Wat brengt 2001 voor Nokia en Ericsson?

De cijfers die Nokia een week geleden de wereld instuurde, werden door de markt niet goed ontvangen. Nochtans lag de wereldwijde verkoop van 405 miljoen mobilofoons van alle fabrikanten in lijn met de verwachtingen van het Nokia-management. Analisten, die door Nokia altijd verwend werden met beter dan verwachte cijfers, hadden hun verwachtingen echter hoger gesteld met cijfers tussen 415 en 440 miljoen verkochte eenheden in 2000. Op het eerste gezicht kan de negatieve koersreactie dus overdreven lijken. Het feit dat het de eerste keer in lange tijd is dat Nokia de markt verkeerd inschat, is mogelijk wel een belangrijk signaal. Want als de verwachtingen van het management daadwerkelijk op 405 miljoen stuks lagen, dan had het waarschijnlijk uit voorzichtigheid een lager cijfer bekend gemaakt. Blijkbaar werd Nokia dus verrast door de verzwakking van de vraag. De winstwaarschuwing die Nokia in oktober de wereld instuurde, was het eerste teken dat de zaken bij Nokia niet meer draaiden als tevoren. Toen waarschuwde het bedrijf dat de verkopen in het derde kwartaal zouden lijden onder een trager dan verwachte lancering van nieuwe modellen. De beurskoers kelderde toen in enkele dagen met 20 procent tot 36 euro. De kwestie is dus in hoeverre de toekomstige vraag zal vertragen ten opzichte van de groeicijfers uit het verleden. In Europa bereikt de penetratie van mobilofoons niveaus van 70 procent, wat nog weinig ruimte laat voor nieuwe gebruikers. Verleden jaar lag de marktgroei voor mobilofoons met een vooruitgang van 43 procent voor het eerst onder de 50 procent. Bovendien wordt verwacht dat vanaf dit jaar meer mobilofoons verkocht worden aan mensen die er al een bezitten dan aan first users. De groei van de komende jaren zal dus sterk afhangen van de vervangingsmarkt. En die vervangingsmarkt is op haar beurt sterk afhankelijk van nieuwe snufjes die aangeboden worden. Midden 2001 mogen we de eerste GPRS-mobilofoons verwachten. Die maken het de gebruiker mogelijk sneller data te versturen via de gsm zodat men eindelijk behoorlijk draadloos kan internetten.Een andere belangrijke mijlpaal moet de lancering worden van de derdegeneratiemobilofonie (G3) in Japan. Daardoor zullen we vanaf mei het toekomstig succes van de duurbetaalde UMTS-licenties kunnen inschatten. Een succes in Japan is echter nog geen garantie voor succes in Europa. Dat bleek nog maar eens uit uit het verschil in acceptatie van WAP (Europa) en i-mode (Japan). De verkoop van WAP-toestellen - en vooral het gebruik van de diensten - was ronduit ontgoochelend, terwijl i-mode in Japan een doorslaand succes was. Als G3 flopt, ziet het er niet goed uit voor de mobilofoniesector. In dat geval dreigt de mobilofoniemarkt in versneld tempo de maturiteitsfase te bereiken. We kunnen het vergelijken met de opkomst van de compact disc. De eerste jaren kende die mark een explosieve groei, zowel voor de spelers als de software (de cds). Toen de top bereikt was, viel er door de aanhoudende prijserosie niet veel meer te verdienen met de verkoop van cd-spelers. Met de software wel want de winstmarges daarvan liggen veel hoger en bleven stabieler alhoewel de omzetgroei ook in dat segment zwaar terugviel. Met de mobilofonie krijgen we waarschijnlijk een gelijkaardige evolutie. Als de markt haar maturiteitsfase bereikt, zal er met de productie en verkoop van gsms niet veel meer te verdienen zijn, net zo min als met een gewoon telefoontoestel nu. De mobiele telecomoperatoren daarentegen zullen hun vaste kosten echter geleidelijk zien dalen en hun winstmarges zullen daardoor minstens stabiel blijven. In het tweede halfjaar zullen we dus al meer duidelijkheid hebben over de richting die de mobilofoniemarkt de komende twee jaar uitgaat. Tijdens het eerste halfjaar blijven we echter met heel wat onzekerheid zitten bij gebrek aan nieuwe snufjes die de vervangingsmarkt kunnen stimuleren. Ook de impact van de wereldwijde economische groeivertraging op de vraag naar toestellen zal een grote rol spelen. Dit jaar zouden de emerging markets volgens schattingen al 45 procent van de markt vertegenwoordigen en 67 procent van de groei. Bij een economische groeivertraging in die landen zou de vraag naar deze naar plaatselijke normen vrij dure consumptiegoederen vrij sterk kunnen terugvallen. Bovendien liggen de verwachte koers-winstverhoudingen van de twee grootste spelers - Nokia (43.6 euro) en Ericsson (118 SEK) - rond de 40, wat weinig ruimte laat voor ontgoochelingen. Het valt dus te verwachten dat de evolutie van hun beurskoersen zeer sterk beïnvloed zal worden door berichten over de evolutie van de markt op korte termijn, waardoor de schommelingen des te groter kunnen zijn. De kortetermijnbelegger zal dan Nokia kopen onder de 37 euro en verkopen boven de 47 en Ericsson kopen rond 100 kronen en verkopen boven 125 kronen. Rond die koersen blijken er immers sterke weerstanden te liggen.Een onzekerheidsfactor die nog niet in de koersen verrekend is, is het gezondheidsrisico van mobiel bellen. De voorbije weken doken berichten op in de media dat in de VS enkele kankerpatienten advocaten in de arm hadden genomen om van de producenten van mobilofoons en de operatoren een vergoeding te eisen voor de vermeende schade die het bellen met een gsm aan hun gezondheid zou hebben toegebracht. Tot hiertoe kan geen enkele studie een onweerlegbaar verband aantonen tussen mobiel bellen en kanker, maar we mogen de impact van een mogelijke uitspraak in het nadeel van de telecomsector toch niet uit het oog verliezen. De tabaksprocessen hebben aangetoond dat de onzekerheid over mogelijk uit te betalen schadeclaims een nefaste invloed heeft op de koers-winstverhoudingen die de betrokken bedrijven door de markt opgeplakt krijgen. Als de onzekerheid wegebt, mogen we een mooie koersprestatie van de betreffende aandelen verwachten. Op lange termijn is het echter belangrijk om met de hierboven beschreven elementen rekening te houden. Als de markt haar maturiteit bereikt, heeft dat een nefaste invloed op de koers-winstverhouding die dan onvermijdelijk onder de 20 valt.Nokia blijft onze favoriet omwille van zijn sublieme management en de aanhoudende groei van zijn marktaandeel.Ericsson is dan weer marktleider in de gsm-infrastructuurmarkt, maar wordt fel geplaagd door de verliezen in de mobilofoniedivisie. Als het Zweedse bedrijf erin slaagt deze divisie dit jaar weer winstgevend te maken of af te stoten, kan het effect op de beurskoers spectaculair zijn. Het verlies dat de mobilofoniedivisie in 2000 boekte, lag vermoedelijk rond 2.3 SEK per Ericsson-aandeel. Dit verlies stemt overeen met de helft van winst die in de andere divisies behaald zou worden. Als die trend omgebogen kan worden, mag dus een zeer positief effect op de winst per aandeel verwacht worden. Door de toenemende druk op het management neemt de kans toe dat een oplossing daarvoor in de maak is. TB