VOORGELEZEN

Stewart Lee Allen In de keuken van de duivel Schransen, bikken, vreten, bunkeren, het is weer de tijd van de winterzonnewende. Ook wie zich voorneemt er niet aan mee te doen, komt voor verrassingen te staan. Dit boek gaat over, bij voorkeur onmatig eten en drinken, maar vooral toch over de samenhang tussen eten, seks en religie. Gemakshalve is het ingedeeld per christelijke hoofdzonde. Dat zijn er zeven plus een. Een toemaatje moet. Omdat Chinezen zo bekendstaan om hun uitbundige nieuwjaarsfeesten, mogen we ze een voorbeeldfunctie toebedelen. Chinese medemensen zijn de grootste omnivoren, alleseters, ter wereld. Ze verorberen katten, honden, apenhersenen, visblazen en gorillahanden. Eigenhandig pikken ze graag een hapje lama uit Tibet of renhond uit Taiwan mee. Maar hun ware specialiteit is het afrodisiacum, tafelen als voorbereiding op het bed. Daarvoor doen ze een beroep op de lijst van uitstervende en dus beschermde dieren. Tijgerpenis is een delicatesse die geen Chinees zal afslaan. Het bestaat in capuselevorm, maar zeker zo aangenaam is de populaire 'driepenissenwijn' - hij schijnt naar whisky te smaken. Ook zeehonden raken op deze manier hun jongeheer kwijt. De hoorn van de neushoorn is een bekende delicatesse, ze kost 54.000 dollar per kilo. Wie alles tegelijk inneemt heeft een levenslang priapisme. Gesteld, natuurlijk, dat deze middeltjes inderdaad werken - wat niet is bewezen. Eieren van de lederschildpad staan ook bij andere volkeren hoog op de lijst, evenals walvisslijm, bloed van vers onthoofde ratelslang, testikels van de giftige kogelvis, hagedispootjes, jakhalsgal en ezelinnenmelk. Om de alombekende Spanish fly niet eens te noemen. Zover het hoofdstuk Wellust. Onder Hebzucht valt Luilekkerland. De mensen wonen er in huizen van chocoladecake, omringd door hekken van worstjes (dit is de Hollandse versie). Bloemen bestaan uit gebak, wolken uit gebraden kippetjes en het regent er chardonnay. Zelfs de stront is er lekker: paarden poepen gepocheerde eieren en ezels laten vijgen vallen. Alleen opletten als je onverhoeds je mond opent: gebraden ortolanen - nog een uitstervende soort - vliegen ongevraagd binnen. Tepels van de Maagd is een Italiaans erotisch hapje: gevuld gebak in de vorm van een vrouwenborst met bovenop - wie verzint het - een kers. Het gerechtje gaat terug op de heilige Agatha, wier borsten door heidense Romeinen werden afgesneden, omdat zij weigerde Christus te verloochenen. Zij wordt traditiegetrouw afgebeeld terwijl ze haar balkon op een schotel presenteert. Het receptje staat erbij. Het begint met een voorverwarmde oven van 220 graden. Kortom, een seizoensboek dat niet te versmaden valt, zij het minder voor de zinnenstrelende dan voor de geestige inhoud. In de keuken van de duivel/ De zondige en zinnenstrelende geschiedenis van verboden gerechten - 2003, Baarn, De Kern, 285 blz., 17 euro, ISBN 90-325-0790-7. Fons Tuinstra Het andere Oosten Vijftien misverstanden over China en de Chinezen? Veelal gaan ze over zakendoen en economie. In 2001 is het Rijk van het Midden toegetreden tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Sommigen, onder wie de Shanghaise advocaat en auteur Gordon Chang, zien hierin het begin van het einde. Hij geeft het land nog vijf jaar om als een kaartenhuis ineen te storten. De corruptie, het failliete banksysteem, de lege pensioenkassen en de grote sociale onrust maken 'the upcoming collapse' onafwendbaar. Tuinstra, die een verleden heeft als publicist en ondernemer in China, gelooft niet in dit doemdenken. Zelfs het SARS-virus, dat Chinese Tsjernobyl, heeft het land er niet onder gekregen. In Amerika zijn, zoals elders, de meningen verdeeld. Aan de ene kant staan diegenen die China als een militaire en politieke bedreiging zien en het land desnoods met geweld in bedwang willen houden. Aan de andere kant zij die in China een goedmoedige economische reus zien, waarmee vooral handel kan worden gedreven. Ook een onderwerp als de mensenrechten komt ter sprake. Vorige herfst werd in Peking voor het eerst een toneelstuk opgevoerd, gebaseerd op Orwells 'Animal Farm'. In dat stuk nemen de dieren de macht over van de