Wat met de patiënt wanneer de huisdokter ziek wordt?

Vanaf 1 januari geldt het nieuwe akkoord artsen ziekenfondsen, dat voor een periode van twee jaar werd afgesloten onder impuls van de federale minister van Sociale Zaken, Frank Vandenbroucke.Wie een vaste huisarts kiest voor het beheer van zijn globaal medisch dossier, krijgt vanaf 2002 30 procent meer terugbetaald. Vanaf januari 2001 geldt dit voorlopig enkel voor 50-plussers op consultatie en voor 75-plussers en chronisch zieken ook bij een huisbezoek. Voor wie niet bejaard of chronisch ziek is, wordt het huisbezoek duurder en dus meer ontraden.Dit is een eerste stap in de goede richting van de getrapte organisatie van de geneeskunde in ons land: een vaste huisarts is een stevige steun op je weg door de gezondheidszorg. Maak er dan ook verstandig gebruik van!Stel, je bent ziek of je wordt het - en dat kan ons allemaal overkomen. Al eens afgevraagd wie je dan zal begeleiden in de jungle van de geneeskunde?Je kan dat uiteraard zelf, je bent vol zelfvertrouwen. Gezond verstand helpt een heel eind.Maar niet tot het einde, want ziekte, pijn, lijden, angst en verdriet knagen ook aan dat gezond verstand. Dan heb je een vertrouwenspersoon nodig die je door het medische doolhof begeleidt in respect voor je persoon, je wensen, je cultuur, je angsten.Om zo veilig mogelijk ziek te kunnen zijn, heb je een huisarts nodig: iemand die je vertrouwt, die je mee op deze wereld helpt komen, die erbij is wanneer je als kind ziek en angstig bent, bij wie je als puber terechtkan met je wilde haren, bij wie je kan uithuilen als je in de knoop zit, die je ontluikende relatieproblemen, je angsten rond anticonceptie, zwangerschap, werk en stress aanhoort. Je kan bij hem of haar terecht met die pijnlijke knie, de rug die kraakt, de vervelende wrat, de pukkel die er niet hoort, een pijnlijke maag of migraine die niet ophoudt, de vergeten pil, de ruzie met je lief, de spuit of snuif, het lijden van je kinderen, je eigen ziekte, de dood van je ouders of vrienden, je eigen stervensbegeleiding.De Vlaamse minister van Welzijn, Mieke Vogels, verklaarde tijdens de begrotingsdebatten dat een hulpverlener die zelf niet goed in zijn vel zit, geen goede hulpverlener kan zijn. Dat geldt onverkort ook voor de huisartsen.In de grensstreek met Nederland gooien Vlaamse huisartsen de stethoscoop over de haag of de grens. Na 15 of 20 jaar keihard werken om een bloeiende praktijk uit te bouwen, begon een collega een autogarage. Bij onze noorderburen heerst een nijpend tekort aan eerstelijnsartsen en daar zijn de Vlaamse huisdokters meer dan welkom als verzekeringsarts, arbeidsgeneesheer of huisarts in - naar onze normen - schitterende arbeidsomstandigheden, aan een degelijke verloning, met secretaresse en/of verpleeghulp en bovenal een ernstige sociale zekerheid: een ziekteverzekering, en een degelijke uittredings- en pensioenregeling.Voor de Vlaamse huisarts liggen de zaken enigszins anders. Dit wordt schrijnend geïllustreerd door de situatie van een collega die op zijn 47ste, na 20 jaar praktijk als zelfstandig huisarts, longkanker heeft en tussen de radiotherapiesessies door tot het bittere einde moet blijven werken omdat de paar honderd franken dagvergoeding die hij van de ziekteverzekering voor zelfstandigen ontvangt, niet volstaan voor de afbetalingen van zijn investeringskosten en de noden van zijn gezin.Maar er is meer: de oudere generatie huisartsen haakt af wanneer hun privéreserves uit de gouden jaren volstaan. Ze bouwen hun praktijk af omdat het hectische werktempo en de onoverzichtelijke papierwinkel niet meer opwegen tegen de mooie kanten van het beroep van vertrouwensarts. Deze groep eerstelijnshulpverleners is er in de voorbije 40 jaar niet in geslaagd zich te ontworstelen aan de sterke onderhandelingsarm van de specialistische artsensyndicaten. Het grote geld en de grote kosten voor de gemeenschap zitten in de ziekenhuis- en specialistische sectoren. Te lang hebben de huisartsen gehoopt op de kruimels van de ziekenhuistafelen. Te weinig hebben ze hun eigen organisaties uitgebouwd in solidariteit met hun patiënten, hun eigenlijke stakeholders.In deze omstandigheden kiezen slechts enkele nieuwe artsen nog voor het huisartsenberoep. Veel Huisartsen In BeroepsOpleiding (HIBOs) weigeren na de tweejarige opleiding als voltijds huisarts in Vlaanderen te starten. Vrouwelijke collegas werken begrijpelijkerwijze - liever halftijds, d.w.z. 18 uur per week. Een werktempo van twee of drie patiënten per uur is ook veel aangenamer dan de vijf of zes van de mannelijke collegas.Ten tijde van de plethora, het overaanbod, dienden jonge artsen te vechten voor iedere patiënt die dan ook steeds meer cliënt werd en naar believen wat rondshopte op de medische markt. Deze patiënt werd wel eens verkleuterd, maar nu dreigt hij/zij verweesd een makkelijke prooi te worden van kwakzalvers, en van eerstelijnsziekenhuisgeneeskunde die erg duur is voor de ziekteverzekering en de farmaceutische sector.Vlaanderen heeft momenteel nog voldoende goed opgeleide en zorgzame huisartsen. Doorgaans zijn het zelfstandigen met alle nadelen daarvan én alle nadelen van een ambtenaar: aanspreekbaar op hun voorschrijfgedrag, hoewel ze dat in een prestatiesysteem niet echt zelf in de hand kunnen houden wegens de angst voor de onderlinge concurrentie.Onze huisartsen moeten de kans krijgen om goed werk te blijven afleveren. Dat vraagt een georganiseerde gezondheidszorg, met huisartsen in teamverband op de eerste lijn, al dan niet onder één dak samenwerkend. Een dynamische samenwerking vraagt een door de overheid ook financieel ondersteunend management, permanente opleidingsmogelijkheden, materiële infrastructuur, een vaste honorering voor vaste dienstverlening, extra vergoedingen voor extra prestaties.Tot nu was de steun van de paarse regering aan de eerstelijnsgeneeskunde vooral verbaal. Met de doorbraak in het globaal medisch dossier deed de minister een eerst stap op de lange weg naar een georganiseerde eerstelijnsgeneeskunde waar patiënten goed, snel, goedkoop en in vertrouwen terechtkunnen met hun problemen. Ten slotte zijn de zieke mensen de theoretische doelgroep van de gezondheidszorg. Mogen zij dit ook in de dagelijkse praktijk worden.Dr. Jan VAN DUPPENDe auteur is huisarts en Vlaams volksvertegenwoordiger (SP).