Als minister van Pensioenen was Vandenbroucke iets minder actief. Zijn belangrijkste verdienste was hier waarschijnlijk de uitwerking van een wettelijk kader voor de aanvullende pensioenen. Vandenbroucke gaat zijn populariteit proberen te verzilveren door in Brussel ook Franstalige stemmen te gaan rapen. Vooral in het VLD-kamp wordt wel gezworen dat ze de sp.a'er geen tweede keer de kans zullen geven te scoren op Sociale Zaken. Luc vanden Bossche, de houwdegen Als minister van Ambtenarenzaken moest Vanden Bossche de hooggestemde beloftes uit het regeerakkoord over de modernisering van de federale administratie waarmaken. Na vier jaar gebakkelei moet het verdict luiden dat de Gentse houwdegen hoog gemikt heeft, maar dat zijn pijl onder de roos beland is. Inzake e-government maakte Belgie wel een flink deel van zijn achterstand op de buurlanden goed. De eigenlijke Copernicushervorming is een veel minder groot succes. De afschaffing van de kabinetten bleef grotendeels dode letter. De benoeming van een reeks kabinetschefs tot topambtenaar maakte van de beloofde depolitisering een lachtertje. De laatste klap kwam er vorige week, toen de PS de hervorming van de ambtenarenloopbaan voor de hoger geschoolde ambtenaren blokkeerde. Diezelfde PS zweert dat ze de volgende regering een groot deel van het werk zal laten overdoen. Van den Bossche is er dan niet meer bij. Hij wordt in het najaar gedelegeerd bestuurder van de luchthavenbeheerder BIAC. Voor zover bekend moest hij daarvoor geen assessmentproef afleggen. Andre Flahaut, de trouwe soldaat Landsverdediging was in het regeerakkoord geen letter waard. De grootste opdracht voor Flahaut was ervoor te zorgen dat het leger niet te veel kostte, zonder dat de belangen van de Waalse wapenindustrie in het gedrang kwamen. De Waals-Brabantse PS'er slaagde erin de generaals het krappe legerbudget zonder al te veel miserie te doen slikken. Tegelijk probeerde hij de krijgsmacht te verjongen. Hij investeerde vooral veel energie in een imagoverbetering van het leger. Dat moet een 'vredesleger' worden dat zich vooral op VN-missies toelegt. Door de afschaffing van de aparte machten kon Flahaut de macht van de generaals aan banden leggen. Maar hij moest wel een 'gamellenopstand' van de gewone soldaten doorstaan. Naarmate de verkiezingen naderden, kreeg de doorgaans erg behoedzame minister opstoten van profileringsdrang. Dat leverde enkele staaltjes fraai scheldproza op aan het adres van zijn Amerikaanse collega, Ronald Rumsfeld, en The Wall Street Journal. Premier Verhofstadt heeft zich ondertussen opgeworpen als een fervente verdediger van een Europese defensiepolitiek. Als het hem ernst is met dat plan, wordt bij de formatieonderhandelingen best toch even langer over landsverdediging gesproken. Charles Picque, de onzichtbare Ooit was Picque een niet onverdienstelijke minister-president van de Brusselse regering. Maar op het federale niveau kwam hij er nooit aan te pas. Als minister van Economie, Wetenschaps- en Grootstedenbeleid was Picque vooral een minister van restbevoegdheden. Maar ook voor zijn schaarse bevoegdheden bakte Picque er weinig van. Het schrijnendste voorbeeld was de lijdensweg van de al zo lang beloofde rampenverzekering. Het zal dus niet voor deze legislatuur zijn. Picque's grootste wapenfeit was waarschijnlijk het vlammende communique waarin hij zijn collega-ministers ervan beschuldigde 'de burger te bedriegen' omdat die zijn voorstel voor het langer handhaven van de verplichte prijsaanduiding in frank en euro verworpen hadden.