Advertentie
Advertentie

Wie opent het debat over het onderwijs?

Het kan geen verwondering wekken dat nu en dan beroering ontstaat rond het onderwijs. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland enkele jaren geleden - want de zelfvoldaanheid van het neoliberalisme is daar vandaag ook erg groot geworden - en ook Wallonië is er bij ons nooit een echt maatschappelijk debat gevoerd over onderwijs, laat staan dat men in verband met de school de juiste en fundamentele vragen zou hebben gesteld. Waar willen de verschillende actoren met het onderwijs naartoe in een turbulente omgeving? Wat voor soort onderwijs willen we eigenlijk? Is de uniformisering in het onderwijs, spijts alle zogenaamde verschillende pedagogische projecten, niet erg frappant? Welke verantwoordelijkheid willen de respectieve deelnemers op zich nemen, welke ondersteuning wil men het overbevraagde onderwijs echt geven en welke verantwoording wil men afleggen? Moet het onderwijs verder gecommercialiseerd worden en moet het op maat van het bedrijfsleven gesneden worden? Moet het onderwijs zich neerleggen bij een postmoderne tijdgeest, bij een politieke en pedagogische correctheid? Moeten allerlei technieken uit het bedrijfsleven zomaar op de school worden losgelaten, of moet de school veeleer een vrijplaats zijn voor kritisch en irenisch denken? Moeten de ouders niet meer hun rol als opvoeders op zich nemen? Hoe komt het toch dat juist het onderwijs zon culture of complaint vertoont? Moet dat niet eens worden onderzocht of zijn de feiten zo evident dat men ziende blind moet zijn om een en ander niet op te merken? Ondervinden leerkrachten, zoals uit verschillende rapporten en studies blijkt, echt meer stress dan andere beroepen en hebben ze hun vakanties al dan niet verdiend? Hoe is de huidige vakantieregeling ooit tot stand gekomen en moeten we dat agrarische en horecasysteem handhaven? Is het waar dat leerkrachten, in tegenstelling tot andere beroepen, echt zoveel meer vakantie hebben of is dat slechts schijn? Is het lerarentekort te wijten aan de voortdurende beleidsmaatregelen die telkens onrust zaaien in een milieu dat het pedagogisch van een rustige omgeving moet hebben, is er een correlatie van het lerarentekort met de devaluerende status van de leerkracht en met de onrust in de samenleving zelf? Waarom is er zon desinformatie over het onderwijs en waarom wordt door bepaalde actoren in zon sloganeske taal gesproken? Hoe komt dat het iedereen altijd maar spreekt over de verlichting van de werkdruk en dat diezelfde werkdruk integendeel altijd maar toeneemt? Waarom is er zo weinig historisch bewustzijn in verband met het onderwijs? Wat is de rol van de media bijvoorbeeld ten opzichte van de stakingen: doet de vierde macht niet aan goedkope stemmingmakerij ten detrimente van het onderwijs?Welke zijn de belangen die schuilgaan achter de introductie van ICT en wat is de pedagogische meerwaarde ervan? Spant men hier het paard niet achter de kar en zoekt men al te vaak tevergeefs naar die meerwaarde? Waarom praat in dit verband iedereen iedereen in mantras na? Nooit heb ik over al die vragen een langdurig, consistent en fundamenteel debat meegemaakt. Wel veel geklaag, gezucht en gedachteloosheid, dwaasheden en geklets, en vooral veel cafépraat. Het wordt dus tijd dat de samenleving in haar geheel, de politiek in al zijn geledingen, de ouders, het bedrijfsleven en de culturele wereld het onderwijs au sérieux nemen, hun parti-pris laten varen, het debat aangaan en de school met leerlingen en leerkrachten weer centraal stellen. Waarom de malaise in het onderwijs zo groot is, ligt dus onder meer in het gegeven dat er over onderwijs, tenzij partieel en fragmentarisch, nooit fundamenteel wordt nagedacht, dat de gedachteloosheid ten opzichte van de school erg groot is en dat de respectieve ministers nooit iets anders hebben gedaan dan het veld geschoffeerd, dat ze altijd hebben gesteld het onderwijs een tijd met rust te laten terwijl ze net het tegenovergestelde deden. Het ligt ook aan het feit dat andere ministers dan weer met veel dédain op het onderwijs neerkeken of meenden alleen maar de manager te zijn van het personeel. Nooit echter heb ik het meegemaakt dat het beleid op een intellectuele manier bezig was met de echte problematiek op het terrein.In het bedrijfsleven bestaat er zoiets als ondernemingen of sectoren in nood. Daarvoor bedenkt men allerlei maatregelen en werkt men een soort Marshall-plannen uit. Welnu, het onderwijs is in nood en heeft behoefte aan debat, discussie, nadenken, reflexie en een batterij maatregelen om het vertrouwen te herstellen. Want het mag een godswonder heten dat in elke enquête of in elk onderzoek de school als instituut recht overeind blijft, dit in tegenstelling tot andere geledingen. Daar zorgen die vermaledijde leerkrachten wel voor, maar veel respect krijgen ze er niet voor terug.Na bepaalde affaires zat men in België plots met een crisis van de instellingen: zo werd het gerecht gewantrouwd en versnelde bijvoorbeeld de witte woede. Ondanks goede initiatieven vanuit het beleid, zoals de VLOR (Vlaamse Onderwijsraad) en de DVO (Dienst voor Onderwijsontwikkeling), dreigt er met onderwijs hetzelfde te gebeuren. Wie opent het debat? Wim VAN ROOY De auteur is publicist