Vrachtwagenmerken werken in een grondig gewijzigd kader

Het takenpakket van een vrachtwagenbouwer zag er niet zolang geleden nog redelijk eenvoudig uit: hij moest nieuwe voertuigen ontwerpen, onderhandelen met onderdelenleveranciers, een aantal (vooral technische) voorschriften respekteren en zijn produkten verkopen. Doorgaans was de vraag naar trucks groter dan het aanbod en volstond het om een gelimiteerd gamma in petto te hebben. De markt bestond nog uit talloze, vaak kleine konstrukteurs die meer dan eens met geldgebrek kampten en gedwongen waren om zich te beperken tot enkele landen. Tegenwoordig ziet het 'konkurrentieplaatje' er helemaal anders uit, zegt Giancarlo Boschetti, algemeen direkteur van het Italiaanse Iveco. Volgens hem onderging de sektor een ware omwenteling in de afgelopen tien jaar. BOSCHETTI komt tot de konklusie dat de vrachtwagenkonstrukteurs in een grondig gewijzigd kader moeten konkurreren. Produktie- en gebruiksvoorschriften behoren niet langer tot de bevoegdheid van nationale regeringen maar worden grotendeels bepaald door de 'supranationale bureaukraten' in Brussel. Voorbij is de tijd van de 'natuurlijke thuismarkten': de konkurrentie wordt nu over heel Europa uitgevochten. De trend naar grotere transport- en expeditiekonglomeraten leidde ertoe dat klanten veeleisender werden. De vorming van één Europese eenheidsmarkt had als ongunstig neveneffekt dat ekonomische problemen erg 'besmettelijk' werden en zich snel gingen verspreiden over heel de Europese Unie. Een ander belangrijk verschil met vroeger is dat de fabrieken in Europa en Noord-Amerika veel meer voertuigen kunnen leveren dan de markt kan opnemen.