Advertentie
Advertentie

Vlucht en verdrijving als globale fenomenen

Onlangs zond de Duitse zender ZDF een vijfdelige serie uit van de ook bij ons bekende historicus Guido Knopp over de verdrijving van tien miljoen Duitsers uit de zogenaamde Oostgebieden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. De serie veroorzaakte als het ware een dambreuk. Duizenden kijkers reageerden, ook met hun persoonlijk levensverhaal, op de dikwijls schokkende beelden. Op de televisie en in de kranten werd heftig gedebatteerd over dit stukje oorlogsverleden, vooral ook over wat de weerslag ervan zou kunnen zijn op de relatie met de buurstaten, meer bepaald Polen en Tsjechië. Vooral de kwestie Tsjechië zou wel eens voor problemen kunnen zorgen, als het om de toetreding van dat land tot de EU gaat. Op het eerste gezicht is dat verwonderlijk. Behoort Tsjechië immers niet tot de koplopers onder de kandidaat-leden van de EU? Economisch doet de kleine Moldaurepubliek het goed. Ze oogt als democratie modern en vooruitstrevend. Maar er hangt een politieke schaduw over het land. Een schaduw die zo groot is dat sommige krachten vraagtekens plaatsen bij de toetreding ervan tot de EU. Die krachten bevinden zich in Duitsland en Oostenrijk, twee staten wier geschiedenis eng verweven is met die van Tsjechië. De schaduw wordt afgeworpen door een historische gebeurtenis: de verdrijving van de zogenaamde Sudetenduitsers in 1945. De drie miljoen Duitstaligen die in 1918, na de ondergang van Oostenrijk-Hongarije, de Dubbelmonarchie, als minderheid terechtkwamen in de nieuw opgerichte Tsjechoslovaakse staat, werden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, als vergelding voor de door de nazibezetter gepleegde misdaden, onteigend en verdreven door de Tsjechen. Dikwijls gebeurde dat in de gruwelijkst denkbare omstandigheden. Dit proces van verdrijving en onteigening vond zijn juridische neerslag in de Benesj-decreten, genoemd naar de toenmalige Tsjechoslovaakse president. Na de oorlog werd het probleem van de Vertriebene, de verdrevenen, in Duitsland onder tafel geveegd. De Bondsrepubliek vreesde dat een aankaarten ervan misbruikt zou kunnen worden om de nazimisdaden te relativeren. In feite waren het in het verleden haast uitsluitend de conservatieve Beierse christen-democraten die zich het lot aantrokken van de verdrevenen van wie velen zich trouwens in Beieren hadden gevestigd. Dat had tot gevolg dat het probleem van de verdrevenen, die zich organiseerden in de machtige drukkingsgroep Bund der Vertriebenen, als een rechts thema werd aangezien. Met de heropleving van de parlementaire democratie in de landen van Centraal-Europa kwam van beide kanten officieel de vraag naar verzoening weer naar boven samen met het verlangen een streep onder het verleden te trekken. Niettemin riep het Europese Parlement in een resolutie gedateerd op 15 april 1999 de Tsjechische regering op de Benesj-decreten op te heffen. Een maand later nam het Oostenrijkse parlement een resolutie aan die de incompatibiliteit van deze decreten met de rechtsorde van de EU vaststelde. Ook in de Duitse Bondsdag werd over deze kwestie gedebatteerd op initiatief van de christen-democratische fractie.De enorme weerklank die de televisieserie vond in Duitsland toont aan dat een van de grote tragedies van de twintigste eeuw, de verdrijving van tien miljoen Duitsers aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, aan de vergetelheid wordt ontrukt. De gevoeligheid ervoor is gegroeid omdat de mensen beseffen dat het fenomeen vlucht en verdrijving globaal en van alle tijden is. De schijnwerpers zijn de jongste jaren meer en meer gericht op het lot van vluchtelingen, zeker wanneer ze in groten getale opduiken en de draagkracht van bepaalde staten aantasten. De beelden van Kosovo en Afghanistan liggen nog vers in het geheugen. Nu zien we met de ZDF-serie onder ogen, letterlijk en figuurlijk, dat zulke zaken ook hier in Europa, in het hart van het continent, gebeurd zijn. Vaak blijkt een neurotische homogeniseringsdrang aan de basis te liggen van de verdrijving van hele bevolkingsgroepen. Het concept van de moderne staat is niet altijd afgesteld op het samenleven van verschillende naties of etnies. Bovendien zijn sommige staten institutioneel of economisch zo zwak dat ze zich geen multi-etnisch project kunnen permitteren. Het Tsjechoslovakije van het interbellum bijvoorbeeld ervaarde de Sudetenduitse bevolkingsgroep als een last en een bedreiging, niet als een verrijking.We moeten ervoor opletten dat ons geheugen inzake de vluchtelingenproblematiek niet selectief te werk gaat. De tragedie van de Sudetenduitsers uit Tsjechië en van de Duitsers die vluchtten of verdreven werden uit Polen, waarvan de staatsgrenzen in 1945 volledig werden hertekend, mag ons niet blind maken voor de ellende in andere werelddelen. Ook de Bund der Vertriebenen in Duitsland schijnt zich daar bewust van te worden, getuige het initiatief dat hij genomen heeft om in Wiesbaden een Zentrum gegen Vertreibungen op te richten. Het fenomeen is immers veel te schrijnend opdat we alleen maar kennis zouden nemen van het leed van één welbepaalde bevolkingsgroep.Dirk ROCHTUSDe auteur is docent Diplomatieke Geschiedenis aan de Lessius Hogeschool Antwerpen.