Advertentie
Advertentie

Waarom de bouw van sociale woningen wel een goed idee is

In het Podium van 15 november Waarom bouw van sociale woningen geen goed idee isbekijkt Christian Floru, fractievoorzitter voor de VLD in de Antwerpse districtsraad, de sociale huisvesting door een toch wel sterk donkerblauwe bril, die eerder een vorm van blindheid lijkt te veroorzaken, dan dat er een poging gedaan wordt tot een kritische reflectie op het huisvestingsbeleid.België op hetzelfde niveau plaatsen als de Verenigde Staten en dit als bewijs aanvoeren dat de vrije woningmarkt de beste garantie biedt op voldoende en redelijk geprijsde woningen, is totale nonsens. De VS tellen miljoenen daklozen. Oorzaak: een tekort aan voldoende en betaalbare huisvesting.De auteur vertrekt vanuit de stelling dat de helft van de Belgische bevolking toegang heeft tot goedkopere woningen. Hij stelt dat doordat de overheid initiatieven subsidieert de particuliere initiatieven gewurgd worden en de particuliere verhuurders de huurprijs moeten verlagen. Mocht dit inderdaad zo zijn, dan zouden we (Van Dam & Geurts 2000) niet moeten vaststellen dat de huurprijzen tussen 1976 en 1997 met 65 procent stegen en er een sterke link kan worden gelegd tussen armoede en huisvestingskosten. Ik dacht dat, in een markteconomisch denken, de prijzen verlaagden als er een voldoende aanbod is. Dat de huurprijzen zo sterk gestegen zijn, doet mij dan wel besluiten dat de overheid onvoldoende heeft geïnvesteerd in een voldoende aanbod aan betaalbare (sociale) huurwoningen!De auteur stelt voorts dat om het tekort in te perken eerst de inkomensgrenzen verlaagd werden en nadien door concentraties van probleemgroepen weer verhoogden, met als gevolg een aangroei van de wachtlijsten. Spijtig genoeg vergeet hij te vermelden dat de minister nu de intentie heeft om een deel van zijn patrimonium, dat volledig opgebouwd werd met subsidies, te verkopen. Welk effect heeft dit dan wel op de wachtlijsten?Een kritische bedenking hierop zou kunnen geweest zijn dat de beste sociale huurwoningen in privé-bezit zullen komen en dat de overheid met de slechtste woningen zal blijven zitten. Ook zou de auteur zich kunnen afvragen wat het verschil dan nog is tussen de investeringspijler van de Vlaamse huisvestingsmaatschappij die nu sociale koopwoningen realiseert, met een veel lagere financieringslast voor de overheid, en de investeringspijler: bouw van sociale huurwoningen.De stelling dat sociale woningen bouwen op luxelocaties (naast het stadhuis van Antwerpen en op woonuitbreidingsgebieden) een verkeerd signaal is naar de hardwerkende burger toe, is een sterk oordeel vellen over het feit dat de ene burger beter zou zijn dan de andere en dan ook het recht heeft om mooier te wonen. Misschien vergeet de auteur dat sommige burgers al van bij de geboorte meer geluk hebben dan anderen en weet hij niet dat heel veel alleenstaanden en éénoudergezinnen, een beroep moeten doen op de sociale huisvesting. Gelukkig kiest de overheid nu wel voor kleine invulprojecten her en der verspreid over de stad en niet meer voor de grote sociale blokken. Normaliter kunnen in het kader van de ruimtelijke structuurplannen ook alleen maar woonuitbreidingsgebieden worden aangesneden als er in de woonkernen, dus ook op het platteland, aandacht is voor sociale woningbouw.Het aanbieden van sociale huurwoningen onder de kostprijs, is inderdaad nefast. Niet omdat het een aanfluiting zou zijn van de vrije concurrentie maar omdat het de sociale huisvestingsmaatschappijen op de rand van bankroet zet. Een inkomensherverdeling die volgens de auteur via een doorzichtig systeem moet gebeuren, kan in worden gerealiseerd via een systeem van huursubsidies, zowel in de sociale woningbouw als in de private huurmarkt, tenminste als dit gekoppeld wordt aan bepaalde kwaliteitseisen.In dit kader wordt het voorstel van decreet met betrekking tot huurrichtprijzen in combinatie met huursubsidies eerstdaags door AGALEV in het Vlaams Parlement ingediend. De overheid heeft inderdaad de taak om erover te waken dat er voldoende kwalitatieve huisvesting ter beschikking is. Uit alle recente onderzoeken blijkt dat dit nu niet het geval is. We moeten inderdaad de oorzaken benoemen en niet de gevolgen. Zoals ik al eerder stelde verwijzen stijgende (huur)prijzen naar schaarste. Er zijn te weinig woningen om de woningmarkt naar behoren te laten functioneren en het is een historische waarheid dat lage inkomenshuishoudens niet in staat zijn de marktprijs van recente woningen te betalen.Oplossingen kunnen via politieke keuzes in het Vlaams huisvestingsbeleid worden uitgewerkt en de beleidsbrief huisvesting 2003 die momenteel op de tafel ligt, is daartoe een instrument. Willen we echt iets doen aan de oorzaken dan vraagt het huidige gevoerde huisvestingsbeleid toch wel enige bijsturing. Ik nodig de auteur van het artikel dan ook uit de recente huisvestingsbeleidsnota in dit kader kritisch door te nemen.Ann DE MARTELAER De auteur is Vlaams parlementslid voor Agalev enlid van de commissie-Huisvesting in het Vlaams Parlement