Waarom verkopen krantenuitgevers kranten? Niet om het nieuws maar om d

Waarom verkopen krantenuitgevers kranten? Niet om het nieuws maar om de promotiecampagnes die ze voeren. Zonder die campagnes stonden heel wat krantengroepen in de etalage. Afgeprijsd. Onlangs was ik op een zwoele zondagavond 'guest', zoals dat heet, van een theaterduo dat een krant als mediasponsor heeft. Als tegenprestatie treedt de groep een of meerdere malen voor zijn sponsor op, gratis of aan sterk verlaagd tarief. De krant in deze was Het Nieuwsblad, Kommil Foo het theaterduo. Het bekende duo trad op in de Capitole van Gent, voor een zo goed als uitverkochte zaal. Uitverkocht? Ik vermoed dat driekwart van de zaal in mijn geval was: uitgenodigd dus. En net zoals ik vroeger al zo vaak meegemaakt heb, slaagt het merendeel van de 'guests' erin te laat te komen. Mocht ik organisator zijn, ik liet de laatkomers voor de deur staan. Invite of niet, je hoort je aan de regels van het spel te houden. Ik ben het met Elsschot roerend eens, die Boorman in 'Lijmen' laat zeggen: 'Ik houd niet van mensen die te vroeg komen, maar te laat gaat helemaal niet.' Sponsoring, het is een noodzakelijk kwaad. Het budget laat een eigen promotiecampagne niet toe, dus moet de kunstwereld op de bedeltoer. Dat lukt aardig, als niet je boodschap maar je imago goed in de markt ligt. De boodschap zal de sponsors een zorg wezen. Als je imago aanslaat, mag je je blote kont tonen, desnoods kut en kloten. Zolang dat imago maar niet afbladdert. Sla je om een of andere reden minder aan bij het publiek, dan zijn sponsors heel wat minder toeschietelijk en beginnen ze te zeveren over de boodschap. Terwijl ze dan wel enige kaas gegeten mogen hebben van de kunst, maar het verschil niet kennen tussen een Petit Suisse en een Edammer. Ten tijde van het intendantschap van Gerard Mortier had ik voor een van de voorstellingen van elke productie het genoegen te gast te zijn in de Munt. Niet enkel ik was er te gast, maar ik mocht zelfs enkele vrienden meebrengen. Zoveel als een loge kan dragen. Dat kwam zo. De Nationale Loterij, als sponsor, had recht op een loge. De eerste twee, drie voorstellingen raakte die gevuld met eigen gasten, maar vanaf de vierde was de buit op. De relaties van de Nationale Loterij zijn nu eenmaal eerder te vinden in het circuit van de koers dan van de kunst. Zodat ik een dag voor de voorstelling door de sponsorman in paniek werd gebeld met het verzoek snel wat mensen op te trommelen. Er was nu eenmaal voor de loge betaald en een lege staat zo sneu. Zelfs de Loterij heeft zoiets als een naam en faam te verdedigen. Al is die gepluimd en gekuist artificieel. Daar zaten we dan. Met z'n zessen als eregasten gratis en toch voor niets naar een pracht van een opera te kijken, met op de koop toe een programma- en tekstboek, en in de pauze een glas champagne in de voormalige koninklijke loge. Terwijl aan de kassa rijen jongeren halsreikend stonden uit te kijken naar bestelde maar niet afgehaalde toegangskaarten. Ze hadden hun hele maandgeld desnoods over voor een kaartje. Helaas, uitverkocht! Op papier, ja. Misschien vragen jullie je af hoe ik, als medewerker van Tijd-Cultuur, op een sponsorfeest van Het Nieuwsblad terechtkwam? Wel, dat ligt aan mijn krantenman. Hij was door de VUM geinviteerd. Had twee toegangskaarten. Maar zijn vrouw kan niet lachen met Kommil Foo. Zodat hij me vroeg of ik dat wel kon? Ik toonde een aangezicht met de mondhoeken tot aan de oorlellen. Toegangsexamen geslaagd. Voorstelling verzekerd. Inclusief hap en slok. Het leven is verrrukkuluk! Guido LAUWAERT