Wie is er bang voor het diepe dal van de ekonomische recessie?

De ekonomische pers publiceert dezer dagen meer en meer slagzinnen die verdacht gaan lijken op onheilstijdingen. Waar tot voor kort enkel Groot-Brittannië zich doorheen een recessie worstelde, lijkt de terugval in ekonomische groei zich nu ook uit te strekken naar de "harde kern' van de Europese ekonomieën. In Duitsland neemt de werkloosheid fors toe, de Duitse regering maakt zich op voor een anti-recessiepolitiek. Ook in Nederland slaan de onheilsboden toe. Enkele dagen geleden werd in de Nederlandse pers duidelijk weerklank gegeven aan de roep om een loonstop door te voeren. En België? Als open ekonomie kan ook ons land niet ontsnappen aan een zich internationaal aftekenende recessie-tendens. Daarbij komt dat de Belgische overheid budgettair over weinig tot geen ruimte beschikt om extra stimulansen te lanceren. De recente opwellingen van opzienbarende faillissementen vormen naar de buitenwereld toe een niet mis te verstaan signaal. De Europese konjunktuur dringt zich dus op voor een nadere analyse. Maar schrijven over recessie is werken aan een "selffullfilling prophecy', zo wordt gemeend. Toch is het dal niet zo diep als het lijkt. Het grootste probleem situeert zich alvast bij de Duitse ekonomie. Wat enkele jaren geleden nog de lokomotief van Europa was, lijkt nu verworden tot een amechtige stootkar. Het herstel in Duitsland kan daarbij iets langer uitblijven dan bij de andere "sterke' ekonomieën. De meeste analisten verwachten een moeilijk 1993. De grootste vraag lijkt te zijn wanneer de ekonomie heropleeft: midden 1993 of eind 1993. Maar voor Duitsland is iedereen wat voorzichtiger. Sedert de Golf-oorlog is de Duitse ekonomie er alleen maar op verslechterd. Het herstel werd daarop voorspeld voor zowel de jaren 1991, 1992 en 1993. Zal de kentering nu komen in 1994? Het is alvast een belangrijk gegeven voor het gedrag van de overige Europese ekonomieën.LV