altijd dronken eigenaar en besluiten dat alle dieren op de boerderij gelijk zijn. Maar, de varkens doen een succesvolle greep naar de macht en vestigen hun eigen dictatuur. Alle dieren zijn dus gelijk, maar varkens zijn gelijker. Het is, natuurlijk, een aanklacht tegen de stalinistische terreur van de jaren 30. Daarom was het stuk in China ook lange tijd verboden. Kwamen de Chinezen nu massaal opdagen om er na al die tijd kennis van te nemen? Welnee. Ze vertrouwden het zaakje niet. En bovendien waren ze allemaal tegelijk bezig zich flexibel te gedragen met het oog op de internationale markt. Auteur Tuinstra is journalist en ondernemer in China. Het is niet altijd duidelijk naar welk vak zijn voorkeur uitgaat. Het andere Oosten/15 misverstanden over China en de Chinezen - 2003, Amsterdam/Antwerpen, Contact, 255 blz., 18,90 euro, ISBN 90-254-2186-5. Edward de Maesschalk Overleven in revolutietijd De petite histoire, hoewel tegenwoordig nogal in trek, overleeft zelden de grote gebeurtenissen van de officiele geschiedschrijving. Die blijft namelijk onderwezen worden. Wie op zoek gaat naar alledaagse dingen uit het verleden, zoekt het zelf maar uit of kan soms terugvallen op historici die het voor hem gedaan hebben. Zo'n historicus is De Maesschalck. Hij stootte op de kroniek van een Leuvense pruikenmaker, die zijn belevenissen op papier zette vanaf 1792, toen de Franse revolutie zich naar onze contreien verplaatste. Overigens waren pruiken bij de eerste dingen die de revolutionairen afschaften, zodat onze Jan-Baptist Hous een ander vak moest kiezen. Hij werd postbode, wat voor het informatiegehalte van zijn kronieken eerder een voordeel zal zijn geweest. We krijgen bekende feiten opgediend, maar dan vanuit Leuvens perspectief. Hous ergert zich aan het schrijnende gebrek aan goede Peeterman, de trots van de Leuvense bieren. 'Er zijn geen tien herbergen die nog Peeterman hebben en dan smaakt het nog naar kazakwater.' De zaak werd er niet beter op bij de invoering van de assignaten, het papieren geld dat niemand vertrouwde. De kloosters worden afgeschaft, priesters verboden, nonnen gemolesteerd, kerken geplunderd. Voor een stad als leuven, zetel van de katholieke Alma Mater en haar vele vertakkingen, betekent dat een zware klap. Bij de invoering van de militaire dienstplicht vanaf twintig jaar is het geduld van de Leuvenaars - en van de Vlamingen in het algemeen - opgebruikt. 'Na geld en goed vragen ze lijf en bloed.' De besten, de kostwinners zouden als kanonnenvlees gaan dienen? De Boerenkrijg barst los, overigens minder een krijg van boeren dan van dagloners. Maar dan komt, aanvankelijk als een redder, Napoleon Bonaparte. Hij heeft zijn voordeel gedaan met de revolutie, het Directoire uitgeschakeld en zelf de macht in handen genomen. Als Eerste Consul maakt hij zich in onze streken geliefd, door kerken en kapellen open te stellen, meer vrijheid te scheppen voor priesters, vastenavond weer in te voeren en de macht van het leger in te perken. Dat zal niet blijven duren, zoals de Grote Geschiedenis heeft uitgewezen. Maar in 1802 stemmen de Leuvenaars, samen met de Rijksfransen, massaal voor Bonaparte als Consul voor het leven. Ook Hous is opgetogen. Het is het begin van het einde. Vanaf 1803 kondigt zich de Grote Veldslag aan. Bonaparte wordt verteerd door zijn ambitie om Engeland te fnuiken. Hij minimaliseert de kracht van de coalitie. Hij keert als een verslagen hond terug van de veldtocht uit Rusland - we hebben er Tsjaikovsky's '1812' aan overgehouden. Voor de stad Leuven wordt het een va-et-vient. Troepen rukken binnen, of door, of terug en het zijn troepen van alle gezindten. Want Leuven heeft met zijn vele kerken, kloosters en universiteitsgebouwen een grote logeercapaciteit voor de manschap. Postbode Hous was getuige van een scharniertijd in de Europese en wereldgeschiedenis. De Belgische revolutie van 1830 heeft hij helaas niet mogen meemaken, hij stierf enkele maanden te vroeg in een tehuis voor ouderlingen. Overleven in revolutietijd/Een ooggetuige over het Franse Bewind (1792-1815) - 2003, Leuven, Davidsfonds, 216 blz., 19,95 euro, ISBN 90-5826-237-5. Samenstelling: Jef COECK