Voorstel-Dewael over risicokapitaal: welk middel voor welk doel?

Minister-president Patrick Dewael stelt voor om particuliere investeringen in risicokapitaalfondsen fiscaal aftrekbaar te maken in de personenbelasting. Deze fondsen moeten dan investeren in duurzame KMOs.Liberalen en werkgeversorganisaties stellen al jaren dat er in België een tekort is aan risicokapitaal. Maar klopt dit wel? Studies van het Instituut voor Wetenschap en Technologie en het Federaal Planbureau doen ons besluiten dat België het over het algemeen vrij goed doet. Indien we de investeringsbedragen bekijken in verhouding met de grootte van onze economie, dan stellen we vast dat we op de vierde plaats staan op de Europese ranglijst. Waar ligt dan wel het verschil tussen België en de rest? Onze buurlanden verkiezen om risico-investeringen te stimuleren via indirecte overheidssteun, dus via waarborgregelingen en fiscale tegemoetkomingen. In België gebeurt dit vooral via directe overheidsinvesteringen waarbij overheidsinstellingen ruim 60 procent van het risicokapitaal verschaffen. Dewaels voorstel wil dit doorbreken en stimuleert vooral het indirect overheidsinitiatief inzake risicokapitaal. Vooral kapitaalkrachtige personen zijn bereid een deel(tje) van hun spaarcenten te beleggen in risicokapitaal. Zij zullen ook het meest profijt halen uit een belastingaftrek. Want hoe meer je verdient, hoe groter het belastingvoordeel en dus hoe kleiner het risico om echt verlies te lijden. Het voorstel van Dewael tast dus het herverdelingseffect van de personenbelasting opnieuw aan, net nu de Vlaamse regering het kijk- en luistergeld aan het afschaffen is, hetgeen een herverdelende maatregel is. De werkgevers stellen samen met de liberalen dat onze arbeid te veel belast wordt. Het voorstel van Dewael doet echter het verschil tussen de belastingen geheven op arbeid en deze geheven op kapitaal nog verder toenemen. De minister-president kijkt voor wat het stimuleren van risicokapitaal betreft naar de ons omringende landen. Hij zou dit beter ook doen voor wat de fiscaliteit op de meerwaarden van aandelen betreft. België is wat dat betreft uniek: de belasting op meerwaarden is bij ons gelijk aan nul. In de ons omringende landen varieert dit tarief van 20 tot 40 procent. Het kenmerk van risicokapitaal is dat de belegger niet weet hoeveel de investering hem opbrengt. Maar kunnen we bij het voorstel van Dewael nog wel spreken van risico? Het voorgestelde stimuleringsinstrument is niet min. Landen die ook gebruikmaken van deze fiscale techniek, beperken de aftrek tot 50 procent van de beleggingswaarde. Wanneer we veronderstellen dat de minister ook dit cijfer in het achterhoofd heeft dan betekent dit dat iemand die 49.580 euro belegt in zon fondsen, een belastingsaftrek krijgt van ongeveer 24.790 euro. Dit betekent dat de belegger hierdoor 7.439 euro (30%, gemiddelde aanslagvoet) minder belastingen moet betalen. Dit maakt dat zijn belegging met 15 procent in waarde mag dalen opdat sprake kan zijn van een echt verlies. De aftrekbaarheid wordt gekoppeld aan duurzaamheid. Maar wat is duurzaam? De liberalen vullen dit ruim in. De sp.a en Agalev zijn kritischer. Voor hen komen enkel VZWs en Verenigingen met Sociaal Oogmerk in aanmerking. In hun voorstel zou de belastingaftrek bovendien beperkt worden tot 5 procent. Maar zal dit voldoende zijn om privé-investeerders te overtuigen te investeren in dergelijke sociale economiebedrijven? Die zijn namelijk vaak verlieslatend. Het is dus onwaarschijnlijk dat hierdoor het kapitaalprobleem in de sociale economiesector wordt opgelost. De recente begrotingsbesprekingen bewezen dat de huidige inkomsten net voldoende zijn om de Vlaamse uitgaven te betalen. Deze belastingvermindering zal leiden tot minder inkomsten voor de overheid. Niemand weet echter welk effect deze maatregel heeft op het aanbod van risicokapitaal en dus ook niet op de begroting. De door minister Gabriëls vooropgestelde 10 miljoen euro voor deze nieuwe fiscale incentive kunnen in Vlaanderen beter worden aangewend voor tal van andere noden vooraleer dergelijke fiscale gunstmaatregelen toe te kennen. Denken we hierbij maar aan het openbaar vervoer, wegenwerken, uitbouw van de sociale voorzieningen enonderwijssector.Het Vlaams ACV en ABVV begrijpen de doelstelling van de Vlaamse liberalen wel. Meer nog, wij onderschrijven zelfs het belang van risicokapitaal voor kleine en startende ondernemingen in ons land. De vraag is evenwel of fiscale aanmoediging dé manier is om het risicokapitaal te stimuleren. Wij vinden alvast van niet. Bovendien bewijzen statistieken dat onze huidige techniek van directe overheidsinvesteringen haar sporen heeft verdiend, want Vlaanderen scoort over het algemeen goed wat de beschikbaarheid van risicokapitaal betreft. Het oprichten van een apart Startersfonds beantwoordt wellicht aan een behoefte voor een welbepaald marktsegment, maar je kan je wel afvragen of een fiscale aftrek voor de (modale?) burger die hierin investeert per se moet: hij loopt inderdaad meer kans op verlies, maar de kans op een hoger dan normaal rendement is even groot. Angeline VAN DEN RIJSE Koen ENGELSDe auteurs zijn respectievelijk adviseur studiedienst ABVV en adviseur studiedienst ACV