Vonnis op bestelling kan niet

Men kan geen vonnis bestellen bij de rechterlijke macht: zij spreekt onafhankelijk recht, en rechtspraak beantwoordt niet altijd aan ieders persoonlijk rechtvaardigheidsgevoel. Dàt is de belangrijkste conclusie die uit het vonnis in de veehandelaren- of Gaia-zaak kan worden getrokken.Gaia had tijdens een langere periode op publieke veemarkten beelden gemaakt van scènes die de indruk konden geven dat sommige veehandelaren het vee mishandelden in strijd met de Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren. De beelden werden met verborgen camera gemaakt, gemonteerd, gekopieerd en wereldwijd gebruikt voor een internationale mediacampagne. De media en de publieke opinie reageerden geschokt.Gaia diende op basis van het beeldmateriaal ook klacht in met burgerlijke partijstelling. Klaarblijkelijk heeft het parket zich ertoe beperkt de veehandelaren te identificeren en dagvaarding tegen hen uit te brengen. Uit het vonnis is niet anders op te maken dan dat er weinig of geen ander bewijsmateriaal werd voorgebracht. Welnu, dat bewijsmateriaal werd door de rechtbank ontoelaatbaar verklaard. De verontwaardigde publieke reactie was: De beelden waren toch duidelijk, hoe kan men dan tot een vrijspraak komen?Welnu, in onze rechtsorde is de opsporing en vaststelling van misdrijven aan strikte regels gebonden, dat hoort zo: zelfs politionele en gerechtelijke autoriteiten moeten zich aan strikte regels houden. Dat is niet altijd even efficiënt dat is een prijs die we voor de rechtsstaat betalen doch draagt wel fundamenteel bij tot de garanties die alle burgers inzake hun rechten en vrijheden genieten. De basisbenadering rust op het uitgangspunt dat rechten en vrijheden, ook van verdachten, gegarandeerd zijn en dat onwettig verzameld bewijsmateriaal ontoelaatbaar is en geen bewijskracht heeft: indien niet te vermijden, is het meer verkieslijk in onze rechtsstaat dat een verdachte kan vrijuit gaan indien die normen zijn geschonden, dan dat een verdachte onterecht zou worden veroordeeld.Gaia is het slachtoffer geworden van zijn wat obstinate excès de zèle, en van het stilzitten van het parket. Op een succesrijke en soms ook wel wat agressieve - wijze is Gaia erin geslaagd het mediaproces van de gebeurtenissen te voeren, de publieke opinie te sensibiliseren en de aandacht te vestigen op de problematiek van de veemarkten. Nog méér nastrevend, trachtte Gaia de strafrechtelijke veroordeling te bekomen, klaarblijkelijk op eenvoudige voorlegging van het beeldmateriaal. Terecht heeft de rechtbank dat bewijs als onrechtmatig gekwalificeerd. Er is geen onderzoek ten laste én ten ontlaste gevoerd, enkel stiekem en eenzijdig, er is een montage gemaakt over een langere periode, er is gewerkt met middelen van vaststelling de verborgen camera - die unfair zijn. Gaia argumenteerde dat het niet anders dan zo bewijzen kon verzamelen, gelet op de agressiviteit van tal van mensen uit de vleessector ten aanzien van haar leden. Dat zou misschien zo kunnen zijn, doch de rechtbank oordeelde dat zulks nog niet verantwoordt dat Gaia zich opwerpt als privé-parket en het recht in eigen handen neemt. Die beoordeling is terecht.Onderzoeks- en vervolgingsinstanties zijn bij wet aangeduid, en hun beperkte methoden zijn gereglementeerd, zoals het in een rechtsstaat hoort. Actiegroepen kunnen zaken aan de orde brengen en voor het voetlicht van de publieke opinie naar voren halen, doch daar eindigt hun actie en dienen anderen in het geweer te komen: controle-instanties en parketten.In deze zaak had, tijdens de procedure, een parlementslid aan de bevoegde minister - beiden van Agalev - een parlementaire vraag gesteld over de verklaring die een ambtenaar als deskundige (en dus onder eed) had afgelegd voor de rechtbank; klaarblijkelijk had hij de schriftelijke pvs enigszins of aanmerkelijk afgezwakt in zijn mondelinge getuigenverklaring. Men kan zich afvragen of men het publieke debat kan blijven voeren terwijl over de aangelegenheid een rechtszaak aanhangig is; uit het Sunday Times-arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens kan men afleiden dat dit legitiem is. In haar antwoord was de minister evenwel een stap verder gegaan dan dat; zij had geantwoord dat uit het onderhoud van (mijn) diensten met betrokken inspecteur is gebleken dat hij nooit de intentie heeft gehad de in zijn processen-verbaal neergeschreven conclusies die naar het oordeel van (mijn) diensten door andere experts kunnen ondersteund worden, tegen te spreken of te ondermijnen. Dat is een bijzonder ongelukkig antwoord, omdat tijdens een aanhangige rechtszaak een lid van de Uitvoerende Macht het blijkbaar ten aanzien van de rechtbank wil laten voorkomen dat een getuige iets anders zou hebben bedoeld dan wat hij heeft gezegd. Een dergelijke suggestieve interferentie van de Uitvoerende Macht in de functionering van de onafhankelijke Rechterlijke Macht is buitengewoon ongepast.One issue-actiegroepen hebben het makkelijk; ze eigenen zich een deelbelang toe dat meestal sympathiek en onbesproken is en kunnen daarop opiniëren zonder met andere elementen rekening te moeten houden. Hun nobel doel volstaat evenwel niet om alle middelen te kunnen aanwenden tot bereiken van dat doel: het doel heiligt de middelen is een met de rechtsstaat onverenigbaar machiavellistisch beginsel.Zo is het vonnis van de Brusselse rechter wel degelijk te begrijpen in onze rechtsorde; het vervult niet het rechtvaardigheidsgevoel ten aanzien van de bestrijding van dierenleed, doch dat punt was al krachtig geagendeerd. Strafrechtelijk onderzoek, strafvervolging en veroordeling zijn geen zaken voor actiegroepen; hun rol als burgerlijke partij zullen ze met meer terughoudendheid en sereniteit moeten invullen. Immers, bij die zaken zijn àndere rechtmatige belangen en rechten in het geding en de laatste die daarover kan én moet waken is de onafhankelijke rechter. Men bestelt geen vonnis, men onderwerpt een aangelegenheid aan het onafhankelijk rechterlijk oordeel dat in serene omstandigheden moet kunnen worden gevormd. Latere verdachtmakingen van magistraten of van de rechterlijke macht zijn in een rechtsstaat een wat makkelijk, doch vooral gevaarlijk actiemiddel: zonder de rechterlijke macht valt een belangrijke controle op de actie van eenieder weg, de laatste controle op het respect voor ieders rechtmatige belangen en rechten. Daar kan niet licht mee omgesprongen worden.Leo NEELSDe auteur is professor mediarecht KULeuven UIAntwerpen, en advocaat, partner Allen & Overy