Wie zal dat betalen ?

Met de ontploffing van een bomauto voor het sjiitische mausoleum in Najaf is het zoveelste 'zachte doelwit' geraakt in Irak. Na de opzienbarende aanslag tegen het Iraakse hoofdkwartier van de VN in Bagdad, schuift door deze aanslag nogmaals de weg naar orde en democratie nog wat. Er valt nog niet veel systematiek in de aanslagen in Irak te bespeuren. De Brits-Amerikaanse coalitietroepen spreken van 'buitenlandse infiltratie' en 'Saddam-getrouwen', iets wat door de voorlopige regeringsraad beaamd wordt. Wat men zich daarbij moet voorstellen is veel minder duidelijk. Het is wel een feit dat de situatie in Irak steeds meer op een guerrillaoorlog begint te lijken. De voorbije week steeg het aantal Amerikaanse dodelijke slachtoffers na 'het beeindigen van de belangrijkste militaire activiteiten' uit boven dat van het aantal dodelijke slachtoffers dat tijdens de oorlog zelf vielen. En het zijn niet alleen de VS-troepen die onder vuur liggen, ook steeds meer Britse soldaten worden onder vuur genomen. De kostprijs van de oorlog loopt dus dagelijks op, in mensenlevens en in geld. Naast het onbekende aantal Iraakse slachtoffers van de voorbije oorlog, zijn er ook de Irakezen die gedood worden door de buitenlandse troepen of door andere Irakezen. En het is uitkijken geblazen voor de buitenlandse troepen. Zelfs het beperkte contigent van Bulgaarse soldaten kreeg al een 'vuurdoop'. Financieel is het helemaal een ramp. De Amerikaanse 'proconsul' in Irak, Paul Bremer, stelde boudweg dat de financiele behoeften van Irak 'bijna onmogelijk overschat' kunnen worden. Om de basisdienstverlening, voornamelijk de water- en elektriciteitsvoorziening, weer op een normaal peil te krijgen, is er naar schatting 30 miljard dollar (ruim 27 miljard euro) nodig. En dat staat los van wederopbouwkosten in de olie-industrie. De aanslagen tegen oliepijpleidingen zorgen er overigens voor dat het zwarte goud niet de rol speelt die eerst was gepland: het financieren van de wederopbouw. De lage olieproductie van Irak komt de buurlanden goed uit, want die verdienen vlotjes aan het meer produceren, maar speelt in het nadeel van het bezette land. En dan is er nog de illegale olie-export. Volgens Amerikaanse cijfers wordt er dagelijks voor 300.000 dollar olie het land uitgesmokkeld. Dat geld komt alvast niet ten goede voor de wederopbouw van Irak. Kosten De oplopende kosten in Irak zijn geen goed nieuws voor president George W. Bush. Bush bevestigde nogmaals dat de troepen zich niet laten afdreigen in Irak en dat ze ter plaatse blijven tot de vrede en democratie zijn hersteld. Maar de aanslagen en de kosten van de wederopbouw dwingen de VS tot een andere koers, zij het voorzichtig. Er werd nu al heel voorzichtig het idee geopperd om toch maar bij de Verenigde Naties aan te kloppen. Niet louter meer voor humanitaire hulp, maar om een echte VN-troepenmacht naar Irak te sturen. Steeds meer bondgenoten van de VS aarzelen om in deze omstandigheden de beloofde troepen ook effectief te leveren. Zeker zonder een duidelijk mandaat van de VN-Veiligheidsraad. Eenvoudig zal dat niet zijn. De VS willen nog steeds de leiding houden, ook over de VN-troepenmacht. Of de tegenstanders van de oorlog in Irak zomaar overstag gaan, moet nog blijken. Het enthousiasme is niet groot. Voor de VS wordt Irak steeds meer een binnenlands probleem. De dodentol weegt zwaar op het land. En er is voorlopig geen einde in zicht. Bovendien raakt de Amerikaanse begroting steeds meer ontwricht. Het tekort voor het volgende begrotingsjaar wordt nu al geraamd op 480 miljard dollar en het loopt nog verder op. Wat de oorlog in Irak zal kosten, weet niemand. Maandelijks wordt 4 miljard uitgegeven om de Amerikaanse troepen in de Golfregio paraat te houden. Voor Bush is de combinatie van beide factoren een groot gevaar voor een eventuele herverkiezing volgend jaar. Dat er dus voorzichtig naar de VN gelonkt wordt, lijkt in deze omstandigheden logisch: het neemt de druk weg op de VS-troepen en het spreidt de inzet van de financiele middelen. Blair Nog meer politieke schade op het Britse politieke front. Premier Tony Blair werd op de rooster gelegd door Lord Hutton. Blair erkende deemoedig dat hij verantwoordelijk was voor het uitlekken van de naam van de defensiespecialist David Kelly. Maar Blair weigerde te erkennen dat het dossier over de massavernietigingswapens 'sexed up' was. Het 'spinnen' als regeervorm tot norm verheven, Blair heeft inmiddels zowat overal navolgers. Maar de enige echte 'sultan of spin' is woordvoerder Alastair Campbell. Hij stapte gisterenmiddag onverwacht op. Hij deed dat in de beste spintraditie, om onduidelijke redenen dus. In welke mate de politieke toekomst van Blair zelf is belast, blijft onduidelijk. Maar dat de hele affaire-Kelly de geloofwaardigheid van de Britse premier geen goed heeft gedaan, is zonneklaar. Ook buiten Irak blijft de oorlog dus een hoge kostenfactor hebben en de eindafrekening is nog lang niet in zicht.