Vlaamse Waal met Franse voorliefde

De stad van burgervader Jean-Pierre Detremmerie ademt nog een Vlaamse sfeer uit. Zijn stadhuis, met de pracht van een oude Vlaamse stad, houdt de Waalse schijn helemaal niet hoog. In zijn bureau prijken aan de ene kant een paar grote foto's van Belgische wielrenners en aan de andere kant een foto van de burgervader, die de hand van de kerkvader uit Rome schudt. Daarnaast een grote tekening van het kruis.ALSOF HIJ ZIJN VLAAMSE aard nog extra in de verf wil zetten, voert hij het gesprek in het Nederlands. Jean-Pierre Detremmerie zegt er geen moeite mee te hebben dat je Moeskroen een Vlaamse stad noemt. 'We kunnen een andere taal spreken en toch onze identiteit behouden', luidt het. Een Vlaamse Waal zijn is voor hem geen contradictie. Als goede Vlamingen passen hij en zijn burgers zich ook aan door de taal van de streek of het land te spreken waarmee ze zaken doen. Dat moet in Vlaanderen en Wallonië ook kunnen. Toch zit hij er nog mee dat de grondwet hem de taalfaciliteiten opdringt. Hij maakt echter van de nood een deugd. 'Aan Franstalige investeerders zeg ik dat ze hier Frans kunnen spreken en aan Nederlandstalige dat hun taal ook kan.'